Gloeilamp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De klassieke gloeilamp

Een gloeilamp produceert licht uit elektriciteit door een gloeidraad of filament in een zuurstof-arme glazen bol door middel van een elektrische stroom te verhitten tot een zeer hoge temperatuur. Zodra de gloeilamp op een geschikte spanningsbron wordt aangesloten gaat door de gloeidraad een stroom lopen, waardoor deze zo sterk wordt verhit dat deze licht gaat uitzenden. De gloeidraad bestaat uit het overgangsmetaal wolfraam dat een zeer hoge smelttemperatuur kent. Omdat wolfraam een moeilijk te delven en te bewerken metaal is, werden in de begintijd van de gloeilamp eerst andere materialen gebruikt, zoals koolstof (afkomstig van bamboe, zijde of cellulose), of andere metalen, zoals platina of osmium. Lampen met een koolstof gloeidraad (de zogenaamde kooldraadlampen) worden nog op bescheiden schaal geproduceerd voor decoratieve doeleinden, maar hebben een zeer slecht rendement. Philips heeft in 2007 zijn laatste kooldraadlampenmachine in Weert stopgezet.

Techniek[bewerken]

Gloeilamp brandt door.

De elektrische weerstand van de gloeidraad is afhankelijk van de dikte, de lengte en het soort materiaal. Deze weerstand wordt zodanig gekozen dat bij de aanbevolen brandspanning de beste verhouding wordt bereikt tussen lichtopbrengst en levensduur. De elektrische weerstand van de wolfraam gloeidraad is in koude toestand 15x lager dan in hete toestand. Het aanschakelen van een gloeilamp gaat daarom gepaard met een kortstondige stroompiek, waardoor de gloeidraad een mechanische trilling te verduren krijgt door de magnetische inductie. Daarom eindigt het leven van veel gloeilampen juist op het moment van inschakelen.

De gloeidraad wordt tegen verbranden beschermd door een glazen ballon waarin geen of zeer weinig zuurstof aanwezig is. Als zuurstof uit de lucht door beschadiging van de ballon bij de gloeidraad kan komen, verbrandt deze binnen een seconde na het inschakelen. De eerste gloeilampen werden vacuüm gemaakt, maar in het begin van de twintigste eeuw ontdekte men dat lampen gevuld met argon een helderder licht geven en bovendien langer meegaan. Desondanks duurde het nog vele decennia voordat de argonlampen de vacuümlampen verdrongen hadden. In vergelijking met gasgevulde lampen hebben vacuümlampen een ballon van een grotere diameter en dikker glas. Het glas van een gasgevulde lamp heeft een dikte van enkele tienden van een millimeter

Ook in een gloeilamp met onbeschadigde ballon verdampt het materiaal van de gloeidraad heel geleidelijk door de verhitting en slaat neer op de binnenkant van de glazen ballon, die daardoor donkerder wordt. Door de ballon te vullen met gas wordt dit proces verminderd. Aanwezigheid van sporen van waterdamp versnelt juist het proces.

Uitvinding[bewerken]

"U.S. Patent #223898"; tekening van Edison

De uitvinding van de gloeilamp wordt onterecht toegeschreven aan Thomas Edison op 22 oktober 1879. Edison was echter slechts een van de velen die bijdroegen aan de ontwikkeling van een praktisch middel om met elektriciteit licht te genereren. De reeds bestaande koolstofbooglamp was ondanks het helderwitte licht niet praktisch genoeg. In 1801 experimenteerde Humphry Davy al met een gloeiende platinadraad, die echter onmiddellijk verbrandde.

In 1854 slaagde Heinrich Göbel uit Duitsland erin de eerste echte gloeilamp te maken. Zijn gloeilamp bestond uit een verkoolde bamboevezel in een vacuümgezogen eau-de-colognefles. Hij kon de fles vacuüm trekken door deze te vullen met kwik en hem daarna leeg te laten lopen. Door het vacuüm kon de bamboevezel niet verbranden. Göbels lamp brandde 400 uur. Edison vroeg 25 jaar later octrooi aan op een zelfde soort lamp. Göbel betwistte het patent voor de rechtbank en kreeg in 1893 zijn gelijk. Hij overleed echter in hetzelfde jaar.

De uitvinding die wel aan Edison is toe te schrijven is de schroefdraad van de gloeilamp. Deze is rond in plaats van scherp zoals bij een gewone schroef, hierdoor is hij makkelijker los en vast te draaien. De eerste letter van zijn naam en de diameter van de schroefdraad geven de maat van de fitting aan bijvoorbeeld E14 en E27 in de volksmond kleine en grote fitting genoemd.

Naast Göbel en Edison worden ook de Rus Alexander Lodygin (1872) en de Engelsman Joseph Swan (1878) genoemd als uitvinder van de gloeilamp. De lichtopbrengst van deze kooldraadlampen was echter zo laag dat, met name Duitse wetenschappers, op zoek gingen naar betere gloeidraden. Zo gebruikte Carl Auer von Welsbach gloeidraden van osmium (1902), terwijl Otto Feuerlein en Werner von Bolton tantaal toepasten. Het was echter de Amerikaan William David Coolidge die in 1910 gloeidraden wist te maken van getrokken wolfraam, het metaal met het hoogste smeltpunt.

De gloeilamp heeft niet alleen als zodanig zijn diensten bewezen, maar ze stond ook aan de wieg van andere belangrijke uitvindingen. Zo vloeide de ontdekking van de kunstvezel mede voort uit onderzoek naar kooldraadgloeilampen. Later zijn het gloeilampenfabrikanten geweest die het principe van de elektronenbuis ontdekten, waarmee de ontwikkeling van de elektronica een aanvang nam.

Rendement[bewerken]

Een te hoge temperatuur bekort de levensduur van de gloeidraad

De gloeilamp staat ook bekend om zijn lage rendement. Het rendement is het bruikbaar (zichtbaar) licht dat de lamp produceert per hoeveelheid energie die je erin stopt.

Het rendement van de gewone gloeilamp ligt tussen 5 en 10%, dat wil zeggen bij een 100 W lamp, wordt slechts 5 tot maximaal 10 watt omgezet in zichtbaar licht. De rest gaat verloren in de vorm van onzichtbare warmte, vooral stralingswarmte (infrarood 'licht'). Als een gloeilamp in een verwarmde ruimte hangt is deze warmte echter niet zinloos. Bij een gloeilamp hangt het rendement direct samen met de temperatuur van de gloeidraad: als die hoger is verschuift het hele spectrum naar boven: het licht wordt witter; er wordt relatief minder infrarood uitgestraald en meer zichtbaar licht. Echter: een hogere temperatuur bekort de levensduur van de gloeidraad, dus van de lamp, en dat is natuurlijk ook onvoordelig. Voor een normale gloeilamp wordt als beste compromis een temperatuur van ca. 2500 graden Celsius (2800 Kelvin) aangehouden, wat een levensduur geeft van ca. 1000 uur.

Bij een laagspanningshalogeenlamp wordt een temperatuur van ca. 2900 °C (3200 K) aangehouden. Dat betekent een veel hoger rendement: ca. 15 à 20%. De nieuwste lampen met HIR-technologie komen op ca. 30%. Ter vergelijking: het rendement van een spaarlamp is ca. 40%, van een tl-buis 65%. Dus: het elektriciteitsverbruik daalt als je een ouderwetse grote gloeilamp vervangt door een halogeenlamp, een tl-buis of een spaarlamp die dezelfde hoeveelheid licht geeft.

Halogeenlamp[bewerken]

In een halogeenlamp wordt de verdamping van de gloeidraad tegengegaan door de ballon te vullen met een inert gas onder hoge druk. Om die druk te kunnen weerstaan heeft de lamp een veel kleinere ballon. Daardoor wordt het glas veel heter (ca. 250 graden) en er wordt dan ook een speciaal hittebestendig glas voor gebruikt. Zonder andere maatregelen zou de kleine lampballon veel eerder zwart worden door neerslag van verdampte gloeidraadatomen. Daartegen wordt in de lamp een kleine hoeveelheid halogeen (bijvoorbeeld jodium) aangebracht, dat door de hitte gasvormig wordt. Het halogeen gaat in de koudere gedeelten van de lamp een verbinding aan met het verdampte materiaal van de gloeidraad. Deze gasvormige verbinding ontleedt weer in halogeen en metaal wanneer hij dicht bij de zeer hete gloeidraad komt, en het metaal slaat weer neer op de gloeidraad waardoor de levensduur ervan verlengd wordt. Tezamen geven het inerte gas en het halogeengas zoveel verlenging van levensduur dat de lamp gewoonlijk op een hogere werktemperatuur gebruikt wordt. Daardoor is het licht iets witter dan van een normale gloeilamp, maar belangrijker is dat het rendement daardoor aanmerkelijk hoger ligt.

De laagspanningshalogeenlamp combineert bovenstaande voordelen met een derde principe: werkend op een lagere spanning (gewoonlijk 12 V) is de gloeidraad (bij gelijkblijvend vermogen) veel dikker dan die van een lamp van 230 V. Vanzelfsprekend gaat hij daardoor langer mee. De laagspanningshalogeenlamp wordt dan ook op een nog hogere werktemperatuur gebruikt; het licht is nog iets witter en het rendement nog iets beter. Een belangrijk voordeel van dit type lamp is dat hij zo klein is; het licht is gemakkelijk te bundelen. Typen met een ingebouwde (efficiënte) reflector zijn volop te koop. Ze zijn goed geschikt als leeslamp of accentverlichting.

HIR[bewerken]

Lichtstroom Vergelijking stroomverbruik
Crystal ktip.png
ledlamp
Sparlampe.svg
spaarlamp
Info bulb.png
gloeilamp
Bulbgraph.png
halogeenlamp
50 lm 1,2 W 7 W
100 lm 15 W
150 lm 18 W
200 lm 2 W 5 W 25 W
300 lm 3 W 28 W
400 lm 6 W 8 W 40 W
500 lm 8 W
600 lm 11 W 42 W
700 lm 13 W 60 W
800 lm 15 W
850 lm 52 W
900 lm 10 W 16 W 75 W
1100 lm 18 W
1300 lm 22 W 100 W 70 W
1500 lm 25 W
1800 lm 28 W
1900 lm 105 W
2100 lm 33 W 150 W

In 2003 kwamen de eerste halogeenlampen op de markt met HIR-technologie (Halogen Infra Red). Dit zijn altijd laagspanningslampen met ingebouwde reflector. De reflector weerkaatst de infrarode warmtestraling terug naar de gloeidraad, en helpt zo mee om de temperatuur van de draad hoog te houden; de warmtestraling wordt als het ware "hergebruikt". Het rendement van dit type is dan ook aanzienlijk hoger (tot ca. 40 lm/W)

Productie[bewerken]

Gloeilampenfabriek in Nederland[bewerken]

De Rus Achilles de Khotinsky begon op 24 december 1883 in Rotterdam de eerste gloeilampenfabriek van Nederland; N.V. Elektriciteits-Maatschappij, Systeem 'de Khotinsky'. Naast het fabriceren van gloeilampen wilde de onderneming Rotterdam aansluiten op een lichtnet. Twee werknemers van dit bedrijf, Roothaan en Alewijnse, richtten later in Nijmegen een eigen gloeilampenfabriek op. Een paar jaar later, in 1887, begon Johan Boudewijnse de Firma Johan Boudewijnse te Middelburg en in 1889 richtte Frederic R. Pope in Venlo de gloeilampenfabriek Goossens, Pope & Co op.

Nadat Gerard Philips de wintertuin van Hotel Krasnapolsky had bezocht, raakte hij zo gefascineerd door het gloeilicht dat hij besloot gloeilampen te gaan produceren. Dit idee leidde tot de oprichting van een gloeilampenfabriek in Eindhoven in 1891. Een fabriek die uiteindelijk uitgroeide tot de multinational Koninklijke Philips Electronics.

Ook daarna zijn nog gloeilampenfabrieken in Nederland opgericht, zoals Metaaldraadgloeilampenfabriek Volt in 1909 te Tilburg. Deze is later geleidelijk door Philips overgenomen, evenals Pope. Dan werd in 1919 nog Splendor opgericht te Nijmegen. Ook deze fabriek kwam onder invloed van Philips te staan.

Milieu[bewerken]

In de Europese Unie is de verkoop van een groot aantal typen gloeilampen vanaf 1 september 2012 verboden. Gelijkaardige plannen bestaan voor de staat Californië in Amerika. In Nederland geldt dat per 1 september 2012 de meeste soorten gloeilampen niet meer op de markt mogen worden gebracht, maar dat bestaande voorraden nog mogen worden verkocht. Per 1 september 2009 werd de productie van veel soorten 100, 75 en 60 watt-gloeilampen al verboden. Vanaf 1 september 2016 mag er in de Europese Unie van de meeste lamptypen geen enkele gloeilamp meer worden verkocht.

Spaarlampen bevatten kwik wat kan vrijkomen als de spaarlamp stukgaat. Kwik kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Bovendien moet de 'verdwenen' warmte van gloeilampen worden gecompenseerd door de verwarmingsketel, wat leidt tot een forse toename van de CO2-emissie.[1] Het is echter efficiënter het huis te verwarmen door middel van de centrale verwarming voorzien van HR-ketel dan elektrisch.[2] Het is dus niet zo dat de restwarmte van de gloeilamp een gunstig effect heeft op de CO2-emissie tenzij men gebruikmaakt van zonne-energie, windenergie of kernenergie.

Voor recycling van spaarlampen worden onrealistisch gunstige cijfers gehanteerd want sommige kapotte spaarlampen eindigen uiteindelijk op de vuilnisbelt. De geclaimde levensduur van spaarlampen valt in de praktijk vaak tegen omdat spaarlampen slecht tegen aan- en uitschakelen kunnen. Veel lampen gaan ook door ongelukjes stuk.

De ledlamp geldt als een beter alternatief voor de gloeilamp. Deze verbruikt nog minder stroom dan de spaarlamp en vormt evenals de spaarlamp een veel lagere belasting voor het milieu. Dit geldt overigens voor de gehele levenscyclus van het product, van de winning van de grondstoffen tot aan het transport, het gebruik door de klant, het onderhoud en de verwijdering. Een ledlamp gaat zo'n 25.000 branduren mee, een spaarlamp 10.000 en een gloeilamp brandt zo'n 1000 uur. Ook de korte levensduur, er zijn 25 gloeilampen nodig om de levensduur van een ledlamp te evenaren, zorgt ervoor dat de gloeilamp een veel zwaardere belasting op het milieu vormt zowel tijdens de fase van productie als tijdens de gebruikersfase.[3].

Europese Unie[bewerken]

Het einde van de gloeilamp

De Europese Unie besloot in december 2008 dat na 1 september 2012 de meeste soorten gloeilamp niet meer in Europa verkocht mogen worden.[4] De meeste typen halogeenverlichting blijven tot 2016 toegestaan.[5]

Hoewel sommigen denken dat er applicaties zijn waarin de komende jaren gloeilampen gebruikt zullen blijven worden, zoals de gloeilampen in de bestaande auto's, hoeft dit geen probleem te zijn. Veel autofabrikanten installeren al ledverlichting in plaats van de oude gloeilampen. Ook de verlichting achter het dashboard bestaat meestal uit leds. Voor fietslampen geldt de gloeilamp reeds als verouderd.

De meeste media geven aan dat sinds 1 september 2009 er alleen verbod geldt op de verkoop van gloeilampen van 100 watt. Dit is onjuist en hierdoor zijn veel mensen onjuist geïnformeerd over de afschaffing van de gloeilamp.

Sinds 1 september 2009 geldt in de gehele EU een verbod op de productie van matte gloeilampen. Dit geldt ook voor de heldere gloeilampen van 80 watt of hoger. Voor de overige heldere gloeilampen (5 W en hoger) werd dit verbod tot en met 1 september 2012 gefaseerd uitgebreid. Sommige gloeilampen, zoals reflectorlampen blijven gewoon toegestaan.[6][7] Uiteindelijk zal geen gloeilamp meer verkocht worden doordat de magazijnen leeg raken. Het is dus geen verbod op de verkoop (winkels zouden dan met volle magazijnen blijven zitten) maar op de productie en import daarvan.

