Gewone blauwtongskink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gewone blauwtongskink
IUCN-status: Niet geëvalueerd
Eastern blue tongued lizard.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Scincomorpha (Skinkachtigen)
Familie: Scincidae (Skinken)
Geslacht: Tiliqua (Blauwtongskinken)
Soort
Tiliqua scincoides
White, 1790
Afbeeldingen Gewone blauwtongskink op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gewone blauwtongskink op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De gewone blauwtongskink[1] (Tiliqua scincoides) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae). De Nederlandse naam Australische blauwtongskink wordt ook wel gebruikt maar is enigszins verwarrend omdat alle blauwtongskinken uit Australië komen. Samen met de pijnappelskink (Tiliqua rugosa) is het de bekendste soort uit het geslacht Tiliqua. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door John White in 1790. Oorspronkelijk werd de naam Lacerta scincoides gebruikt.[2]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Deze skink wordt maximaal 50 centimeter lang en is te herkennen aan de verhoudingsgewijs enorme kop, grote en brede maar vrij korte staart en de meestal rode ogen. De kop is veel massiever en driehoekiger dan bij veel andere soorten en uiteraard is de tong blauw, en wordt uitgestoken om geuren waar te nemen en vijanden af te schrikken. De basiskleur is meestal groenbruin tot grijs, en de meeste exemplaren hebben een duidelijk gebandeerd lichaam van net achter de kop tot de staartpunt met een donkere kleur, meestal donkergrijs tot zwart. Meestal heeft de kop direct achter het oog een dubbele zwarte vlek, maar deze kunnen ook vergroeid zijn tot een streep. In gevangenschap kunnen deze dieren 25 jaar worden.

Leefwijze[bewerken]

De Australische blauwtongskink is levendbarend, en eet met name plantaardig materiaal als fruit en bessen, maar ook ongewervelden als wormen en slakken staan op het menu. De habitat is bij voorkeur droog, en bevat open plekken en vegetatie en stenen waar ze onder kunnen kruipen als de temperatuur boven 45 graden Celsius wordt, want dat is zelfs voor hagedissen te heet. Bij bedreiging door een predator rolt zijn felblauwe tong uit zijn bek en sist hij luid. Deze combinatie schrikt de meeste belagers af. Ze kunnen ook stevig bijten, maar ze zijn wel tandeloos.

Voortplanting[bewerken]

Het zijn territoriale dieren, die hun territorium fel verdedigen. Beide partners achtervolgen elkaar kort, waarna het mannetje zijn partner in de nek bijt en paart. Een worp bestaat meestal uit 25 jongen, na een draagtijd van ongeveer 150 dagen. De jongen zijn na 3 jaar geslachtsrijp.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze soort komt voor in Noord-, Oost- en Zuidoost-Australië. De skink kan worden aangetroffen in savannen, langs bosranden en halfwoestijnen en rotsen op hellingen.

Onderscheid[bewerken]

De Australische blauwtongskink heeft een duidelijke bandering terwijl deze bij de gevlekte blauwtongskink (T. nigrolutea) juist meestal afwezig is en deze soort blijft ook kleiner. Meestal is het verschil met de westelijke blauwtongskink (T. occipitalis) al moeilijker te zien, hoewel deze soort wat meer geel-achtige kleuren heeft.
Er zijn drie ondersoorten waarvan T. s. scincoides de meest algemene ondersoort is en T.s. intermedia de bekendste vanwege het toeval dat deze ondersoort het meest geïmporteerd is, en onlangs is ook T. s. chimaerea als derde ondersoort erkend. Deze laatste ondersoort leeft op het geïsoleerde eiland Tanimbar en heeft kenmerken die verspreid over de familie voorkomen.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties
  1. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 292 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Tiliqua scincoides
Bronnen
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database - Tiliqua scincoides - Website Geconsulteerd 9 augustus 2014
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).