Glossarium van de rechtsgeleerdheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder andere de volgende termen worden in de rechtsgeleerdheid gehanteerd.

  A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z  

A[bewerken]

Aandeel
Een stuk, bewijs van een deel van een onderneming.
Aangifte
Fiscaal recht: Het opgeven van belastinggevens aan de belastingdienst teneinde een berekening te maken van genoten inkomsten.
Strafrecht: Het opgeven van een strafbaar feit bij de politie of officier van justitie.
Aanmerkelijk belang
Fiscaal recht: 5% of meer aandelen hebben in een onderneming, valt onder box 2 van de inkomstenbelasting. Wordt meestal afgekort; AB
Abbb
Zie algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Acte clair
Het is volstrekt duidelijk wat er bedoeld wordt, wordt gebruikt wanneer onder andere Europese wetgeving wordt geïnterpreteerd door een nationale rechter. Als het onzeker is, stelt de rechter een prejudiciële vraag, maar wanneer er sprake is van een acte clair is de zaak al zo duidelijk dat dit niet nodig is en de nationale rechter de zaak zelf, met inachtneming van het relevante Europese recht, kan afhandelen;
Acte éclairé
Er is al eerder een dergelijk probleem en oplossing geformuleerd. Er is een prejudiciële vraag gesteld en beantwoord, en de rechter kan volstaan met verwijzing naar het desbetreffende arrest van het Hof van Justitie. Zie ook prejudiciële vraag.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Beginselen in het staats- en bestuursrecht waardoor burgers beschermd worden. Het vertrouwensbeginsel, het verbod op détournement de pouvoir en het uitgangspunt van égalité devant les charges publiques zijn voorbeelden hiervan. Afk: Abbb.
Algemene verbintenisscheppende beginselen
Beginselen in de algemene rechtsgeleerdheid met betrekking tot contracten en andere verbintenissen van rechtswege. Afk: Avsb.
Avsb
Zie algemene verbintenisscheppende beginselen.

B[bewerken]

Bonafide
Te goeder trouw, met oprechte bedoelingen.
Beschikkingsbeginsel
In het burgerlijk recht geldt dat partijen zelf beslissen of ze al dan niet een vordering instellen. Bovendien leggen zij autonoom de grenzen van het rechtsgeschil (voorwerp en oorzaak van de vordering) vast.

C[bewerken]

Cassatie
1. Beroep bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen een (zelden) vonnis van een rechtbank of (veel vaker) arrest van een gerechtshof. 2. Vernietiging door de Hoge Raad van het vonnis waarvan beroep in cassatie is ingesteld.
Causaliteit
Oorzakelijkheid. Verband tussen een handeling en de rechtsgevolgen. Leer hiervan is welk (voorzienbaar) gevolg redelijkerwijs kan worden toegerekend aan een gedraging.
Cautie
Het attenderen van een verdachte dat hij een zwijgrecht heeft (art. 29 Sv). Niet naleving hiervan resulteert in een niet-ontvankelijkheidsverklaring door een rechter.
Condicio sine qua non
Causaal verband tussen een schadeveroorzakende gedraging en schade, zonder welk de schade niet zou zijn ingetreden.
Concessie
Een concessie is een (eenzijdig) Awb-besluit van een bestuursorgaan en verleent aan de concessiehouder een exclusief recht tot het uitoefenen van een wenselijke activitieit. Aan een concessie is altijd een publiek belang verbonden. Bijvoorbeeld de Vervoerconcessie voor het hoofdrailnet. De concessie wordt verleend als eenzijdig besluit en na (impliciete) aanvaarding door de concessiehouder ontstaat er een publiekrechtelijke overeenkomst (de concessieverhouding).
Contra legem
1. Tegen de wet in. 2. Wederrechtelijk.

D[bewerken]

Dagvaarding
eerste akte in een civiele dagvaardingsprocedure of strafproces.
Verbod op détournement de pouvoir
een verbod voor bestuursorganen om bestuursbevoegdheden te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor ze gegeven zijn.

E[bewerken]

Echt
Huwelijk. In de echt verbonden zijn, getrouwd zijn.
EVRM
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens - Verdrag getekend in 1950 in Rome om onder andere fundamentele vrijheden te waarborgen.
Egalité devant les charges publiques
Een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur (abbb), rechtsprincipe dat iedereen gelijk behandeld dient te worden.
Exceptio non adimpleti contractus
opschortingsrecht bij een overeenkomst
Exploot
door een deurwaarder opgemaakte akte waarin hij verslag doet van het betekenen.

F[bewerken]

Fair trial
Beginsel van een eerlijk proces, vastgelegd in onder andere artikel 6 EVRM.
Fiscaal recht
Belastingrecht.
Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst - Economische Controledienst
afkorting:FIOD-ECD - Speciale opsporingsdienst onder de hoede van het ministerie van Financiën, onderzoekt belastingmisdrijven.
Formeel recht
Wetgeving die is opgesteld om materieelrechtelijke (inhoudelijke) wetten af te dwingen. Dit komt meestal neer op proces-, beslag- en executierecht. Er bestaat zowel formeel privaatrecht (burgerlijk procesrecht) als formeel publiekrecht (bestuurs- en strafprocesrecht).
Formele wet
Wetten, zoals die door de wetgever zijn aangenomen, volgens de procedure van art. 81 Grondwet (Staten-Generaal en regering tezamen).
Fundamentele vrijheden
Vrijheden die door niets of niemand ontnomen mogen worden, ook niet door wetgeving.

G[bewerken]

H[bewerken]

Horizontale werking
Wanneer regels gelden tussen burgers onderling.

I[bewerken]

In dubio pro reo
Wanneer er twijfel bestaat, krijgt de verdachte de voordeel van de twijfel.
Ius cogens
Dwingend recht.

