Gian Maria Visconti

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gian Maria Visconti

Gian Maria of Giovanni Maria Visconti (7 september 1388 - 16 mei 1412) was de tweede hertog van Milaan en zoon van Gian Galeazzo Visconti en Catherina Visconti.

Levensloop[bewerken]

Hij erfde de titel van hertog toen hij 13 was, zijn moeder regeerde echter als regentes, geleid door haar minnaar Francesco Barbavara. Ze waren beiden de partij van de Welfen genegen, daar waar de Visconti's hoofdzakelijk de zijde van de Ghibellijnen hadden gekozen.

De leidende kringen binnen het hertogdom protesteerden spoedig tegen het regentschap van Catherina. Ten allen kante kwamen ballingen terug naar hun stad van oorsprong. Zes nieuwe prinsdommen werden binnen Lombardije opgericht. In Milaan zelf ontbrandde de strijd om het regentschap tussen Welfen en Ghibellijnen. Catharina Visconti vluchtte naar Monza. Ze werd er in augustus gearresteerd, naar Milaan teruggevoerd, er opgesloten en uiteindelijk (met toestemming van haar zoon) vergiftigd.

Gian was 15 en onbekwaam zelf het hertogdom te leiden. Hij vertrouwde op medewerkers, zoals Carlo Malatesti, maarschalk Boucicot en vooral Facino Cane de Cavale. Ze hadden afwisselend zijn vertrouwen, naarmate de partij van de Welfen of die van de Ghibellijnen de bovenhand kreeg onder de Milanezen.

Terwijl zijn generaals te vuur en te zwaard Lombardije onderwierpen, beperkte Gian zich tot Milaan waar hij zich vooral interesseerde voor het folteren van echte of vermeende tegenstanders. Hij ontwikkelde sadistische trekken, die maakten dat het aanschouwen van de pijn bij anderen, hem groot genoegen verschafte. Zijn lievelingsbezigheid bestond er in de jacht te openen op ter dood veroordeelden en ze over te geven aan zijn honden, die afgericht waren op het eten van mensenvlees. Dit wreedaardige optreden kon niets anders dan complotten doen tot stand komen.

In 1408 trouwde Gian Maria met Antonia Malatesta, dochter van Carlo I, heer van Rimini.

Toen Facino Cane in 1412 doodziek in Pavia verbleef, vermoordde een groep Milanese rebellen Gian Maria voor de kerk van San Gottardo in Milaan. De stervende Facino had zijn medestanders laten zweren om Filippo Maria, Gian Maria's broer, te steunen. Filippo Maria volgde inderdaad, met problemen weliswaar, Gian Maria op als hertog van Milaan.

Literatuur[bewerken]

  • Biographie universelle ancienne et moderne, Brussel, 1843-1847.
  • Guido LOPEZ, I signori di Milano: dai Visconti agli Sforza, Roma 2003 ISBN 978-88-541-1440-1