Giebel
| Giebel IUCN-status: Niet geëvalueerd (2010) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Carassius gibelio |
|||||||||||||
| Giebel op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De giebel (Carassius gibelio) is de oorspronkelijke goudvis. Deze exoot, die oorspronkelijk uit Azië komt, komt voor in het zoete water van de Benelux. De giebel wordt ook wel "wilde goudvis" of "witte goudvis" genoemd. Inmiddels wordt de giebel algemeen als een aparte soort gezien met de wetenschappelijke naam Carassius gibelio[1].
Inhoud |
[bewerken] Beschrijving
[bewerken] Herkenning
De meeste giebels die in Nederland worden gevangen hebben een grijsgroene kleur. Ook hebben ze een vrij puntige wat naar boven geknikte kop. Ook exemplaren zonder deze typische kenmerken worden gevangen. Giebels zijn goed te onderscheiden van kroeskarpers door het kleinere aantal schubben op de zijlijn(28-31 tegen 33-36). Ook hebben kroeskarpers bolle vinnen en een ronde bek. Bij kleine exemplaren is het onderscheid ook makkelijk doordat alleen kroeskarpertjes een zwarte vlek bij de staartbasis hebben. De algemene lichaamsvorm is ook meer spoelvormig dan schijfvormig zoals bij kroeskarper.
Ze zijn goed te onderscheiden van karpers door het ontbreken van baarddraden. Dit is echter niet altijd makkelijk te zien bij kleine exemplaren. Karpers hebben ook veel meer schubben langs de zijlijn (33-40).
[bewerken] Verspreiding
Azië (China, Taiwan, Korea, Japan, Kolyma Rivier, Amoer). De natuurlijke verspreiding schijnt vanaf West-Siberië tot de Ponto-Caspische regio te zijn. In Europa komt de giebel oorspronkelijk voor in Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Turkije. De soort komt al sinds de zeventiende eeuw in Duitsland voor.[1]
[bewerken] Algemene informatie
De giebel is een triploide vruchtbare vis. Hierdoor kunnen eitjes die niet bevrucht zijn opgroeien tot wat effectief een kloon is van de moeder. Mogelijk is het voorkomen van verschillende klonen de oorzaak van plaatselijke typen van de giebel. Een vrouwtjesgiebel legt gemiddeld 268.000 eitjes, meerdere keren per jaar.
De giebel kan meerdere keren per jaar paren waardoor de druk op voedsel en ruimte enorm kan zijn.
Taxonomisch is de naamgeving van de giebel C. a. gibellio en de goudvis C. a. auratus interessant; je krijgt de indruk dat van beide ondersoorten de goudvis de oervorm is, terwijl dit natuurlijk andersom is. Onder moderne naamgevingsregels zou de goudvis waarschijnlijk niet eens als een ondersoort erkend worden.
[bewerken] Vijver en aquarium
Een giebel kan de winter overleven mits het water diep genoeg is. Houd goudvissen niet in een kom, maar kies voor een aquarium, de vis heeft dan meer ruimte en zal zich meer op zijn gemak voelen.
[bewerken] Ecologische betekenis
De giebel is een grondelaar, daardoor draagt hij bij tot de vertroebeling van het water. Het is een alleseter, hij eet zowel insecten als plantaardig materiaal. De giebel is een vis die tolerant is voor vervuild water; het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt. Vaak komt de giebel ook voor in geïsoleerde watertjes (foto). Dit zijn waarschijnlijk afstammelingen van uitgezette goudvissen die hun gouden kleur verloren hebben. Uitzetten van vis in geïsoleerde wateren kan ernstige ecologische gevolgen hebben, doordat sommige diersoorten visloze poelen nodig hebben voor hun voortbestaan.
De giebel komt vaak voor in wateren met kleiige of zandige bodem, terwijl de kroeskarper meer gevonden wordt in plantenrijke wateren met een zachte veenbodem.
[bewerken] Amerika
De goudvis / giebel was de eerste exotische vis die in Amerika geïntroduceerd werd. Ook in Amerika heeft de giebel geleid tot een vermindering van de inheemse natuurwaarden. In het Oostzeegebied worden ook problemen gemeld met door verbreiding van de giebel gedurende warme zomers.
[bewerken] Afbeeldingen
[bewerken] Referenties
| Zoek giebel op in het WikiWoordenboek. |