Gotthard Heinrici

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gotthard Heinrici
Günther von Kluge en Gotthard Heinrici in 1943
Günther von Kluge en Gotthard Heinrici in 1943
Bijnaam Unser Giftzwerg ('onze giftige dwerg')
Geboren 25 december 1886
Gumbinnen, Oost-Pruisen, Duitse Keizerrijk
Overleden 13 december 1971
Endersbach (Weinstadt), West-Duitsland
Begraven Freiburg im Breisgau
Religie Lutheranisme
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Rijk
Flag of Germany (3-2 aspect ratio).svg Weimarrepubliek
Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1905 - 1945
Rang General Kragenspiegel.jpg Generaloberst Epaulette.jpg Generaloberst
Eenheid XXXXIII.Armeekorps
4e Leger (Duitsland)
1. Panzerarmee (Wehrmacht)
Heeresgruppe Weichsel
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Onderscheidingen Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden

Gotthardt Heinrici (Gumbinnen, 25 december 1886Endersbach, 13 december 1971) was een Duitse generaal in het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Levensloop[bewerken]

Persoonlijk leven[bewerken]

Heinrici werd geboren met Kerstmis. Er zijn maar weinig dingen bekend over zijn persoonlijke leven. Hij was een neef van generaal Gerd von Rundstedt en getrouwd met Gertrude Heinrici, een half-Jodin. De familie ontving een Deutschblütigkeitserklärung ('verklaring van Duitse komaf') van Adolf Hitler. De Heinricis hadden twee kinderen, een jongen en een meisje.

Als zoon van een lutherse predikant was Heinrici een religieus man. Hij ging geregeld naar de kerk. Zijn geloof maakte hem echter niet bepaald populair in de nazi-hiërarchie, en hij stond op slechte voet met rijksmaarschalk Hermann Göring en Hitler. Dit was mede vanwege het feit dat hij geen lid wilde worden van de nazipartij.

Vroege militaire carrière[bewerken]

De Heinrici-familie was een militair geslacht. Al sinds de 12e eeuw dienden leden van de familie in het leger. Gotthard Heinrici zette deze traditie voort door op 8 maart 1905 lid te worden van het 95e Infanterieregiment. Hij was toen 19 jaar oud. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht Heinrici mee aan zowel het oost- als westfront. Hij kreeg hiervoor meerdere onderscheidingen, waaronder het gewondeninsigne, het IJzeren Kruis Ie Klasse, de Hertog Carl Eduard-Medaille met de Zwaarden en het Carl Eduard-Oorlogskruis. Hij nam deel aan de Slag bij Tannenberg. Heinrici werd slachtoffer van gifgas, maar overleefde dit.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Ook in de Tweede Wereldoorlog diende Heinrici in het Duitse leger. Net als in de Eerste Wereldoorlog was hij actief op beide fronten. Hij bouwde een reputatie op als een van de meest succesvolle defensiespecialisten van de Duitse landmacht.

Tijdens de Blitzkrieg in de Slag om Frankrijk was Heinrici’s legereenheid onderdeel van Kolonel-generaal (Generaloberst) Wilhelm Ritter von Leebs Heeresgruppe C. Hij had het bevel over het XIIe legerkorps, welke onderdeel uitmaakte van het eerste leger. Heinrici slaagde erin om op 14 juni 1940 door de Maginotlinie te breken. In 1941, tijdens Operatie Barbarossa, diende Heinrici in het Tweede Pantserleger onder Heinz Guderian. Hij kreeg als generaal van het XXXXIIIe legerkorps het Ridderkruis.

Op 26 januari 1942 kreeg Heinrici het bevel over het 4e leger. Deze eenheid was van cruciaal belang voor de Duitse verdedigingslinie in de richting van Moskou. Het 4e leger hield onder Heinrici’s bevel tien weken stand tegen het Sovjet-leger, dat 530.000 man verloor tegenover 'maar' 35.000 verliezen (waarvan 10.000 gesneuveld of vermist)voor het vierde leger. Heinrici’s troepen waren soms zwaar in de minderheid. Tijdens deze periode ontwikkelde Heinrici een van zijn bekendste tactieken: als hij wist dat er een Sovjet-aanval aan zat te komen liet hij al zijn troepen zich terugtrekken op een achterwaarts gelegen linie zodat ze niet werden getroffen door het artilleriespervuur. Daarna liet hij ze meteen weer oprukken naar de oorspronkelijke linie om het aanvallende leger tegen te houden.

Eind 1943 werd Heinrici op bevel van Göring overgeplaatst naar een herstelhuis. Zogenaamd omdat hij in slechte gezondheid zou verkeren, maar in werkelijkheid als straf voor het feit dat hij had geweigerd om Smolensk plat te branden als onderdeel van de tactiek van de verschroeide aarde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij tweemaal een tweemaandelijks verlof. Eerst van 6 juni tot 13 juli 1942, en later van 1 juni tot 31 juli 1943. Een van deze verlofperiodes was mogelijk omdat hij hepatitis zou hebben opgelopen.

In de zomer van 1944, na acht maanden gedwongen rust, werd Heinrici naar Hongarije gestuurd en kreeg het bevel over de Duitse eerste pantsereenheid en het Hongaarse eerste leger. Op 3 maart 1945 kreeg Heinrici het Ridderkruis van het IJzeren Kruis met de Zwaarden en Eikebladeren.

Op 20 maart 1945 verving Heinz Guderian Heinrich Himmler door Heinrici als commandant van de Heeresgruppe Weichsel aan het oostfront. Vanuit deze positie had Heinrici het bevel over twee legers: de derde pantsereenheid geleid door generaal Hasso von Manteuffel en het negende leger geleid door generaal Theodor Busse. Heinrici moest voorkomen dat de Sovjets de Oder zou oversteken. Hij had echter te lijden onder tekort aan soldaten en materialen, en het feit dat Hitler dacht dat het Sovjetleger Berlijn niet aan zou vallen. In werkelijkheid waren de Sovjets snel opgetrokken naar het Westen, onder bevel van maarschalken Georgi Zjoekov en Ivan Konev. Tevens naderden de Engelse en Amerikaanse legers Berlijn vanuit het westen.

Op 15 april ontmoette Heinrici architect Albert Speer en luitenant-generaal (Generalleutnant) Helmuth Reymann om met hen de tactiek van de verschroeide aarde te bespreken. Speer en Heinrici waren beide tegen het gebruik van deze tactiek. Hoewel Reymann weigerde om met Speer samen te werken, beloofde hij om Heinrici te informeren alvorens deze tactiek te gebruiken.

Op 16 april begon de eerste fase van de Slag om Berlijn. Al snel werd duidelijk dat de Heeresgruppe Weichsel de Sovjets niet tegen kon houden. Heinrici gaf zijn soldaten eind april dan ook het bevel zich terug te trekken uit Wollin. Dit terwijl Hitler had aangegeven dat er geen bevel tot terugtrekking mocht worden gegeven zonder zijn persoonlijke toestemming.

Op 28 april zag de Duitse veldmaarschalk Wilhelm Keitel hoe de soldaten zich terugtrokken richting het noorden, in plaats van juist naar Berlijn te gaan. Ze hoopten een doorbraak van de Sovjets in Neubrandenburg te voorkomen.[1] Heinrici had echter met dit bevel de orders van Keitel en zijn rechterhand, generaal Alfred Jodl, geschonden. Keitel ging woedend op zoek naar Heinrici, en vond hem vlak bij Neubrandenburg. Hij beschuldigde Heinrici van insubordinatie, lafhartigheid, verraad en sabotage.[1] Keitel onthief Heinrici uit zijn functie als commandant.

Heinrici trok zich hierop terug naar Plön, waar hij zich op 28 mei 1945 overgaf aan het Britse leger.

Na de oorlog[bewerken]

Na gevangen te zijn genomen door de Britten, werd Heinrici opgesloten in Island Farm, waar hij bleef tot aan zijn vrijlating op 19 mei 1948. Hij werd wel drie weken even overgeplaatst naar een kamp in de Verenigde Staten.

Na de oorlog werden Heinrici’s dagboeken en brieven verzameld in een boek getiteld getiteld Morals and behaviour here are like those in the Thirty Years’ War. The First Year of the German-Soviet War as Shown in the Papers of Gnl. Gotthard Heinrici. Hij werd ook prominent behandeld in Cornelius Ryans boek, The Last Battle.

Militaire loopbaan[bewerken]

Zie voor meer informatie over Duitse rangen eventueel ook het artikel Duitse militaire rang in de Tweede Wereldoorlog

Decoraties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Fellgiebel, Walther-Peer. Die Träger des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939-1945. Friedburg, Germany: Podzun-Pallas, 2000. ISBN 3-7909-0284-5.

  1. a b "The Decline and Fall of Nazi Germany and Imperial Japan", Hans Dollinger, Library of Congress Catalogue Card Number 67-27047, p. 171