Goudkust (gebied)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Goudkust is het kustgebied van het huidige Ghana, aan de Baai van Benin, waar vroeger veel Europese forten zijn gebouwd om slaven weg te voeren. Ook de West-Indische Compagnie (WIC) heeft vele forten weten te veroveren. De belangrijkste forten waren in Elmina en Accra. Andere landen die forten verworven hadden waren: Frankrijk, Denemarken, Zweden, Verenigd Koninkrijk en Brandenburg. De Goudkust lag ten oosten van de Ivoorkust en ten westen van de Slavenkust.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste Europeanen die het gebied bezoeken zijn de Portugezen in 1471. Het waren dan ook de Portugezen zelf die er hun eerste forten bouwden. Het eerste fort dat werd gebouwd was Sint George, in 1526. Later hebben Nederlanders, Engelsen, Zweden, Denen, Duitsers, Fransen en Koerlanders forten veroverd of zelf gebouwd. Bijna al deze forten werden gebruikt om slaven uit de binnenlanden te halen en naar Amerika te voeren om het zware werk te doen.

Nederlandse forten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Nederlandse Goudkust voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1637 veroverde Johan Maurits van Nassau-Siegen het fort (São Jorge d') Elmina op de Portugezen. Dit ging echter niet zonder slag of stoot, er waren al drie pogingen aan vooraf gegaan tot de Portugezen het uiteindelijk opgaven. De komende eeuwen zou dit fort één van de centra van de slavenhandel van de West-Indische Compagnie vormen. Naast Elmina bezaten de Nederlanders nog een aantal andere factorijen aan de Goudkust. Dit gebied moet niet verward worden met de Slavenkust waar de WIC ook enkele forten en factorijen had.

De forten die in Nederlandse handen zijn geweest:

De WIC veroverde en bouwde een groot aantal forten langs de Goudkust. Zij gebruikte die om met de bevolking te handelen in inheemse producten, maar vooral ook om slaven uit het binnenland te halen die ze naar de slavenmarkt op Curaçao vervoerden. Daar werden ze gekocht door handelaren, die ze onder andere in Suriname weer aan plantagebeheerders verkochten.

Bij het Sumatra Verdrag van 6 april 1871 werden de Nederlandse factorijen aan de Goudkust voor 47.000 gulden verkocht aan de Britten. In ruil hiervoor kreeg Nederland de verzekering dat de Britten niet zouden ingrijpen in de pogingen om Atjeh in het noorden van Sumatra te veroveren.

Deense Forten[bewerken]

Deze forten zijn gesticht door de Deense West-Indische en Guineese Compagnie vanaf 1658 tot 1776. De eerste bestuurders waren Hendrik Carloff en Isaac Coymans. De Deense forten waren:

Net als Nederland verkocht ook Denemarken zijn forten aan het Verenigd Koninkrijk en werd het een onderdeel van de Britse Goudkust. Dit deden ze in 1850 voor 10.000 pond sterling.

Portugese Forten[bewerken]

Portugal was het land dat de Goudkust had ontdekt en als eerste forten had gebouwd. De forten van Portugal waren:

Op 29 augustus 1642 werd de kolonie officieel opgeheven en aan Nederland overgedragen, die het bij hun eigen forten voegden.

Zweedse Forten[bewerken]

Forten van Zweden waren:

Bestuurders waren:

  • Directeur Hendrik Carloff, 22 april 1650 - 1656.
  • Gouverneur J. Philippus von Krusenstierna, 1656 - February 1658.
  • Commandeur Tonnies Voss, 16 - 20 april 1663.

De overgebleven forten van Zweden (Chistiensborg en Carlsborg) werden in 1658 veroverd door Carloff; de andere forten waren al verloren aan Nederland.

Brandenburgse forten[bewerken]

In mei 1682 werd de Brandenburgse Afrikaanse Compagnie (Kurfurstliche Afrikanisch-Brandenburgische Compagnie) opgericht. Met het doel handel te realiseren aan de Goudkust. Toen Pruisen tot koninkrijk werd verheven werden de forten overgedragen en werden ze door Pruisen bestuurd. De naam werd vanaf toen de Pruisische Goudkust.

Brandenburgse Forten waren:

Gouverneurs:

  • Mei 1682 - 1683: Philip Peterson Blonck
  • 1683 - 1684 Nathaniel Dillinger
  • 1684 - 1686 Karl Konstantin von Schnitter
  • 1686 - 1691 Johann Niemann

Pruisische Goudkust[bewerken]

De Pruisische Goudkust ontstond door het overnemen van de Brandenburgse bezittingen, daarnaast stichtte Pruisen zelf nog enkele factorijen. In 1717 werd - nadat de factorijen al opgeheven waren - ook als laatste fort Groß-Friedrichsburg veroverd door Nederland die het hernoemde in Fort Hollandia. In 1721 kocht Nederland officieel de rechten op de kolonie.

Pruisische bezittingen waren:

Gouverneurs:

  • 1701 - 1704 Adriaan Grobbe
  • 1704 - 1706 Johann Münz
  • 1706 - 1709 Heinrich Lamy
  • 1709 - 1710 Frans de Lange
  • 1710 - 1716 Nicholas Dubois
  • 1716 - 1717 Anton Günther van der Menden

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Arthur Japin () "De zwarte met het witte hart". Uitg. Arbeiders pers, ISBN 90-295-2288-7