Gloster Meteor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gloster Meteor
Gloster meteor.jpg
Algemeen
Rol Jachtvliegtuig
Bemanning 1 (2 voor de T.7)
Varianten F.1-4, 8, FR.5, 9, T.7, PR.10, NF.11-14, U.15, 16, TT.20, U.21
Status
Gebruik RAF (1943-?), Nederland (1948-1959)
Afmetingen
Lengte 13,89 m
Hoogte 3,96 m
Spanwijdte 11,32 m
Vleugeloppervlak 32,52 m²
Gewicht
Leeggewicht 4846 kg
Max. gewicht 7121 kg
Krachtbron
Motor(en) 2× Rolls-Royce Derwent 8 turbojets
Stuwkracht elk 15,6 kN
Prestaties
Topsnelheid 960 km/h
Klimsnelheid 35,6 m/s
Actieradius 965 km
Dienstplafond 9145 m
Bewapening
Boordgeschut 4×20mm British Hispano kanonnen
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

De Gloster Meteor was de eerste operationele Britse straaljager. Het prototype vloog in 1943. Het eerste in reeks gebouwde exemplaren werden op 27 juli 1944 bij het 616 Squadron van de Royal Air Force ingezet. De Meteor was tussen 1948 en 1959 in gebruik bij de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht, en ook de Belgische luchtmacht beschikte tijdens de Koude Oorlog ook over dit toestel.

De Meteor was de Britse tijdgenoot en tegenhanger van de Duitse Messerschmitt Me-262, die in de zomer van 1944 door de Luftwaffe in gebruik was genomen. De eerste proefvluchten gebeurden al in 1943. Het was een zuivere onderscheppingsjager. Waar de Duitse Me-262 uitgerust was met twee co-axiale turbines, had de Meteor twee centrifugale turbines. De eerste Meteors werden geleverd aan 616 sqadron, dat op het vliegveld van Manston gestationeerd was. De toestellen werden ingezet tegen de onbemande V1 vliegende bommen. De Britten vermeden ze in te zetten boven Duitsland om te voorkomen dat een exemplaar in vijandelijke handen zou vallen. Om dezelfde reden was de Me-262 uitsluitend boven Duitsland actief.

De Meteor was uitgerust met twee Rolls Royce Derwent motoren. Wegens het hoge brandstofvergruik werden de toestellen alleen als onderscheppingsjagers gebruikt. De Derwent-motoren verbruikten per uur ongeveer 1800 liter kerosine.

De prestaties van de Meteor waren in 1944 uitzonderlijk. Het toestel haalde een maximumsnelheid van 960 km per uur, terwijl schroefvliegtuigen snelheden van hooguit 750 km per uur konden behalen. Het klom tot een hoogte van 10.000 meter in 7 minuten. De Meteor was ontworpen als onderscheppingsjager en werd ook uitsluitend in die rol aangewend.

Na de oorlog werden verschillende records gevestigd met het vliegtuig. Group Captain Wilson haalde op 7 november 1945 een uursnelheid van 975 km boven Herne Bay in Kent. In 1946 haalde Group Captain Donaldson in een Meteor F4 een snelheid van 991 km per uur. Testpiloot Roland Beaumont haalde in 1946 de absulute topsnelheid van 1.017 km per uur.

De Meteor werd na de Tweede Wereldoorlog door Groot-Brittannië geëxporteerd. Hij werd behalve bij de Royal Air force ook het standaard-jachtvliegtuig van de Australische, de Belgische en de Nederlandse luchtmachten en kwam ook in gebruik bij de Israëlische luchtmacht.

De Nederlandse en de Belgische toestellen werden onder licentie in Nederland gebouwd door Fokker: 150 voor de KLu en 150 voor de BLu. Tussen 1948 en 1954 had de Belgische luchtmacht negen squadrons van 16 toestellen, aanvankelijk van de versie Meteor F4, daarna van de nieuwere versie F8. Er was ook een nachtjachtversie: de tweezits Meteor NF11 die met radar was uitgerust.

In Nederland gebeurden met de Meteor heel wat ongelukken en ging ongeveer 50% van de toestellen verloren door crashes. De KLu-vlieger Piet Schmidt Crans moest tot drie keer toe zijn toestel verlaten wegens mankementen: bij Volendam, boven Leeuwarden en nabij Soest. Daar stortte zijn Meteor in een brandvijver. Ongeveer 600 KLu-piloten hebben met de Gloster Meteor gevlogen, onder andere vanaf Vliegbasis Woensdrecht. Een bekende Nederlandse vlieger van de Meteor is Jan van Arkel, hij bracht een lange rij onderscheidingen mee uit zijn oorlogsjaren bij het Nederlandse 322ste RAF-quadron.

Van de Meteor had de Nederlandse luchtmacht circa 260 exemplaren in dienst. De eerste generatie had nog geen schietstoel, vanaf de versie Meteor F8 werd een Martin-Baker schietstoel ingebouwd. Bij Fokker aan de Papaverweg in Amsterdam-Noord en Aviolanda in Papendrecht werden in totaal 330 Meteors gebouwd, de eerste naoorlogse bouwopdracht voor de Nederlandse luchtvaartindustrie.

Na 1950 werd de Meteor qua technologie voorbijgestreefd door nieuw ontworpen toestellen. Zo was hij geen partij voor de nieuwe MiG-15's van de Sovjets of de North American F-86 Sabre van de Amerikanen die de geluidsmuur konden doorbreken. Pas met de komst van de Hawker Hunter in 1954 zouden de RAF en de BLu en de KLu over supersone vliegtuigen beschikken.

Er werden tussen 1942 en 1954 in totaal 3.947 Meteors gebouwd van verschillende versies. Het talrijkst waren die van de versie Meteor F8. Bij de RAF gingen 890 toestellen door ongelukken verloren, 450 piloten vonden daarbij de dood.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]