Graafschap Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Graafschap Vlaanderen
Gewest van het Koninkrijk Frankrijk (862/864-1529), Gewest van het Heilige Roomse Rijk (1529-1795), Gewest van de Habsburgse Nederlanden (1556-1795)
 Vlaanderengouw 862/864–1795 West-Vlaanderen (1713) 
Leiedepartement 
Scheldedepartement 
Vlag van Vlaanderen.svg Coat of Arms of Flanders (according to the Gelre Armorial).svg
(Details) (Details)
Kaart
Het Graafschap Vlaanderen omstreeks 1350.
Het Graafschap Vlaanderen omstreeks 1350.
Algemene gegevens
Hoofdstad Brugge, later Gent en Rijsel
Talen Oudnederlands, Diets (Middelnederlands), Frans-Vlaams, Picardisch, Frans
Regering
Regeringsvorm Graafschap
Dynastie Huis Vlaanderen (862-1119)
Huis Denemarken (1119-1128)
Huis Elzas (1128-1194)
Huis Henegouwen (1194-1278)
Huis Dampierre (1278-1384)
Huis Valois (1384-1482)
Huis Habsburg - Spaanse lijn (1482-1713)
Huis Habsburg - Oostenrijkse lijn (1713-1795)
Staatshoofd Graaf
Plv. staatshoofd Stadhouder
Topografische kaart van het Graafschap Vlaanderen aan het einde van de 14e eeuw met de grens van het Heilige Roomse Rijk in het rood. Ten westen van deze grens lag Kroon-Vlaanderen en ten oosten Rijks-Vlaanderen.

Het Graafschap Vlaanderen (Frans: Comté de Flandre of Comté de Flandres) was een historisch gebied dat deel uitmaakte van de Nederlanden. Het graafschap bestond van 862 tot 1795.

Vlaanderen behoorde als enig Nederlandstalig gewest door het Verdrag van Verdun tot West-Francië. Naast het Franse Kroon-Vlaanderen was er echter ook Rijks-Vlaanderen. Vanaf het einde van de 10e eeuw was Vlaanderen één van de oorspronkelijke seculiere leengoederen van Frankrijk en één van de zes pairies van Frankrijk. Frankrijk heeft Vlaanderen steeds bevochten om zijn zelfstandigheid te ontnemen. Uiteindelijk kwam Kroon-Vlaanderen toch los van Frankrijk (Vrede van Madrid en Damesvrede van Kamerijk). De Pragmatieke Sanctie maakte heel Vlaanderen een leen van het Heilig Roomse Rijk. Met uitzondering van Frans-Vlaanderen is het graafschap het enige deel van het middeleeuwse Frankrijk dat geen deel uitmaakt van het hedendaagse Frankrijk. Kleinere delen van het oude Vlaanderen maken nu deel uit van het Waals Gewest en de Nederlandse provincie Zeeland. Het overige grootste gedeelte van het graafschap vormt nu ongeveer 40% van het hedendaagse Vlaams Gewest.

Ten noorden van de Alpen was het graafschap Vlaanderen eeuwenlang een van de meest economisch- en cultureel ontwikkelde gebieden van Europa. Een groot percentage van de inwoners leefde reeds in steden. Lange tijd konden Brugge en Gent zich qua omvang met Londen en Parijs meten. Vanaf het einde van de veertiende eeuw maakte Vlaanderen deel uit van het Bourgondische Rijk, dat na 1477 aan de Habsburgers toeviel. Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog trad een eerst langzaam, maar steeds dieper verval in. Niet alleen was er grote schade aangericht, maar ook emigreerde een groot deel van de protestantse elite naar Holland en Zeeland. Vervolgens kreeg Vlaanderen ook zwaar te lijden onder de Devolutieoorlog en de Spaanse Successieoorlog. Hierdoor ging veel Vlaams gebied definitief verloren aan Frankrijk. Aan het einde van deze periode was er niets meer over van de vooraanstaande positie die Vlaanderen gedurende eeuwen in Europa had gespeeld.

Etymologie[bewerken]

Vlaanderen, Vlaming en Vlaams zijn afgeleid van flâm, een Ingveoonse vorm van het Germaanse flauma en dit betekent "overstroomd gebied". Deze etymologie lijkt de enige die taalkundig mogelijk is en klopt geografisch uitstekend. Deze betekenis is zeer toepasselijk voor het Vlaamse kustgebied dat tussen de 3e en de 8e eeuw tweemaal per dag overstroomde door de Noordzee.

