Glaucoom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Glaucoom
Glaucoma
Synoniemen
Nederlands Groene Staar
Coderingen
ICD-10 H40 - H42
ICD-9 365
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde
Zicht van iemand met normaal zicht
Hetzelfde beeld, gezien door iemand met gevorderd glaucoom

Glaucoom[1][2] of groene staar[1][2] is de verzamelnaam voor een aantal aandoeningen en afwijkingen van het oog die leiden tot beschadiging van uitlopers van de oogzenuw waarbij beperking of uitval van vooral het perifere gezichtsveld optreedt.

In het algemeen ligt de directe oorzaak in een verhoogde oogboldruk, hetgeen tal van onderliggende oorzaken kan hebben. Bij normale-drukglaucoom treedt de karakteristieke aantasting echter op zonder dat een verhoogde oogboldruk kan worden vastgesteld.

Glaucoom begint meestal na het veertigste levensjaar en verloopt veelal sluipend; langzamerhand vallen delen van het gezichtsveld uit, hetgeen door de patiënt vaak lange tijd onopgemerkt blijft. Het centrale zicht blijft lang intact.

Glaucoom kan het gezichtsvermogen onherstelbaar aantasten. Indien onbehandeld, kan het leiden tot permanente blindheid.

Oorzaken[bewerken]

De oorzaak is niet altijd duidelijk. Meestal is sprake van een verhoogde oogdruk door een verhoogde productie dan wel vertraagde afvoer van kamervocht. Dit kan uiteenlopende oorzaken hebben, zoals een afsluiting van het kanaal van Schlemm. Het oogvocht kan niet worden afgevoerd en hoopt zich op waardoor de druk stijgt. Bij gezonde ogen ligt de oogdruk tussen de 10 en 21 mm Hg, wanneer deze toeneemt ontstaat druk op de oogzenuw waardoor deze beschadigd kan raken.

Aanleg voor glaucoom kan erfelijk zijn. Om die reden geldt in sommige landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, een advies voor preventieve screening[3]. In Nederland geldt zo'n advies niet. Wel beschikken veel opticiens over apparatuur waarmee de oogboldruk kan worden gemeten.

Er is ook een vorm van glaucoom die acuut kan optreden, door het plotseling afsluiten van de natuurlijke afvoer van het oogvocht, die zich in de kamerhoek bevindt, waar de iris aan de rand bijna tegen de cornea aanligt. Het wordt vaak uitgelokt door omstandigheden met een wijde pupil (vaak 's nachts, soms na de toediening van pupilverwijdende oogdruppels). Dit is meestal heftig pijnlijk met fotofobie, roodheid, en tranen van het oog. Dit kan spontaan optreden of als late complicatie bij een aantal andere oogaandoeningen. Het is een indicatie voor een spoedconsult bij een oogarts. Glaucoom kan echter ook voorkomen als gevolg van traumata, intraoculaire bloedingen of worden geïnduceerd door medicijngebruik (door bijvoorbeeld corticosteroïden).

Afhankelijk van de oorzaak van glaucoom kunnen beide ogen aangedaan zijn; meestal is er een verschil in ernst van de gezichtsvelduitval tussen beide ogen. Naarmate men ouder wordt, stijgt de kans op glaucoom. Ook verziend- of bijziendheid, of een afwijking in de bloedvaten verhogen de kans op glaucoom.

Behandeling[bewerken]

Behandeling is mogelijk met oogboldrukverlagende geneesmiddelen. Indien men de druk genoeg verlaagt, kan een toename van het verlies van het gezichtsveld tegengehouden worden. Middelen als pilocarpine in oogdruppels of als gel bevorderen de afvoer van vocht in de voorste oogkamer door de pupil te verkleinen (miotica) waardoor de kamerhoek open wordt getrokken. Bètablokkers zoals timolol verminderen de productie van dit vocht; koolzuuranhydraseremmers zoals acetazolamide remmen de productie; alfa2-agonisten verhogen zowel de afvoer als remmen de productie; prostaglandine-analogen (latanoprost, unoprostone, bimatoprost, tafluprost, travoprost) verhogen de afvoer weer. Het natuurlijke middel palmitoylethanolamide verlaagt eveneens de druk en beschermt tevens de zenuwcellen (retina) tegen drukschade. Als geneesmiddelen niet helpen, kan ervoor gekozen worden om met een laser de oogdruk te verlagen. Als ook dat niet helpt, kan ook een operatie worden uitgevoerd, een trabeculectomie. Hierbij wordt een kunstmatige afvoer gecreëerd; dit kan op verschillende manieren. Een laatste optie is een glaucoomimplant.

Reeds verloren gegane delen van het gezichtsveld komen hiermee niet terug; behandeling dient alleen om erger te voorkomen.

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b Jochems, A.A.F. & Joosten, F.W.M.G. (2003). Coëlho Zakwoordenboek der geneeskunde (27ste druk). Doetinchem: ElsevierGezondheidszorg.
  2. a b Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  3. Glaucoma – National Institutes of Health. Nihseniorhealth.gov Geraadpleegd op 2011-01-24