Graafschap Görz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grafschap Görz
Onderdeel van het Heilige Roomse Rijk
 Hertogdom Friuli 1127–1474 Graafschap Görz en Gradisca 
Tranché.png
Algemene gegevens
Hoofdstad Gorizia (stad)
Regering
Regeringsvorm Prinsdom
Staatshoofd Prins

Het graafschap Görz was een tot de Oostenrijkse Kreits behorend graafschap binnen het Heilige Roomse Rijk.

Geschiedenis[bewerken]

In 1101 gaf keizer Otto III Görz (Italiaans Gorizia, Sloveens: Gorica) aan het patriarchaat Aquileja. Sinds 1120 zijn er graven van Görz bekend uit het Huis der Meinhardijnen. Zij hadden goederen geërfd van de graven in de Lungau rond Lienz in Oost-Tirol (de dalen van de Puster, de Gail, de Möll en de Drau). Verder verwierven zij voogdijrechten van het patriarchaat Aquileja. In de dertiende eeuw vergrootten zij hun macht ten koste van het patriarchaat van de Wippach tot de Isonzo.

In 1249/53 erfde graaf Meinhard van Görz ten gevolge van zijn huwelijk met Adelheid, de dochter van Albrecht III van Tirol de zuidelijke helft van het graafschap Tirol (de dalen van de Adige en de Eisack). De twee zoons van Mainhard en Adelheid deelden de erfenis in 1271 waarbij Meinhard II Tirol en Albert II Görz kreeg met gebieden in Istrië en Friuli; verder allodiaal bezit in het dal van de Puster en in Opper-Karinthië (voorste graafschap Görz) kreeg

De macht van de graven van Görz werd aangetast door een deling van het gebied in 1303, hierbij ontstond een jongere tak te Lienz. Graaf Hendrik III was heer van Cividale, Treviso en Padua. Na zijn dood in 1323 vond er opnieuw een deling plaats. Uiteindelijk regeerden er vier takken in het graafschap.

Na het uitsterven van de Tiroler linie in 1335 lukte het de Görzer linie niet zijn aanspraken op Tirol gehonoreerd te krijgen. In 1374 ging er gebied in Binnen-Istrië, in de Windische Mark en rond Möttling aan Oostenrijk verloren.

Omdat Venetië een bedreiging vormde voor het "inneren" graafschap verlegden de graven hun zetel naar slot Bruck bij Lienz in het "vorderen" graafschap. Albrecht IV vermaakte in 1364 het graafschap Mitterburg (Pisino) en het gebied in Binnen-Istrië (Möttling) aan de Habsburgers. Zijn jongere broer Meinhard VI werd in 1365 door keizer Karel IV erkend als rijksvorst. Sindsdien is er sprake van het vorstelijk Görz. In 1430 werden de resten van het graafschap herenigd onder graaf Hendrik V. Hij sloot in 1437 een erfverdrag met de graven van Cilli. De strijd om de erfenis verloor hij echter tegen keizer Frederik III en in de Vrede van Pusarnitz van 1460 moest hij al het land ten oosten van Lienz aan de keizer afstaan.

Na het uitsterven van de graven van Görz in 1500 kwam hun gebied op grond van een erfverdrag met Habsburg aan Oostenrijk. Oostenrijk scheidde het "vordere" graafschap definitief af van de bezittingen in Karinthië om ze bij het graafschap Tirol te voegen.

In 1754 verenigde de Oostenrijkse regering de graafschappen Görz en Gradisca tot het vorstelijk graafschap Görz en Gradisca

Regenten[bewerken]

regering naam geboren overleden familie
1060-1074 Markwart 1074
1074-1102 Hendrik I 1101 zoon
1102-1142 Meinhard I 1142 zoon
1142-1150 Hendrik II 21-04-1150 zoon
1150-1187 Engelbert II 01-04-1187 broer
1187-1231 Meinhard II 1231 zoon
1231-1258 Meinhard III 17-01-1194 20-01-1258 zoon van broer
1258-1304 Albrecht I 1304 zoon
1304-1323 Hendrik III 24-04-1323 zoon
1323-1338 Johan Hendrik IV circa 1322 17-03-1338 zoon
1338-1374 Albrecht III kleinzoon van Albrecht I
1374-1385 Meinhard VI 06-05-1385 broer
1385-1454 Hendrik V 08-04-1376 18-03-1454 zoon
1454-1462 Johan 1437 07-02-1462 zoon
1462-1500 Leonhard 1440 12-04-1500 broer