Gezinshereniging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit 1947 over gezinshereniging in Batavia.

Onder gezinshereniging wordt verstaan: het weer verenigen van gezinsleden die gescheiden leven, het overbrengen van gezinsleden van buitenlandse werknemers naar het land waar de kostwinner werkt, of het overbrengen van een buitenlandse partner van een autochtoon persoon. Juridisch gezien (vreemdelingenrecht) is de gezinsband in het buitenland ontstaan in tegenstelling tot gezinsvorming, waarbij de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in Nederland hoofdverblijf had of heeft.

Het recht op gezinshereniging in Europa is een afgeleide van internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In het EVRM is geregeld dat iedereen die legaal in een van de landen van de Europese Unie woont zich kan beroepen op het recht op familieleven.

In het Vreemdelingenbesluit 2000 (artikel 3.74 lid 1 onder a) is vastgelegd dat de echtgenoot een salaris moet hebben van ten minste 100% van het minimumloon. Voor de niet-Nederlandse echtgenoot is een inburgeringsexamen vereist op de Nederlandse ambassade in het land van herkomst en is tevens een goede beheersing van de Nederlandse taal verplicht.

Voor vluchtelingen/asielzoekers geldt een ander regime (brief staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven van 2 april 2013 aan de Eerste Kamer:[1]

Het huidige nareisbeleid is een bijzondere vorm van gezinshereniging met als doel de asielvergunninghouder in Nederland te herenigen met zijn gezin, zoals dat bestond voor zijn vlucht uit het land van herkomst. De aanvraag hiertoe moet binnen drie maanden na vergunningverlening worden ingediend. De reguliere eisen zijn niet van toepassing: het middelenvereiste wordt niet gesteld, er worden geen leges geheven, een inburgeringsexamen in het buitenland is niet verplicht gesteld en er geldt geen mvv-plicht (hoewel een mvv in de praktijk vaak wordt aangevraagd om legale inreis mogelijk te maken). De nareiziger krijgt een afgeleide asielvergunning. Deze gunstige regeling is bedoeld om een gezin dat tijdelijk is ontwricht door de vlucht van een of meer gezinsleden, in staat te stellen de gezinsband zo snel mogelijk te herstellen. Indien niet binnen die drie maanden een aanvraag door of ten behoeve van gezinsleden wordt ingediend, of wanneer niet aan overige voorwaarden van een afgeleide asielvergunning wordt voldaan (artikel 29, lid 1, onder e en f Vreemdelingenwet 2000), is onder het huidige recht het reguliere beleid inzake gezinshereniging van toepassing.

Gezinshereniging nareis asiel[bewerken]

Wanneer een asielzoeker een positieve beschikking van de IND heeft dat hij/zij een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (voor vijf jaren) heeft in Nederland, zal hij/zij binnen drie maanden na de datum van de positieve beslissing om nareis van zijn/haar gezinsleden moeten vragen. Dit heet de nareistermijn. Wanneer deze termijn gemist wordt, zal de reguliere gezinsherenigingsprocedure gevolgd moeten worden.

Het voordeel van de nareisprocedure is dat er geen leges hoeven te worden betaald aan de IND en dat een inburgeringsexamen in het buitenland ook niet verplicht is. Verder geldt er voor de aanvrager (referent) ook geen inkomenseis.

Werkwijze van de gezinsherenigingsprocedure asiel[bewerken]

Allereerst wordt binnen drie maanden het aanvraagformulier nareis asiel opgestuurd aan de IND. Hierbij wordt per gezinslid dat men naar Nederland wil halen, zo'n formulier ingevuld. Als er minderjarige kinderen bij zijn, dan moet de aanvrager ook een toestemmingsverklaring DNA-onderzoek invullen en ondertekenen. Na ontvangst van één of meer aanvraagformulieren (afhankelijk van de gezinsgrootte), verstuurt de IND meestal een ontvangstbevestiging en kort erna een verzuimbrief waarin staat welke ontbrekende gegevens nog aangevuld dienen te worden binnen een termijn van 14 dagen. Ook moeten dan de originele documenten van de familieleden, zoals geboorteaktes, huwelijksakte, identiteitspapieren met vertaling in een West-Europese taal (meestal Nederlands) aangetekend aan Bureau Documenten van de IND worden verzonden.

Als deze documenten goedgekeurd worden, in de zin dat vrijwel zeker is dat ze authentiek zijn, dan volgt er veelal een positieve beslissing van de IND wat inhoudt dat de gezinsleden hun MVV op de dichtstbijzijnde Nederlandse ambassade kunnen ophalen binnen drie maanden en daarna binnen drie maanden naar Nederland mogen reizen om herenigd te worden met hun familielid.

Indien de documenten ontbreken of als de IND twijfelt over de echtheid ervan, zal er een DNA-onderzoek plaatsvinden. Hierbij wordt eerst van de gezinsleden in het buitenland (de vreemdelingen) DNA-materiaal afgenomen op de dichtstbijzijnde Nederlandse ambassade en daarna van de referent (aanvrager) zelf in Nederland, te Utrecht. Zodra er een match is en daarmee dus vastgesteld is dat zij bloedverwanten zijn, dan zal er een positieve beslissing van de IND volgen wat inhoudt dat de gezinsleden naar Nederland mogen komen om herenigd te worden met hun familielid.

Na aankomst in Nederland[bewerken]

Na aankomst in Nederland moeten de vreemdelingen binnen enkele dagen bellen met het telefoonnummer van het aanmeldcentrum in Ter Apel om een afspraak te maken en zullen ze daar enkele nachten moeten verblijven om een TBC-test te ondergaan, een kort gehoor en daarna zullen ze hun verblijfsvergunning uitgereikt krijgen. Afhankelijk van de grootte van de woning van de aanvrager en de grootte van het gezin, kunnen ze zich daarna op diens adres laten inschrijven en anders verblijven ze tijdelijk in een asielzoekerscentrum (AZC) in afwachting van plaatsing in een grotere woning.

Meestal krijgen gezinsleden die na gezinshereniging in Nederland mogen verblijven een van de aanvrager afhankelijke verblijfsvergunning op grond van art. 29 lid 2 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), maar soms kiezen de gezinsleden er na aankomst in Nederland ook voor om een zelfstandige verblijfsvergunning in te dienen.

Het voordeel hiervan is, dat na een echtscheiding, de herenigde huwelijkspartner het land moet verlaten en bij een zelfstandige verblijfsvergunning niet. Dit zelfde probleem doet zich ook voor als de aanvrager met een B-status op grond van art. 29 lid 1 sub b Vw. 2000 het land moet verlaten omdat zijn/haar land van herkomst veilig is geworden. Om te voorkomen dat in zo'n geval ook de gezinsleden terug moeten naar land van herkomst, dienen zij een zelfstandig asielverzoek in bij de IND in Ter Apel.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties