Goudborduren
Goudborduren (goldwork embroidery) is een ambachtelijke borduurtechniek waarbij men op het weefsel gelegde gouddraden, meestal met kleine steekjes garen vanaf de onderkant, op de stof vastzet. Men karakteriseert deze techniek van het borduren met een zijden of katoenen draad, die met een dun reepje metaal is omwikkeld, met de internationale termen couching en surface embroidery.
Dit in tegenstelling tot het zogenaamde canvas work, dat slechts kan worden uitgevoerd met een eenvoudige goudkleurige (niet met metaal omwikkelde) draad die glad genoeg is om door de ondergrond te steken en geschikt is om er bijvoorbeeld ook mee te kunnen tamboereren [1].
De uit het Oosten afkomstige technieken verspreidden zich in de loop der eeuwen onder verschillende namen en in vele verschijningsvormen. Aan vele hoven blonken de goudgeborduurde arabesken en bladmotieven op galakleding en uniformen. Goudborduursels sierden de kleding en toebehoren tijdens de ere- en gebedsdiensten van uiteenlopende godsdiensten. Men ziet goudborduurwerk binnen de christelijke, islamitische [2] en joodse [3] [4] tradities.
Inhoud |
Materiaal en structuur [bewerken]
- In diverse landen maakt men draad met een katoenen of zijden kern, omwonden met een dun reepje goud op zilver (of white metal) of goud op verzilverd koper.
- Met metaal omwikkelde, op de oppervlakte van de stof liggende draden worden vastgezet met een andere draad, die de stof doorboort. (couching)
- De vaak zijden kern is slechts bij uitzondering omwikkeld met puur goud. Vaker gebruikt men verguld zilver of onedel metaal.
- Ook als de kern omwikkeld is met imitatie koper, zilver of goud (klatergoud of tinsel), gebruikt men de term goudborduurwerk.
- Als de gouddraad in de stof is meegeweven noemt men het weefsel brokaat.
Het Nieuw en volkomen woordenboek van konsten en weetenschappen... ,[5] uit 1772 meldt:
-
- Goud Draad of Gesponnen Goud is een Plat gemaakt Goud dat over eenen Zyden Draad Omwonden of Gelegd is, door het zelve met een Wiel of Yzere Klossen te twernen.[6]
Over de manier waarop men het goud "trok" vermeldt men:
-
- Een Rol Vormige Staaf Zilver Opper Vlakkig Verguld, of in “t Vuur met goud Overtoogen, en daarna vervolgens door een Groot Getal kleine Ronde Gaatjens van een Draad trekkend Yzer getrokken word, de een kleinder zijnde dan den ander, tot het zelve niet dikker is als een Haair van “t Hoofd. en voegt eraan toe: eer het Goud draad tot deze ongemeene fynheid gebracht word, het zelve door meer dan Honderd en Veertig verschillende Gaten getrokken word.
Een grote verscheidenheid aan effecten wordt bereikt met de verschillende soorten en kwaliteiten draad; onder meer:
- Passing is het eenvoudigste soort. Het is goudkleurig of in oudere soorten oranje. De zilveren variant is wit of grijs.
- Japan, ook Jap genoemd, is de goedkopere variant; de kern is omwonden met een reepje metaalkleurig folie of papier.
- Bullion of Purl gouddraad lijkt op een dunne spiraal, die op de stof kan worden vastgezet. Soms gebruikt men stukjes als franje.
- Jaceron of Parel purl lijkt op bullion; de bredere en de licht bollende windingen van de spiraal suggereren, na met kleine steekjes te zijn vastgezet, een snoer van ronde vormen.
- Lizerine is een dergelijk draad met brede platte windingen. Check purl, Faconnee en Crimped purl zijn variaties waarmee men gefacetteerd of regelmatig gekrulde effecten bereikt.
- Militair draad bestaat uit twee regelmatig aan elkaar geluste gouddraden, die met een derde draad worden vastgezet.
Verschillen in structuur van de borduursels ontstaan door de afstand tussen de steekjes waarmee men de gouddraden vastzet, met een zekere regelmaat te variëren. Bij de techniek, die men in het Engels bricking noemt, laat men de vanaf de onderkant aangebrachte steekjes, waarmee men de naast elkaar op de stof gelegde gouddraden bevestigt, steeds een halve afstand “verspringen”. Vanaf de bovenkant gezien ontstaat daardoor in de gouddraden een regelmatig patroon, dat aan de voegen in een bakstenen muur doet denken. Door draden tegen elkaar (of haaks ten opzichte van elkaar) op de stof te leggen en in verschillende kleuren en afstanden vast te zetten creëerde men, niet zelden in reliëf, effecten die men onder meer terugziet in de kleding van heiligen en ander kerkelijk borduurwerk. Verfijnde vormen van dit principe, dat men or nué noemt, zijn in onze streken sinds de 15e eeuw bekend.
Europa [bewerken]
Vroege voorbeelden van goudborduurwerk zijn onder meer: de 9e-eeuwse Angelsaksische fragmenten, aangebracht op liturgische gewaden die zijn vernoemd naar Sint-Harlindis en Sint-Relindis. De fragmenten, waarin draden van paardenhaar omwikkeld met getrokken goud zijn verwerkt, bevinden zich in de Sint-Catharinakerk in het Belgische Maaseik. Een fragment uit dezelfde periode bevindt zich in het museum van de Basiliek van Sint Ambrosius in Milaan. Het tapijt van Bayeux uit de 11e eeuw is uitgevoerd in verschillende steken, en couched aangebracht gouddraad. Het Nationaal Museum in Stockholm toont, naar men aanneemt uit het Oosten afkomstig goudborduurwerk, dat men aantrof in graven van Vikingen in het Zweedse Birka.
De stijl waarin Engelse middeleeuwse goudgeborduurde kerkelijke artefacten zijn uitgevoerd noemt men Opus Angelicum.
Niet vertrouwd met een mogelijk oostelijker herkomst noemde de Romeinse Plinius alle borduurwerk: opus Phrygium (Frygisch werk). De term: aurum Phrygium (Frygisch goud), die in zijn tijd gebruikelijk was voor met goud (aurum) doorschoten textiel, suggereerde een Anatolische herkomst. Het Latijnse auriphrygium is mogelijk de oorsprong van het Engelse middeleeuwse woord orphreys [7] en het Nederlandse aurifries (rijk geborduurde randen op kerkelijk borduurwerk).
Kostuums van heersers en religieuze hoogwaardigheidsbekleders, kledingstukken van politici en diplomaten en de uniformen van hofhoudingen en legers zijn eeuwenlang geborduurd met goud- en zilverdraad. Status en rang kwamen tot uiting in de hoeveelheid en kwaliteit van het borduursel. Het paar zijden met goudborduurwerk gevoerde mouwen dat Jane Seymour draagt op het portret dat Hans Holbein de Jonge in 1537 van haar maakte was zo bijzonder dat het apart in haar inventaris stond vermeld als item oone peir of sleeveis of crymsen satten embraudred with Venice gold. [8]
Het ambacht werd binnen gilden door mannen beoefend. Men beheerste specifieke technieken voor het vaak polychroom borduren van teksten, dieren en bloemen. De manufacturen verkochten exclusieve stoffen, fluweel, passement en kloskant en weefden stoffen met eigen kleuren en patronen. Een diepgaande kennis van heraldiek, geschiedenis, hagiografieën en liturgie was noodzakelijk. Aan de liturgische gewaden werden strikte eisen gesteld qua kleur en materiaal. Binnen de manufactuur werkten ook specialisten als lakensnijders en patroontekenaars. Veel manufacturen waren familiebedrijven, waar de kennis van generatie op generatie werd doorgegeven. In de neogotische periode evenaarde het ambacht het niveau van de 15e eeuw. Met de opkomst van de borduurmachine verloren veel manufacturen hun klanten en sloten hun deuren. In België en Nederland waren er verschillende internationaal bekende manufacturen zoals:
- Grossé, Brugge.
- Van Severen, Sint-Niklaas.
- Slabbinc, Brugge.
- F. Stoltzenberg, Roermond.
- H. Fermin, Delft en Den Haag.
- Paulus Sutorius & Co, Amsterdam.
- H. Funnekotter, Delft en Rotterdam.
- C.H. de Vries, Amsterdam.
