Gouden Koets (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beatrix Prinsjesdag.jpg
De Gouden Koets op het Binnenhof

De Gouden Koets is de koets waarmee de Nederlandse Koning of Koningin zich ieder jaar op Prinsjesdag begeeft naar de Ridderzaal van het Binnenhofcomplex om de troonrede uit te spreken.

De Gouden Koets is niet van massief goud, maar van Javaans teakhout. Delen ervan zijn bekleed met bladgoud. Het rijtuig is gebouwd in Hollandse renaissancestijl en is voorzien van allegorieën. Het werd ontworpen en gebouwd door de gebroeders Spijker, de latere autofabrikant.

De koets is een berline op acht veren. Alleen als het staatshoofd de koets gebruikt, mag hij getrokken worden door een achtspan. In andere gevallen worden zes paarden gebruikt. De koets is deels verguld en versierd met allegorisch lofwerk. Het beeldhouwwerk komt uit het Atelier Van den Bossche en Crevels, de diverse paneelschilderingen zijn van de hand van Nicolaas van der Waay. Het interieur is van zijden petit-point-naaldwerk. Dit borduurwerk werd deels verricht door meisjes uit weeshuizen. Aan weerszijden van de staatsiebok is het nationale rijkswapen opgenomen. De bok zelf is bekleed met rood laken. De vier wielen van de koets symboliseren zonnen. Op de kroonlijst van de koets zijn de wapens van de toenmalige elf provincies van Nederland te zien, alsmede het wapen van de stad Amsterdam, de schenker van de koets.

De Gouden Koets was een geschenk van de bevolking van Amsterdam aan Koningin Wilhelmina. Het geld voor de koets was ingezameld door de Vereeniging van het Amsterdamsche Volk tot het Aanbieden van een Huldeblijk aan H.M. Koningin Wilhelmina. De koets was bedoeld als geschenk bij haar inhuldiging tot koningin op 6 september 1898. Wilhelmina wilde echter geen geschenken ter gelegenheid van haar inhuldiging aannemen en nam daarom de koets pas een dag later, op 7 september 1898, in ontvangst.

De koningin wilde graag kunnen staan in de koets, vandaar de gebogen vorm van de kroonlijst. De hoogte van de koets in combinatie met de nauwe toegangspoorten van het Binnenhof vormen een uitdaging voor de koetsier.

[bewerken] Gebruik van de Gouden Koets

Op hun huwelijksdag, op 7 februari 1901 in Den Haag, reden koningin Wilhelmina en prins Hendrik voor het eerst in de Gouden Koets. Een maand later werd de koets in Amsterdam gebruikt bij de intocht van het Koninklijk paar. Sinds 1903 maakt het staatshoofd in de regel één keer per jaar gebruik van dit rijtuig, en wel op Prinsjesdag. Daarvoor werd ook vaak de glazen koets gebruikt. Bij de doop van prinses Juliana in 1909, het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard in 1937, de doop van prinses Beatrix in 1938, het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus in 1966 en bij het huwelijk van prins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta in 2002 werd de Gouden Koets ingezet.

Aan weerszijden van de koets lopen vier lakeien. Hun taak bestaat vooral uit het openen en sluiten van het portier en het uitklappen van een trapje.

[bewerken] Literatuur

  • De Gouden Koets : van Amsterdams geschenk tot nationaal symbool / T. van Leeuwen en A. Stofberg. – Zwolle : Waanders, 2010. – 200 p. ISBN 9789040077074. Overzicht van wetenswaardigheden.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen