Gewone zeester

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gewone zeester
Asterias rubens
Asterias rubens
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Echinodermata (Stekelhuidigen)
Klasse: Asteroidea (Zeesterren)
Orde: Forcipulatida
Familie: Asteriidae
Geslacht: Asterias
soort
Asterias rubens
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Gewone zeester op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gewone zeester op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De gewone zeester (Asterias rubens) is een algemene soort stekelhuidige langs de Nederlandse en Belgische kust.

Beschrijving[bewerken]

De diameter verschilt van 10 tot 30 centimeter, maar uitschieters tot meer dan 50 cm zijn ook bekend. De kleur is eveneens variabel; meestal rood tot oranje, soms paars. De bovenzijde bestaat uit een harde huid met vele kleine stekelachtige bultjes. Aan onderzijde zijn 5 rijen kleine en zeer flexibele zuigvoetjes aanwezig, die ook wel ambulacraalvoetjes worden genoemd. De gewone zeester heeft vijf armen, maar als er een arm afbreekt, kan deze tot een geheel nieuwe zeester uitgroeien, doordat in iedere arm alle benodigde organen aanwezig zijn. Ook bij de vierarmige zeester groeit de arm weer aan, maar is de eerste tijd duidelijk kleiner.

Algemeen[bewerken]

De gewone zeester komt voor in de Europese zeeën , ook in de Middellandse Zee. De soort wordt aangetroffen in het getijdengebied op stenen en rotsen tot een diepte. Mosselkwekers hebben een hekel aan zeesterren omdat mosselen het favoriete maaltje zijn, mosselbanken zijn dan ook een ideaal milieu voor deze soort. De zeester wordt onder andere door het hongerlijdertje (Pariambus typicus) gebruikt als 'taxi' om zich te verplaatsen.

Voedsel[bewerken]

De zuigvoetjes van de gewone zeester.

Het voedsel bestaat uit diverse zeedieren, waaronder weekdieren, krabben en aas, maar vooral schelpdieren als mosselen worden gegeten. Deze worden door de zeester opengetrokken, en ondanks de vaak sterke sluitspieren van de schelp is de zeester aanhoudend en wint het van de meeste schelpdieren. Als de schelp eenmaal open is, stuwt de zeester zijn maag naar binnen waarna de prooi levend wordt verteerd en vervolgens opgezogen. Een dergelijk 'gevecht', wat in wezen een traag proces is, kan vele uren in beslag nemen. Jongere exemplaren pakken kleinere prooien als zeepokken. De monddelen van de zeester zitten aan de onderzijde van het dier, wat handig is omdat zeesterren over de bodem kruipen. De anus zit juist aan de bovenzijde, en net als de mond in het midden van de centrale schijf.

Anatomie[bewerken]

Dissectie van Asterias rubens. 11 - Ambulacrale plaatjes en 10 - ampullae. 5 - Madreporenplaat. 4 - Steenkanaal. 7 - Pylorische caeca. 3 - Rectale klieren. 9 - Gonaden.

Voortplanting[bewerken]

De voortplanting vindt plaats in het voorjaar en het begin van de zomer. Zeesterren kennen geen paring; zowel mannetjes als vrouwtjes laten grote hoeveelheden eicellen en zaadcellen wegzweven met de stroming, bevruchting vindt plaats als de mannelijke en vrouwelijke cellen elkaar tegenkomen. De larven van zeesterren worden bipinnaria-larven genoemd die zich verder ontwikkelen in brachiolaria-larven. Deze vrijzwemmende larven lijken totaal niet op een zeester; ze zijn zeer klein, doorzichtig en hebben bizarre uitsteeksels. Pas na enige tijd veranderen ze in mini-zeesterren en zetten zich vast op de bodem. Dergelijke larven komen ook voor bij andere stekelhuidigen zoals zee-egels (in dit geval pluteuslarve geheten).