Gideon (Bijbel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gideon

Gideon (Hebreeuws: גדעון) ook wel Jeroebaäl genoemd, is de vijfde richter (ook wel rechter) uit het boek Richteren ofwel Sjoftiem (Hebreeuws). Het boek Richteren is onderdeel van de Newi'iem (profeten) van de Hebreeuwse Bijbel, ook wel in de joodse traditie Tenach genaamd. Het verhaal speelt zich af in hoofdstuk 6 tot en met 8. Gideon was de zoon van Joas uit de stam Menasjèh en werd door God benoemd om de Israëlieten te bevrijden uit de hand van de Midjanieten en Amalekieten.

Eerst haalde hij op bevel van God het altaar en de cultuskolom van de Baäl-cultus naar beneden. "Daarom werd Gideon van die dag af Jeroebaäl genoemd – het betekent: Baäl mogen tegen u strijden – omdat hij het altaar naar beneden haalde" (Richteren 6,32).

Vervolgens droeg God hem op om de Midjanieten aan te vallen en te verdrijven. Met zijn leger van 32.000 trok hij op tegen de 150.000 Midjanieten, maar God liet hem zijn leger terugbrengen tot slechts 300 man (aldus Richteren 7,3.8; 8,10). Met dit kleine leger voerde hij een verrassingsaanval uit. Gideon gaf een ieder een ramshoorn (sjofar), fakkel en een pot van aardewerk. Het leger omsingelde in stilte de Midjanieten, en op Gideons teken brak een ieder zijn pot en blies op de ramshoorn. In de paniek die volgde gingen de Midjanieten elkaar te lijf en door dit wonder won aldus het leger van Gideon van de Midjanieten.

Gideon was de door God aangestelde leider. Na de klinkende wonderbaarlijke overwinning wilden de Israëlieten hem tot hun koning kronen. Gideon wees dit echter af en gaf te kennen dat alleen God hun ware leider was. Gedurende Gideons leven was er 40 jaar vrede in het land Israël.

Zie ook[bewerken]