Een inwoner van dit overstroomd gebied is dus een Flaming, het adjectief Flamis. Door bij de stam flâm het suffix -andra te voegen, bekomt men in datief meervoud Flaumandrum, verkort tot Flamandrum en uiteindelijk Flandrum. Ten slotte werd de f een v in het Nederlands, vandaar Vlaming, Vlaams en Vlaanderen. De plaatsnaam staat in het meervoud in het Nederlands Vlaanderen, het Duits Flandern, het Engels Flanders, het Spaans Flandes en het Italiaans le Fiandre. In het Frans gebruikt men zowel Les Flandres als La Flandre.

De Vlamingen doen hun intrede in de geschiedenis in het levensverhaal van Sint-Eligius (ca.590-660), de Vita sancti Eligii. Dit werd opgesteld vóór 684, maar is slechts bekend in een omwerking van rond 725. Daar verschijnen de "Flanderenses" die wonen "in Flandris". In het Latijn evolueerde dit later tot de gestandaardiseerde vormen Flandrenses en Flandria.

Grondgebied en administratief-juridische onderverdeling[bewerken]

Het grondgebied van het graafschap Vlaanderen komt slechts gedeeltelijk overeen met dat van het huidige Vlaanderen in België. Enkel de provincies West- en Oost-Vlaanderen maakten er deel van uit. Het historische Vlaanderen ligt verspreid over:

Het graafschap Vlaanderen wordt sinds graaf Boudewijn V onderverdeeld in een aantal kasselrijen (of burggraafschappen, Frans: châtellenie). Binnen het graafschap is de kasselrij de belangrijke bestuurlijke en gerechtelijke indeling. Aanvankelijk zijn het er vijf kasselrijen: het Brugse Vrije (Brugge), Sint-Omaars, Gent, Kortrijk en Doornik). Later ontstaan bij opsplitsing van de oorspronkelijke kasselrijen nog nieuwe kasselrijen, zoals onder meer die van Ieper of Oudenaarde. Initieel besturen burggraven de kasselrijen, vandaar ook het synoniem voor kasselrij, burggraafschap. Later worden baljuws ingeschakeld, die de graaf makkelijker kan controleren. Eventueel kan een kasselrij verder onderverdeeld worden in ambachten.

Vlag en wapen[bewerken]

Twee versies van wapen van het Graafschap Vlaanderen (met (Wapenboek Gelre ca. 1400) en zonder keel (Wapenboek Wijnbergen ca. 1300))

Het huidige wapen van Vlaanderen werd bedacht door Filips van de Elzas[bron?]: een klimmende leeuw van sabel, getongd en genageld van keel, op het gouden veld. In het verhaal van de slag der gulden sporen speelt het wapen en de bijhorende strijdleuze 'Vlaendr'n den leeuw' een cruciale rol in de Vlaamse bewustwording, die zeer bekend werd in de recentere tijden dankzij het boek 'De Leeuw van Vlaanderen' (1838) van Hendrik Conscience. Er wordt wel eens beweerd dat Filips van de Elzas deze leeuwenvlag heeft meegebracht uit het Heilig Land, waar hij het in 1177 zou hebben veroverd op een Saraceense ridder, maar dat is een mythe. Alleen al het feit dat de Leeuw op zijn zegel uit 1163 verschijnt, toen hij nog geen voet in de Oriënt had gezet, spreekt dit verhaal tegen. In werkelijkheid volgde Filips gewoon een West-Europese mode; ongeveer in dezelfde periode verscheen er ook een leeuw in de wapens van Brabant, Holland, Limburg en andere vorstendommen. Het is opvallend dat de Leeuw als heraldisch symbool vooral gebruikt werd in de randgebieden en buurlanden van het Heilige Roomse Rijk: op die manier wenste men zijn onafhankelijkheid tegenover de keizer, die een adelaar voerde, te beklemtonen door een even machtig dier in het wapenschild op te nemen. De leeuw was in West-Europa een bekende figuur sedert de oudheid (onder meer de fabels van Aesopus).

