Golgiapparaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Golgi-apparaat)
Ga naar: navigatie, zoeken
Schema van een dierlijke cel

1. Nucleolus, 2. Celkern, 3. Ribosoom, 4. Vesikel, 5. Ruw endoplasmatisch reticulum, 6. Golgiapparaat, 7. Cytoskelet, 8. Glad endoplasmatisch reticulum, 9. Mitochondrion, 10. Vacuole, 11. Cytoplasma, 12. Lysosoom, 13. Centriool

Het golgiapparaat,[1] golgisysteem, golgicomplex[1] of de apparatus reticulatus internus[2] behoort tot het endomembraansysteem van een cel. Dit systeem bevat het kernmembraan, de celkern (nucleus), het endoplasmatisch reticulum, het golgiapparaat, de lysosomen en verschillende soorten vacuolen (grote vacuolen komen enkel voor in plantaardige cellen, in dierlijke cellen komen alleen kleintjes voor). Het is genoemd naar de Italiaan Camillo Golgi die in 1898 het bestaan ervan in zenuwcellen ontdekte. Later bleek het in allerlei cellen voor te komen van onder andere klieren.

In het golgiapparaat worden de producten afkomstig van het endoplasmatisch reticulum (ER) omgebouwd en opgeslagen, om dan later naar andere bestemmingen verscheept te worden. Het is niet verwonderlijk dat vooral de cellen van secretie-organen bijzonder veel golgiapparaten bezitten.

Celkern, endoplasmatisch reticulum en golgiapparaat. (1) Celkern. (2) Kernporie. (3) Ruw endoplasmatisch reticulum (RER). (4) Glad endoplasmatisch reticulum (SER, de S komt van Smooth). (5) Ribosoom op het RER. (6) Eiwitten die getransporteerd worden. (7) Transportblaasje. (8) Golgi-apparaat. (9) Cis-kant van het golgi-apparaat. (10) Trans-kant van het golgi-apparaat. (11) Cisternen van het golgiapparaat. (12) Secreetblaasje. (13) Celmembraan. (14) Afgescheiden eiwitten. (15) Cytoplasma. (16) Extracellulaire ruimte

Opbouw[bewerken]

Het golgiapparaat bestaat uit een stapel platte cisternen met enige ruimte ertussen. De cisternen zijn met hun cis-kant richting celkern gekeerd en met hun trans-kant richting het buitenste celmembraan. De gevormde blaasjes die de eiwitten bevatten, zullen naar het celmembraan toe drijven, om in het celmembraan ingebouwd te worden (bv. kanaaleiwitten, receptoreiwitten,...) of om hun inhoud extracellulair vrij te geven. In sommige gevallen (peroxisomen en lysosomen) zullen de blaasjes ook blijven ronddrijven in het cytoplasma van de cel.

Werking[bewerken]

Transportblaasjes met eiwitten gemaakt door ribosomen op het ruw endoplasmatisch reticulum worden vervoerd naar het golgiapparaat, waar ze hun eiwitten afleveren aan het lumen (de ruimte binnen het golgiapparaat). De eiwitten worden door de membranen getransporteerd en op hun weg veranderd in een eindproduct. Hoe dit transport precies werkt is pas kort geleden ontdekt. Het golgiapparaat vormt zelf nieuwe cisternen (cisternae) en verwijdert de oude waardoor de eiwitten in de nieuwe cisternen (cisternae) vrijkomen. Als de eiwitten de trans-kant bereiken, vormen ze blaasjes die, als ze een bepaalde grootte bereiken, als secreetkorrels richting het celmembraan getransporteerd worden via microtubili en -filamenten. Als de eiwitten in de blaasjes een rol te vervullen hebben buiten de cel zelf, dan zullen de blaasjes via exocytose hun inhoud extracellulair vrijgeven. Het golgiapparaat maakt ook de lysosomen aan. Dit zijn blaasjes die partikels, ingenomen door fagocytose of pinocytose, of oudere celdelen verteren, zodat de bouwstoffen voor andere zaken kunnen gebruikt worden.

Functie[bewerken]

Over de betekenis van het golgiapparaat lopen de meningen uiteen. Het lijkt aannemelijk dat het apparaat onder andere een functie heeft als 'voorraadschuur' voor het materiaal waaruit de celmembraan is opgebouwd. Het celmembraan is een van de delen van de cel die voortdurend vernieuwd moeten worden. Dit gebeurt door een van de membranen van het golgiapparaat in de celmembraan 'in te bouwen'.

Het golgiapparaat kan ook stoffen produceren die voor afscheiding naar buiten de cel bestemd zijn. In kliercellen is het golgiapparaat doorgaans goed ontwikkeld, net als in cellen die veel lysosomen nodig hebben voor vertering.

Het komt er op neer dat juist-geconformeerde proteïnen van het endoplasmatisch reticulum naar het golgiapparaat worden getransporteerd via transportvesikeltjes. Daar gebeurt een verdere verwerking: de eiwitten worden geknipt en er worden suikerketens of vetzuren aan toegevoegd. En dan wordt gesorteerd voor transport naar de lysosomen, secretievesikels (voor buiten de cel) of naar het celmembraan. De signaalsequentie (=de specifieke opeenvolging van aminozuren) bepaalt de eindbestemming.

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Bohn Stafleu Van Loghum, Houten.
  2. International Committees on Veterinary Gross Anatomical Nomenclature, Veterinary Histological Nomenclature, & Veterinary Embryological Nomenclature (1994). Nomina Anatomica Veterinaria together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica Veterinaria. Zürich/Ithaca/New York.