Er zijn weinig oude gewaden zonder 19e-eeuwse restauraties bewaard gebleven. Het goudborduren wordt onderwezen aan de Royal School of Needlework. In Spanje wordt de kennis in broederschappen doorgegeven. Het ambachtelijke goudborduren in reliëf is zeldzaam geworden. Het eenvoudige goudborduren wordt beoefend als vrijetijdsbesteding.
Centraal-Azië [bewerken]
Archeologen vonden in de omgeving van Tasjkent in de voormalige Sovjetrepubliek Oezbekistan sporen van goudborduurwerk uit de 1e en 2e eeuw na Chr. Bronnen over de strijd van de Arabieren in de 8e eeuw vermelden de rijk van goudborduurwerk voorziene uitmonstering van de Sogdische veldheren. De historicus Melikho meldt dat er in de 12e eeuw in Samarkand een wijk werd bewoond door goudborduurders. Sinds de 16e eeuw geldt het nabijgelegen Buchara, een van de oudste steden aan de Zijderoute, als het centrum voor de vervaardiging van goudborduurwerk. [9] Miniaturen en historische bronnen uit de periode tussen de 10e en 16e eeuw verwijzen naar de faam van het goudborduurwerk uit Buchara, Samarkand en het Perzische Herat. Een geroemd goudborduurder was de dichter Fitrat Zardus (1664-1721). Men onderscheidde de borduurtechnieken Zardusi-zaminduzi: de bedekkende en Zardusi-gulduzi: de florale. De borduursels werden vaak over een fillet (een uit karton of leer gesneden vorm) op een ondergrond van zijdefluweel en een katoenen steunlaag aangebracht. 18e-eeuwse stukken zijn hier schaars. Ook nadat het Emiraat Buchara in 1868 een Russisch protectoraat werd vervaardigde men zolotoshveya of zolotoe shit'e, zoals men de goudborduuursels lokaal nog steeds (in het Russisch) noemt. Zowel de traditionele en etnische klederdrachten uit meerdere Russische windstreken[10] als de avondkleding van de dames en heren aan de tsaristische hoven stonden letterlijk stijf van het goudborduurwerk.
Toen de Centraal-Aziatische streken in een latere periode deel uitmaakten van de Sovjet-Unie, toonde men zich flexibel en borduurde bijvoorbeeld een rijkelijk met goud en zilver tinsel bestikt stuk, getiteld “Kunst behoort aan het volk.” [11] De couched-techniek waarmee gouddraad wordt bevestigd, noemt men plaatselijk “Afghaans”. De techniek waarbij men met plat gouddraad een effect bereikt alsof het motief in metaal gedreven is, noemt men “Tartaars”. Dit versterkt de indruk dat men hier niet alleen in de plaatselijke Perzische stijl werkte, maar ook de invloed ondervond van technieken uit noordelijker streken en het Verre Oosten.[12] Mannen en vrouwen dragen hier de (niet zelden goud)geborduurde Tubeteika (mutsjes of schedelkapjes). Dames droegen een peshonaband; een goudgeborduurde en van kleurige appliqués voorziene reep verstevigde stof, die rond het voorhoofd op het mutsje werd vastgespeld. Ook de 19e-eeuwse Zeki-Kurta’s of Peshkurta’s; vaak met ikat gevoerde versieringen van een damesgewaad, langs de halsopening samenkomend in een borststuk, zijn uitzonderlijk verfijnd. [13] In plaatselijke en in Russische museumcollecties ziet men naast goudgeborduurde sjabrakken, bijzondere zarchapans (Joma(h)). Deze oogverblindende oversized mantels van onmiskenbare Mongoolse snit werden gedragen door kans en emirs. Hoge militairen droegen de kalyuchi; indrukwekkende goudgeborduurde gala-uniform mantels.
Goudborduurwerk (ook: goudstikkerij of klawtun) is in deze regio sterk verbonden met de geschiedenis van de inmiddels deels geëmigreerde Joodse gemeenschappen. Aan het begin van de 21e eeuw zijn er in Buchara nog goudborduurateliers waar men stukken maakt van gevarieerde kwaliteit; van met de hand gemaakt verfijnd opdrachtwerk tot fabrieksmatig met goedkope materialen geproduceerde zaken, die lokaal bij feestelijke gelegenheden worden gedragen en als souvenirs worden aangeboden. Antieke stukken mogen slechts met dispensatie van de overheid worden geëxporteerd.
Het Ottomaanse Rijk [bewerken]
Sinds de 15e eeuw werd goud- en zilverdraad binnen het Ottomaanse Rijk vervaardigd in door de staat gecontroleerde ateliers. Verkoop, in de bazaar en op de Zilverdraadspinners-markt in de wijk Beyazit in Istanboel werd belast. Goudborduurwerk werd sinds de vroege 16e eeuw zelfs geproduceerd binnen de muren van het Topkapıpaleis. Niet ver van de plaats waar zij werden gemaakt zijn goudgeborduurde topstukken uit de garderobe van het Ottomaanse hof te bewonderen in de, inmiddels als expositiezaal dienstdoende, Dormitory of the Expeditionary Force (Seferli Koğuşu) aan de derde binnenplaats van het voormalige paleis. Om verspilling tegen te gaan was na de 17e eeuw het gebruik van edele metalen in stoffen enige tijd verboden. In de 19e eeuw haalde de zarduzans (goudborduurders) die periode ruimschoots in met de productie van een overdaad aan zijdevelours of satijnen, met metaaldraad (klaptan) versierde gewaden (bindalli) wijdvallende broeken en overjassen. Korte jasjes (cepken) worden zelfs vrijwel geheel overdekt met verguld zilver of zilverdraad. Ook ziet men spreien, kussens en sofakleden (yastik) in, wat men hier de dival-techniek (met kartonnen of leren fillets die met goud of zilverdraad worden overdekt) noemt.[14] In het voormalige Ottomaanse gebied, met name in Syrië en Libanon, ziet men dergelijk antiek werk op zijdevelours met steunlaag. Deze stukken, vaak met rozetten van arabesken, of florale medaillons met duiven en guirlandes, worden plaatselijk aangeduid met het uit het Turks afkomstige woord sarma.
India [bewerken]
Een door de Universiteit van Chicago digitaal gepubliceerde monografie uit 1910 beschrijft het aantal, het werk en de omstandigheden van goudborduurders rond Calcutta in Bengalen en in Patna aan het einde van de 19e eeuw [15] Ook In India kent het goudborduren (karchab of zardosi) een lange geschiedenis. De Ramayana vermeldt dat de bruid van Rama een goudgeborduurde sari droeg, maar volgens de auteur van de monografie is het waarschijnlijk dat de industrie zoals men die in de 19e eeuw kende, hier niet verder teruggaat dan de 8e eeuw. De met foto's geïllustreerde tekst geeft een beeld van de productie en beschrijft gedetailleerd hoe men, met uiterst eenvoudige hulpmiddelen, een (vaak verguld) zilveren draad (kallabatoon) vervaardigde. Men versmolt de buitenste laag van een staaf zilver met een laagje goud. Met eenvoudig gereedschap forceerde de draadtrekker de, in de vorm van een kaars puntig uitlopende staaf, meerdere keren door steeds kleinere gaatjes in een stalen plaat. [16] De ontstane dunne metaaldraad werd vervolgens, op een even simpele als ingenieuze manier, om een zijden of katoenen kern gewonden. De beste kwaliteit borduursel werd aangebracht op fluweel of Engels laken. Men produceerde een grote variëteit aan artikelen; onder meer baldakijnen, parasols, gewaden en jassen. Rond 1888 importeerde men vanuit Duitsland machinaal gefabriceerd goudborduurwerk. Dit was aanvankelijk van mindere kwaliteit, maar zoveel goedkoper, dat de Bengaalse handwerkslieden tegen het einde van de 19e eeuw de concurrentieslag verloren en de productie plaatselijk zo goed als tot stilstand kwam. Het hedendaagse aanbod van goudborduurwerk in India is zowel in verschijningsvorm als in kwaliteit bijzonder gevarieerd.
-
De "dalmatiek van Karel de Grote", Sacristie van de Sint-Pietersbasiliek Rome. Goud, zilver, gekleurd draad op blauwe zijde, 11e eeuw.
-
Op de boezem te dragen borstlap of maagstuk, satijn, gouddraad, appliques, passementen. Frankrijk, 18e eeuw.
-
Chamarajendra Wadiyar X,1863–1894. Maharadja van Mysore. 1877
-
Ceremoniële mantel van een Mandarijn, zijden gaas, bestikt met gouddraad. China, circa 1890.
Bronnen, noten en/of referenties
|