Let wel, het bezitten en gebruiken van een gloeilamp na 1 september 2012 is niet verboden, maar een vervangend exemplaar wordt niet meer geproduceerd.

Praktisch[bewerken]

Aansluitvoeten[bewerken]

40W-gloeilampen met standaard E10, E14 en E27 Edison-schroefdraad

Veel voorkomende fitting types:

B (Bajonet)
B22 bajonet
B15 kleine bajonet
B22R Compact
E schroefdraad (Edison)
E40 Goliath schroefdraad Edison
E27R compact Edison
E27 schroefdraad Edison (gebruikelijk in woningen)
E14 kleine schroefdraad Edison (in kleine schemerlampen e.d.)
E12 Naaimachine verlichting, Koelkasten
E10 Dwerg Edison (bijvoorbeeld in fietsverlichting)
S Steekfitting
Er bestaan ook buisvormige gloeilampen met speciale steekfittingen. Ze zijn te verkrijgen in 35 W (30 cm), 60 W (50 cm) en 100 W (100 cm) onder de merknamen Linestra (Osram), Philinea (Philips) en Ralina (Radium). Deze gloeilampen zijn zeer energieverslindend en hebben het hoogste energielabel G, hoger dan een gewone gloeilamp die doorgaans energielabel E heeft.
S14D enkele steekfitting
S14S dubbele steekfitting

Spectrum[bewerken]

Doordat een gloeilamp licht produceert door verhitting, zal een gloeilamp over het algemeen een lichtspectrum hebben dat een accent heeft in het rode gebied. Hierdoor oogt het licht van een gloeilamp geelachtig. De meeste energie wordt in het infrarode gebied uitgestraald, wat er voor zorgt dat het rendement erg laag is.

Doordat er licht in het hele spectrum wordt uitgezonden is de kleurweergave van een gloeilamp uniek hoog en is deze lamp zeer geschikt voor werkzaamheden waar een extreem hoge kleurweergave van belang is.

Omdat een geelachtige kleur niet altijd gewenst is, plaatst men wel kleurenfilters voor de lamp. Dit gebeurt veelvuldig in het theater, waar de technici bijvoorbeeld correctiefilters gebruiken om daglicht na te bootsen. Deze filters houden dan het gele licht tegen en laten veel blauw door. Er zijn ook zogeheten daglichtlampen verkrijgbaar die veel gebruikt worden om binnenshuis planten mee te verlichten.

Varia[bewerken]

  • De langst brandende gloeilamp brandt tot op de dag van vandaag (oktober 2013) nog steeds en hangt in een brandweerkazerne in Livermore (Californië). Hij brandt al sinds 1901 met een kleine onderbreking toen hij naar de nieuwe centrale is verhuisd en brandt op een eigen stroomvoorziening van 120 volt.

Deze lamp is via een webcam 24/7 bekijkbaar op http://www.centennialbulb.org/photos.htm

  • De gloeilamp wordt wel in stripverhalen als symbool gebruikt om aan te geven dat iemand een "lichtje opgaat".
  • In Donald Duck is Lampje een bekende stripfiguur: een klein lampje met armpjes en beentjes, het hulpje van Willie Wortel, de bekende uitvinder in Duckstad.
  • Een gloeilamp wordt ook wel peertje genoemd, vanwege de vorm. In het Duits (Birne) is dit nog gebruikelijker dan in het Nederlands.
  • Aan het begin van het gloeilamptijdperk tussen 1905 en 1915 was elektrisch licht veel duurder dan gaslicht. Om te tonen dat men zich elektrisch licht kon permitteren werden de gloeilampen daarom open getoond. In het Hotel des Indes in Den Haag is dit nog goed te zien.
  • De wintertuin van Hotel Krasnapolsky in Amsterdam werd in 1882 als een van de eerste gebouwen in Nederland voorzien van elektrisch gloeilamplicht.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Technisch Weekblad 6-8-2004: Göbels gloeilamp is de oudste

Beluister

(info)
Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname, bekijk de oorspronkelijke versie of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)