Gorlice-Tarnów-offensief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gorlice-Tarnów offensief
Onderdeel van de Eerste Wereldoorlog
Gorlice-Tarnów doorbraak en Russische terugtrekking
Gorlice-Tarnów doorbraak en Russische terugtrekking
Datum 1 mei tot 18 september 1915
Locatie Bij Gorlice en Tarnów
Resultaat Ineenstorting van de Russische linies
Strijdende partijen
VlagKeizerrijk Rusland Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svgOostenrijk-Hongarije
Commandanten
VlagRadko Dimitriev Flag of the German Empire.svgAugust von Mackensen
Verliezen
240.000 90.000

Het Gorlice-Tarnów offensief was een Duits offensief aan het oostfront in de Eerste Wereldoorlog. Het offensief vond plaats in mei en september 1915 en werd uitgevochten tussen het Keizerrijk Rusland en de Centralen.

Het offensief startte als een klein offensief om de Russische druk op de Oostenrijk-Hongaarse linies te verlichten, maar resulteerde in de totale ineenstorting van de Russische linies en hun terugtocht ver Rusland in. Het offensief eindigde door het slechte weer in oktober.

Het offensief[bewerken]

De Duitse Chef van de Staf, Erich von Falkenhayn, besliste om een groot offensief in het Gorlice-Tarnów gebied uit te voeren, aan het verre zuideinde van het oostfront. In april 1915 werd het recent gevormde Duitse zesde leger (10 infanteriedivisies) onder generaal August von Mackensen overgeplaatst van het westelijk front. Samen met het Oostenrijkse vierde leger (acht infanterie- en een cavaleriedivisies onder Aartshertog Josef Ferdinand) moesten zij het opnemen tegen het Russische derde leger (18½ infanterie- en 5½ cavaleriedivisies), onder generaal Radko Dimitriev), die deze sector verdedigden.

Generaal Mackensen had het bevel gekregen over zowel de Duitse als de Oostenrijks-Hongaarse legers en op 1 mei, na een hevig artilleriebombardement, viel hij aan en verraste de Russen. Hij concentreerde 10 infanterie- en één cavaleriedivisies (126.000 man, 457 lichte, 159 zware artillerie stukken en 96 mortieren) op 35 kilometer van de doorbraaksector van de frontlinie welke het op namen tegen vijf Russische divisies (60.000 man met 141 lichte en vier zware artilleriestukken). De Russische verdediging werd vernietigd en de linies braken. Het derde leger werd achtergelaten in vijandelijke handen, ongeveer 140.000 man werden gevangengenomen en het derde leger hield nagenoeg op te bestaan als vechtende eenheid.

De Russen waren gedwongen terug te trekken en de centralen heroverden Galicië. De Russische dreiging tegenover Oostenrijk-Hongarije was verdwenen. De linies stabiliseerden rond 1 juni en de centralen waren op zijn diepst 160 kilometer opgerukt in vijandelijk gebied. Oostenrijk-Hongarije kon zich nu richten op de dreiging vanuit Italië, dat zich inmiddels had aangesloten bij de Entente.

Referenties[bewerken]