Glodok-affaire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Strafinrichting Glodok vóór de Japanse bezetting

De Glodok-affaire was de zaak die zich afspeelde van 25 januari tot 15 maart 1945 tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, waarbij 446 jongeren werden gearresteerd en opgesloten in de Glodok-gevangenis te Batavia; aldaar overleden 75 jongens ten gevolge van de zware mishandelingen door de Japanners.

Geschiedenis[bewerken]

Op 27 september 1944 werd een groep van 46 jongeren, in leeftijd variërend van 16 tot 23 jaar, uit de regio Batavia, die spontaan geweigerd hadden loyaliteit aan de bezetter te tonen, gearresteerd en in verschillende politiegevangenissen ondergebracht. De jongens hadden geweigerd lid te worden van de Jeugd Militie (Seinendan) of van de Djawa Hokokai, een onder Japans militair bestuur staande organisatie, die ingezet werd in de landbouw en industrie. De jongeren bleven ook weigeren nadat zij door P.F. Dahler werden aangespoord hun beslissing te herzien. Op 25 januari 1945 werd de groep overgebracht naar de Glodok-gevangenis te Batavia. Van 25 januari tot 15 maart werden tijdens razzia's in Bandoeng, Cheribon, Semarang, Tegal en Pekalongan om diezelfde reden nog eens 400 jongeren gearresteerd. Als gevolg van het harde regime, de slechte voeding en ernstige mishandelingen overleden 75 van de 446 geïnterneerde jongens. Achttien jongens, die door Van den Eeckhout en zijn medewerkers "onder handen waren genomen", verklaarden zich uiteindelijk loyaal en pro-Japan en werden in vrijheid gesteld.

Eeckhout en Dahler[bewerken]

P.H. van den Eeckhout en P.F. Dahler kozen in 1942 de Japanse zijde; zij werden vervolgens enthousiaste publicisten voor de bevordering van het Japaniseringsproces. Zowel binnen als buiten de kampen probeerden zij vooral jongeren voor de Japanse zaak te winnen en hen enthousiast te maken voor toetreding tot Japanse organisaties als Seinendan en Djawa Hokokai. Dahler was een oudlid van de Volksraad en werd door de Japanse autoriteiten als "leider" van de Indische Nederlanders beschouwd. Hij overleed in 1948 te Djokjakarta. Van den Eeckhout, de rechterhand van Dahler, was een oud-magazijnmeester bij het Koninklijk Marine Etablissement in Soerabaja en een van de muiters aan boord van het marineschip De Zeven Provinciën (1933); hij oefende met zijn zogenaamde PAGI-groep (Persaudaraan Asia Golongan Indo groep), een Aziatische broederschapsorganisatie, terreur uit in diverse jongenskampen. Hij had de uitvoerende macht bij de arrestaties van de jongeren maar men verloor hem na de oorlog uit het oog. Men vermoedt dat hij later in Nederland woonachtig was. De Glodok-gevangenis werd in 1982 afgebroken en op die plaats staat nu een groot winkelcentrum; de wijk Glokdok werd genoemd naar de gevangenis maar officieel heet de wijk Pantjoran.

Externe link[bewerken]

Portal.svg Portaal KNIL
Bronnen, noten en/of referenties
  • 1996. Verzet contra de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. De geuzen van het Indisch verzet. 1942-1945. onder redactie van Ed Melis vz.-int. Comite ANCOL. Bladzijde 267-269