Hoewel er geen enkel historisch bewijs voor bestaat, vinden we vanaf de 14e eeuw in verschillende wapenboeken de bewering dat het Huis Vlaanderen vóór de Leeuw een gegeerd schild van twaalf stukken van lazuur en goud voerde, met een hartschild van keel (zoals de hedendaagse West-Vlaamse provincievlag). Dit werd toegeschreven aan de legendarische Liederik van Buc, eerste forestier of woudmeester van Vlaanderen. Het is waarschijnlijk afgeleid van een verkeerd geïnterpreteerd sierbeslag op het schild van de Vlaamse graaf Willem Clito (± 1128), zoals het stond afgebeeld op zijn grafmonument in de Sint-Bertinusabdij van Sint-Omaars. Dat schild vertoont centraal een umbo (sierknop) van waaruit enkele stralen naar de schildranden vertrekken. In zijn zoektocht naar het oude wapen van Vlaanderen heeft abt Iperius, biograaf van het Vlaamse gravenhuis, dit geïnterpreteerd als een gegeerd wapen met een hartschild; de kleuren - die hij er zelf aan moeten hebben toegevoegd - zijn vermoedelijk deze van het Franse koningshuis.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Prehistorie en Romeinse Tijd[bewerken]

Het latere graafschap Vlaanderen kende al bewoning in de prehistorie. In de IJzertijd vormde de Kemmelberg een belangrijke Keltische vestiging. Toen Caesar de streek rond 54 v.Chr. veroverde, woonden er de volgende Belgische stammen: de Menapiërs, de Morinen, de Nerviërs en de Atrebaten. Tussen de 1e en de 3e eeuw werd de bevolking deels geromaniseerd. Maar ten noorden van de Via Belgica bleven toch enkel authentieke bewoningskernen over. Het was vooral niemandsland, dat veel te lijden had van overstromingen van de Noordzee. Naarmate de druk op het Romeinse Rijk toenam, sijpelden Saksische groepen de kust- en Scheldestreek binnen. De Via Belgica werd gebruikt als scheiding tussen deze Germaanse volkeren en de Gallo-Romeinse bevolking (aangevuld met Germaanse laeti en militairen) ten zuiden ervan. Tot ca. 420 bleef de kustverdediging rond Boulogne en Oudenburg, de Litus Saxonicum, functioneren. Deze forten werden bemand door Saksische soldaten.

In Toxandrië stonden de Salische Franken klaar om het Belgica Secunda te bestormen. Over dit volk bestaan veel historische onwaarheden, vooral gebaseerd op Gregorius van Tours (6e eeuw). Enkel op basis van Sidonius Apollinaris (5e eeuw) kan een historische datering opgesteld worden. Een eerste inval werd bij de Slag bij Atrecht afgeslagen, maar na de moord op de Romeinse generaal Aëtius (454) en keizer Valentinianus III (455) hadden ze vrij spel. Vanuit Duisburg (Tervuren) veroverde koning Chlodio Kamerijk en Doornik en daarna het land tot aan de Somme. Na zijn dood ontstonden verschillende Salische koninkrijken, waaronder Doornik en Kamerijk. Childerik wordt in 463 vermeld als koning van Doornik en bondgenoot van de Romeinen tegen de Visigoten. Hij was ook administrator van de provincie Belgica Secunda. Zijn zoon Chlodovech (Clovis) veroverde vanaf 486 geheel Noord-Frankrijk.

6e eeuw[bewerken]

De leeggelopen kust- en Scheldestreek was al deels herbewoond vanaf de 4e eeuw met Saksische families die hun Germaanse cultuur en taal behielden. De Salische Franken zelf vestigden zich in de 5e eeuw in het huidige Noord-Frankrijk en Wallonië, vooral rond de steden Kamerijk, Doornik en Bavay. Zij assimileerden zich met de plaatselijke Gallo-Romeinse bevolking. Hier ontstond lange tijd een Germaans-Romaans menggebied. Vanaf de 6e eeuw werd het niemandsland ten noorden hiervan aangevuld met Rijnlandse Franken en andere Germaanse groepen van over de Rijn.

Deze eerste immigratiegolf in het huidige Vlaamse gebied ging gepaard met een beperkte christianisatie. In het kielzog van de immigranten probeerden missionarissen de heidense bevolking te evangeliseren, maar zij kenden weinig succes. De bisdommen werden terug ingesteld, meestal met dezelfde grenzen uit de Laat-Romeinse tijd: het Kolenwoud scheidde het bisdom Kamerijk weer van het bisdom Tongeren, terwijl de Schelde opnieuw de grens werd tussen de bisdommen Kamerijk en Doornik. Vedastus en Eleutherius van Doornik kregen tot taak om respectievelijk het bisdom Atrecht en het bisdom Doornik nieuw leven in te blazen. Deze bisdommen slaagden er echter niet in om zelfstandig te overleven. Aan het einde van de 6e eeuw werd de zetel van Atrecht met die van Kamerijk verbonden en in het begin van de 7e eeuw gebeurde hetzelfde tussen Doornik en Noyon.

Op het einde van de 6e eeuw bestond in het noorden van het latere Neustrië het hertogdom van Dentilinus (ducatus Dentilini). Dit omvatte naar men vermoedt de bisdommen Boulogne, Terwaan, Atrecht, Doornik, Kamerijk en Noyon, dus het noordwestelijk gebied tussen de Noordzee en het Kolenwoud. Is het slechts toeval dit gebied een grote territoriale overeenkomst toont met het latere Vlaanderen? Het hertogdom van Dentilinus was vooral bedoeld als militair en strategisch bolwerk tegen invallen van Friezen en Saksen. Het was als het ware de hoeksteen in de militaire verdediging van het Merovingische rijk. In 600 moest Chlotarius II (584-628) het hertogdom van Dentilinus tijdelijk aan Austrasië afstaan, maar vanaf 613 maakte het hiervan geen deel meer uit.

7e eeuw[bewerken]

Eind 6e en vooral in de 7e eeuw kwam er een nieuwe instroom vanuit het westen. De Kanaalkust (Pas-de-Calais) was in de 5e eeuw Germaans geworden en afstammelingen van Saksen en Franken trokken nu in het latere Vlaanderen en Brabant. Ook van over de Rijn kwamen nieuwe Germaanse groepen. De nieuwe nederzettingen kregen vaak de naam van de Germaanse hoofdman aangevuld met -inga haim. Dit betekent: de woonst van de clan van X. Bijvoorbeeld Petegem: Petta-inga-haim, de woonst van de clan van Petta, Waregem: Waro-inga-haim, de woonst van de clan van Waro.

De kolonisatie en germanisering van Vlaanderen is dus vooral een fenomeen uit de 6e en 7e eeuw. In de 7e eeuw was het bevolkingspeil tot een aanvaardbaar niveau gestegen om er weer een kerkelijke, militaire en bestuurlijke infrastructuur op te bouwen. Ook op taalkundig gebied was de situatie gestabiliseerd zodat in het omvangrijke tweetalige gebied een lineaire taalgrens kon ontstaan in de 8e eeuw. In het wel al lang dichtbevolkte Pas-de-Calais was er al een taalgrens in de 6e–7e eeuw tot stand gekomen, maar in de 9de eeuw kwam hier echter weer een romaniseringsbeweging op gang die tot op vandaag doorwerkt.

De evangelisatiepoging in de 6e eeuw door bisschoppen als Eleutherius en Vedastus waren grotendeels mislukt. Daarom koos men in de 8e eeuw voor een andere strategie. Deze evangelisatiebeweging vond plaats onder impuls van koning Dagobert I. Hij stelde aan enkele toegewijde missionarissen uit het zuiden van zijn koninkrijk een aantal van zijn koninklijke domeinen in het noorden ter beschikking. Het was hun taak om ter plaatse een klooster of abdij op te richten die moesten dienen als bastions voor het christendom in een heidense omgeving. Van hieruit kon dan werk gemaakt worden van de bekering van de plaatselijke bevolking.

Zo stichtte Audomarus in 649 de abdij van Sithiu (St.-Bertijns in Sint-Omaars) en Aubertus in 680 de abdij van Sint-Vaast nabij (Atrecht/Arras). De kerstening van de bevolking was vooral het werk van missionarissen, zoals Amandus (Sint-Baafs en Sint-Pieters in Gent) en Eligius (kuststreek en Antwerpen). In de vita van Eligius (of Sint-Elooi) werd voor de eerste keer melding gemaakt van Vlamingen, toen hij rond 650 op rondreis was in dit gebied.