J[bewerken]

Jus cogens
alternatieve spelling voor ius cogens.

K[bewerken]

L[bewerken]

M[bewerken]

Mala fide
Te kwader trouw, zonder oprechte bedoelingen.
Memorie van Antwoord
Antwoord van de minister(s) op een wetsvoorstel.
Memorie van Toelichting
Verklaring van de minister(s) over het doel en inhoud van een wetsvoorstel, de motivering van het wetsvoorstel. Wordt veelal gebruikt voor een teleologische interpretatie van een wet.
MvA
Zie Memorie van Antwoord
MvT
Zie Memorie van Toelichting

N[bewerken]

Ne bis in idem
Niet twee keer worden berecht voor hetzelfde delict.
Nemo iudex in causa sua
Toepassing van het beginsel van onpartijdigheid van de rechter. Het is de rechter verboden een zaak te behandelen waarin hij persoonlijke belangen heeft. Mogelijke sanctie hierop is de wraking.
Nemo tenetur se ipsum accusare
Niemand is gehouden tegen zichzelf (bewijs) te leveren

O[bewerken]

Objectief recht
Het geheel van voor iedereen geldende rechtsregels.
Obligatoir
Verbintenisscheppend.

P[bewerken]

Pacta sunt servanda
Afspraken moet men dienen. Regels moeten worden nageleefd.

Ook: Verdragen en overeenkomsten moeten worden nagekomen.

Prejudiciële vragen
Vraag van een rechter aan een hogere rechterlijke instantie over hoe hij het recht moet interpreteren. De rechter beschikt over die mogelijkheid ten aanzien van het Europese Hof van Justitie, het Benelux-Gerechtshof en het Grondwettelijk Hof (het vroegere Arbitragehof) (dit laatste enkel in België). Vergelijk: acte clair en acte éclairé.

Q[bewerken]

Quid pro quo
Iets voor iets. Vergelijk: do ut des.

R[bewerken]

verbod van Reformatio in peius
een burger mag door het instellen van bezwaar of beroep er niet nog slechter voor komen te staan dan wanneer hij dat niet had ingesteld.

Rubrica (legis) est lex: de titel van de wet is zelf wet. Artikelen kunnen onverbindend zijn als zij uit de contekst van hun afdeling worden gelezen. Zo is kortsluiting in het bestuursprocesrecht alleen van toepassing op voorlopige voorzieningen en niet daar buiten.

S[bewerken]

Species van het genus
Specifieke wetgeving, afwijkend van de hoofdregel.
Semper certa est mater etiamsi vulgo conceperit; pater vero est, quem verae nuptiae demonstrant
Moederschap is vanzelfsprekend, vaderschap moet worden aangetoond.
Substance over form
Beginsel waarin een rechter of de overheid de werkelijke situatie mag laten prevaleren boven de formele juridische situatie, wanneer deze laatste te gekunsteld en onrealitisch is (bijvoorbeeld een brievenbusvennootschap).

T[bewerken]

Terbeschikkingstelling
Strafrecht: Een maatregel opgelegd door de rechter voor verplichte opname na het plegen van een strafbaar feit waarbij bij de dader een psychische stoornis aanwezig was, waardoor de dader ontoerekeningsvatbaar is verklaard. (Zie: Terbeschikkingstelling (strafrecht))
Fiscaal recht: Wanneer een vermogensbestanddeel ter beschikking is gesteld, meestal aan een verbonden persoon waarover belasting moet worden betaald. (Zie: Terbeschikkingstellingsregeling).

U[bewerken]

Una via (afkorting van Electa una via non datur recursus ad alteram)
Ongeschreven regel volgens dewelke een persoon die door een misdrijf benadeeld werd moest kiezen tussen de strafrechtbank en de burgerlijke rechtbank, waarna hij zijn keuze niet meer mocht veranderen.

Voorbeeld: de belastingdienst kan in sommige gevallen kiezen een belastingplichtige bestuursrechtelijk of strafrechtelijk te vervolgen. De belastingdienst zal in dat geval een van de twee moeten kiezen en mag bovendien niet meer op die keuze terugkomen.
Ook: Het Una via-principe is ook van toepassing bij het hoger beroep: tegen een verstekvonnis kan men zowel verzet als hoger beroep instellen. De ene keuze sluit de andere keuze echter uit.

V[bewerken]

verdachte
Een natuurlijk persoon tegen wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit, of een persoon waartegen een vervolging is gericht.
Verdrag
Overeenkomst tussen staten. Synoniemen: conventie, pact.
Verdrag van Rome
Elk verdrag dat in Rome is gesloten. Er zijn twee zeer bekende verdragen van Rome: het Verdrag getekend in 1950 om fundamentele rechten en vrijheden vast te leggen. Wordt vaak afgekort tot EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Het andere bekende Verdrag van Rome is dat ter oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de feitelijke voorloper van de huidige Europese Unie; dit verdrag werd op 25 maart 1957 ondertekend door de Beneluxlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk en Italië.
Vermogen
Het geheel van goederen en schulden van een rechtssubject.
Verticale werking
Wanneer regels gelden tussen de staat en de burger.
Verticale directe werking
Wanneer een burger zich mag beroepen op regels teneinde een geschil met de staat te beslechten. Niet alle regels hebben verticale directe werking, de burger mag zich dus niet altijd beroepen op rechtsregels.
Vis absoluta
Absolute overmacht in strafrechtelijke zin.
Vis compulsiva
Relatieve overmacht in strafrechtelijke zin (psychische overmacht en overmacht-noodtoestand).

W[bewerken]

X[bewerken]

Y[bewerken]

Z[bewerken]