Gieren van de Nieuwe Wereld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gieren van de Nieuwe Wereld
Kalkoengier (Cathartes aura)
Kalkoengier (Cathartes aura)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Accipitriformes
Familie
Cathartidae
(Lafresnaye, 1839)
Afbeeldingen Gieren van de Nieuwe Wereld op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gieren van de Nieuwe Wereld op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

Gieren van de Nieuwe Wereld (Cathartidae) (ook wel Amerikaanse gieren genoemd) zijn de belangrijkste aaseters in de beide Amerika's.

De kalkoengier, de geelkopgier, de zwarte gier en de koningsgier leven in de tropische streken van Latijns-Amerika, waar ze de belangrijke aaseters zijn. De eerste twee soorten komen overigens ook voor in de VS. In Noord-Amerika leeft verder nog de Californische condor, die in het wild vrijwel is uitgestorven. Zijn tegenhanger in het Andes-gebergte is de Andescondor.

Gieren zijn circa 60-85 cm groot en hebben brede vleugels, zwartbruine of grijsbruine veren en een veerloze kop en hals. Door dit laatste kenmerk wordt het verenkleed niet vies, wanneer ze met hun kop diep in een kadaver gaan. Andere opvallende kenmerken zijn de open neusgaten, de rechte, korte klauwen en de gewoonte de poten ter verkoeling met eigen ontlasting te besproeien. In bosgebieden werken verschillende gierensoorten vaak samen om aan voedsel te komen.

Stamboom volgens Hackett et al.

De soorten van het geslacht Cathartes (kalkoen- en geelkopgieren) hebben als één van de weinige vogels een goed ontwikkeld reukvermogen. Hiermee kunnen ze, zwevend boven de boomkruinen van het regenwoud, rottende karkassen vinden die onzichtbaar onder het bladerdak liggen. Andere gierensoorten hebben een minder goed reukvermogen en zij vinden hun voedsel door bijvoorbeeld kalkoengieren goed in de gaten te houden. Wanneer de kalkoengieren naar beneden gaan, volgen de andere soorten. Kalkoengieren zijn echter niet in staat om grotere en taaiere karkassen open te scheuren en hiervoor hebben ze de krachtigere koningsgieren nodig. Op deze manier kunnen ook de kalkoengieren gemakkelijk bij het vlees, waardoor deze wisselwerking beide soorten voordeel biedt. Gieren komen vooral af op verse kadavers. Ze zijn echter wel degelijk in staat oud, rottend vlees te eten doordat deze vogels ongevoelig zijn voor de bacteriële toxines die bij de ontbinding ontstaan.

Taxonomie[bewerken]

In het vroegere DNA-onderzoek naar de taxonomie van de vogels waren aanwijzingen gevonden dat deze groep eerder aan de ooievaarsvogels dan aan de roofvogels verwant zouden zijn. In het veel gedegener werk van Hackett blijkt daar echter niets van. De familie is daarin een zustergroep van de Accipitridae (buizerds, gieren), maar niet de Falconidae.