Giorgos Papandreou (1952)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Giorgos Papandreou
George Papandreou (junior).jpg
Geboren 16 juni 1952
Saint Paul, Verenigde Staten
Politieke partij PASOK
Partner Ada Papandreou
Premier van Griekenland
Aangetreden 6 oktober 2009
Einde termijn 11 november 2011
President Karolos Papoulias
Voorganger Kostas Karamanlis
Opvolger Loukas Papadimos
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Georgios (Giorgos) Andrea Papandreou [ˈʝoɾɣos papanˈðɾeu] (Grieks: Γιώργος Α. Παπανδρέου) (Saint Paul, Verenigde Staten, 16 juni 1952) is een Grieks politicus. Van 6 oktober 2009 tot en met 11 november 2011 was hij de premier van Griekenland en leidde het kabinet-Papandreou.

Hij is de zoon van de politicus Andreas Papandreou en kleinzoon van de politicus Giorgos Papandreou (senior). Hij was minister van Buitenlandse Zaken van 1999 tot 2004. Papandreou leidt sinds februari 2004 de politieke partij PASOK.

Samen met zijn vrouw Ada heeft Papandreou twee kinderen.

Levensloop[bewerken]

Papandreou werd geboren in Saint Paul, Minnesota in de Verenigde Staten. Zijn vader werkte daar aan de universiteit. Zijn moeder is een Amerikaanse. Hij studeerde aan Amherst College, de Universiteit van Stockholm, London School of Economics (LSE) en de Universiteit van Harvard. Hij behaalde een bachelor in de sociologie aan Amherst en later een master aan de LSE. Daarna deed hij een jaar onderzoek naar de gevolgen van immigratie aan de Universiteit van Stockholm. In 1992-93 was hij participant aan het programma van het Foreign Relations Centre aan de Harvard-universiteit.

Nadat de democratie in 1974 weer was hersteld in Griekenland, keerde hij terug. Papandreou werd actief binnen de partij van zijn vader het sociaaldemocratische Panellinio Sosialistiko Kinima (PASOK). In 1981 werd hij gekozen in het Griekse parlement. In datzelfde jaar werd zijn vader premier. In 1985 werd hij staatssecretaris van Culturele Zaken, in 1988 minister van Onderwijs en Religieuze Zaken, 1993 plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken, in 1994 weer minister van Onderwijs en Religieuze Zaken, in 1996 plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken en in 1999 minister van Buitenlandse Zaken. In 1997 was hij speciaal aangesteld als minister die belast was met de coördinatie rondom het bid voor het naar Athene halen van de Olympische zomerspelen van 2004.

In zijn tweede termijn als minister van Onderwijs was Papandreou de eerste politicus die gebruikmaakte van positieve discriminatie. Hij wees 5 procent van de plaatsen op de universiteit in Thracië toe aan de moslimminderheid. Als minister van Buitenlandse Zaken week hij af van nationalistische opruiende retoriek van zijn vader en zette in op betere banden met buurlanden Turkije en Albanië. Ook zette hij zich in om het om een einde te maken aan het conflict op Cyprus. Papandreou steunde het Annan Plan. Hij hing het van oorsprong Griekse standpunt aan dat Cyprus herenigd moest worden.

In aanloop naar de Griekse parlementsverkiezingen in 2004 stond PASOK laag in de peilingen. De zittende premier Costas Simitis kondigde daarom aan af te treden en wees Papandreou aan als zijn opvolger. In 2006 werd hij ook benoemd tot voorzitter van de Socialistische Internationale.

Bij de verkiezingen van 2007 verloor PASOK van Nea Dimokratia van zittend premier Kostas Karamanlis. Het leiderschap van Papandreou kwam daarom ter discussie te staan, maar hij slaagde bij interne verkiezingen erin dat te behouden. Bij de volgende verkiezingen in 2009 wist PASOK wel te winnen. Zij werd de grootste partij met 43.92 % van de stemmen en meerderheid aan zetels in het parlement. Op 6 oktober 2009 werd Papandreou benoemd als premier.

Premierschap[bewerken]

Meteen na zijn aantreden kreeg het kabinet-Papandreou te maken met grote financiële tegenvallers. De Griekse overheid bleek jarenlang de financiële cijfers vervalst te hebben. Daardoor had Griekenland te maken met enorm grote tekorten. Alleen met de hulp van de EU-landen en IMF kon voorkomen worden dat het land failliet ging. De EU en het IMF schoten Griekenland te hulp met leningen, maar in ruil daarvoor moest Griekenland zijn begrotingstekort terugdringen. De regering van Papendreou kondigde een groot aantal maatregelen aan. Ze besloot bijvoorbeeld een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 65 jaar door te voeren. Het gemiddelde ambtenarenloon werd daarnaast sterk verminderd en een deel van de ambtenaren zou worden ontslagen.[1] Ook de pensioenen zijn verlaagd. De btw werd verhoogd, evenals de accijns op alcohol en tabak. Het aantal gemeenten werd teruggebracht van 1000 naar 400, en een aantal staatsbedrijven zou worden geprivatiseerd. Deze maatregelen vormden aanleiding tot grootschalige demonstraties en rellen waarbij doden en gewonden vielen.[2]

Op 1 november 2011 kondigde Papandreou een referendum aan over de strenge maatregelen die de Europese leiders Griekenland opgelegd hadden als voorwaarde voor noodhulp. Dit was voor Sarkozy en Merkel aanleiding om de geldkraan dicht te draaien. Volgens hen zou dit referendum gaan over de vraag of Griekenland wel of niet in de eurozone zou blijven. Papandreou besloot hierop het referendum in te trekken.[3]

Op 4 november 2011 overleefde Papandreou een vertrouwensstemming met 153 van de 300 stemmen. Papandreou had toegezegd een overgangsregering te vormen met de oppositie die het euroakkoord voor de redding van Griekenland zou goed moeten keuren.[4] Op 6 november kwamen Papandreou, Samaras en Giorgios Karatzaferis overeen een overgangsregering met PASOK, Nea Dimokratia en de Orthodox-Griekse Volkspartij (LAOS) te vormen.[5] Op 11 november werd de nieuwe regering onder leiding van Lucas Papademos beëdigd, waarmee er een officieel einde kwam aan de regeringstermijn van Papandreou. [6].

Ook onder zijn premierschap was Papandreou pleitbezorger van verbeterde relaties van Griekenland met haar buurlanden. Zo was hij de eerste Griekse premier die als eerste buitenlandse reis buurland Turkije koos, en startte hij met dit land een gezamenlijke ministerraad.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties