Goudlokje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De drie beren met Goudlokje die op de achtergrond wakker wordt

Goudlokje, ook bekend als De drie beren is een Engels sprookje. Het werd voor het eerst gepubliceerd door de Britse auteur en dichter Robert Southey. Hij publiceerde het voor het eerst in 1837, anoniem. Het verhaal was voor die tijd al onderdeel van de Engelse folklore.

Inhoud[bewerken]

Het verhaal gaat over drie beren die in een huis in het bos wonen. Ze hebben pap gemaakt en terwijl die afkoelt gaan ze een stuk wandelen. Goudlokje loopt langs hun huis, ziet dat het leeg is en besluit naar binnen te gaan. Ze probeert de drie stoelen uit, waarbij ze er één breekt, en kiest de beste stoel uit om op te zitten. Ze probeert de drie borden pap uit en eet het bord leeg dat het best op temperatuur is. Vervolgens probeert ze de bedden uit. Alleen het beste bed voldoet aan haar eisen en daarin besluit ze te gaan slapen. Als de beren terugkomen zijn ze geschokt. Ze ontdekken dat één van de borden leeg is, een stoel kapot is en dat er iemand in één van hun bedden slaapt. Uit schaamte vlucht Goudlokje het huis uit om nooit meer terug te komen.

De moraal van het verhaal gaat over het egoïstische, het respecteren van andermans eigendommen en het misbruik maken van iemands gastvrijheid.

Trivia[bewerken]

  • Oorspronkelijk was Goudlokje een bejaarde vrouw. In een publicatie uit 1849 werd zij vervangen door een jong meisje. In de loop van de twintigste eeuw kreeg zij de naam Goldilocks, oftewel Goudlokje.
  • In de zoektocht naar buitenaards leven wordt de term Goudlokjegebied wel gebruikt. Dit slaat op de afstand die een planeet van een ster af mag staan om er überhaupt leven te kunnen laten ontstaan. De planeet mag niet te dichtbij staan, dan is het er te warm, en de planeet mag niet te ver weg staan want dan is het er te koud.