Tijdens de 7e eeuw kwamen in de latere Vlaamse gebieden de eerste gouwen of pagi tot stand, dit waren administratieve onderverdelingen van de civitates. Deze gouwen uit de 7e en vooral 8e eeuw zullen de basis worden van het graafschap Vlaanderen. De pagus Tornacensis dateert al van circa 580, voor de 7e eeuw kennen we de pagus Cambracinsis in 663, de pagus Taroanensis vanaf 649 en de pagus Bracbatensis op het einde van die eeuw. Verder zijn nog de pagus Rodaninsis bekend vanaf 707, de pagus Gandao uit het eerste kwart van de 8e eeuw, de pagus Mempiscus vanaf 723 en de pagus Flandrensis rond 745. Ten slotte worden ook de pagus Austrebatensis en de pagus Curtracensis tot de Merovingische gouwen gerekend.

Geschiedenis[bewerken]

Kaart van het graafschap Vlaanderen uit 1609 door Matthias Quad (cartograaf) en Johannes Bussemacher (graveur en uitgever, Keulen)

De geschiedenis van het graafschap Vlaanderen begint in de Karolingische tijd. Het latere Vlaanderen was uit economisch oogpunt een bloeiende streek, met een reeks havenplaatsen langs de Schelde (Gent, Doornik, Valencijn en Kamerijk), de Scarpe (Lambres) en de kust (Quentovic, Boulogne en Isera Portus, een haven aan de IJzermonding). Bovendien lagen er ook een aantal rijke abdijen zoals Sint-Bertijns, Sint-Baafs, Sint-Amandus en Sint-Vaast.

In 751 slagen de hofmeiers erin de Merovingers aan de dijk te zetten en zelf de troon te bemachtigen. De laatste Merovingische koning, Childerik III, werd in de latere Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars ondergebracht en zijn lange haren, een uiterlijk kenteken van macht, werden afgesneden. Karel de Grote volgde zijn vader Pepijn de Korte op in Neustrië en Austrasië en kon na de dood van zijn broer Karloman het hele Frankische rijk herenigen. Hoewel hij vooral in Aken resideerde, trok hij ook rond in zijn rijk. Zo kwam hij in 811 de vloot inspecteren die hij in Boulogne en Gent had laten aanleggen tegen invallen van de Noormannen.

Door het Verdrag van Verdun (843) werd het Frankische rijk in drie delen gesplitst. Het oorspronkelijke Vlaanderen, dat zich ruwweg uitstrekte tussen Oudenburg, Aardenburg en Torhout, maakte nu deel uit van West-Francië. Het Verdrag van Meerssen veranderde niets aan de grens tussen het Franse koninkrijk en het Duitse keizerrijk. Die liep in het noorden via de Schelde. Dat zou zo blijven tot de tijd van Karel V.

De groei in de 9e, 10e en 11e eeuw (864-1071)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Graafschap Vlaanderen (9e - 11e eeuw) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Militair, economisch en politiek beleefde Europa een diepe crisis. De Vikingen vielen binnen vanuit het noorden, de Magyaren via het oosten en de Saracenen vanuit het zuiden. Allen lieten ze een spoor van verwoesting na. Het centrale gezag van de twee Frankische rijken wist geen weerstand te organiseren, waardoor de bevolking het vertrouwen in hun verre heersers verloor. Lokale machtige individuen zagen nu hun kans schoon om het machtsvacuüm op te vullen. Dikwijls waren dat kinderen van medewerkers van Karel de Grote.

Het graafschap stamt af uit een gouwgebied of Pagus Flandrensis. De titel graaf werd voor het eerst gebruikt door Boudewijn I van Vlaanderen 'met de ijzeren arm'. Boudewijn schaakte de dochter van de Frankische vorst Karel de Kale, Judith van West-Francië. Volgens de legende werden ze in de echt verbonden door de bisschop van Doornik en vluchtten ze naar het kasteel van Rumbeke. In werkelijkheid trokken ze naar Utrecht en later naar Lotharingen waar Lotharius II hen beschermde tegen de macht van Karel de Kale.

Na bemiddeling door de paus verzoende de Frankische koning zich echter met zijn schoonzoon, en gaf de titel graaf en de bijhorende leengebieden als bruidsschat. Aanvankelijk beoogden de Franse koningen hiermee de verdediging van het Franse achterland tegen de invallen van de Noormannen te verzekeren. Vlaanderen maakte echter handig gebruik van deze crisissituatie om de omliggende geplunderde gewesten in te lijven. De graven bouwden hun machtsgebied uit tot alle gebieden ten zuiden en westen van de Schelde, het hedendaagse Zeeuws-Vlaanderen inbegrepen.

De bloei in de 12e en 13e eeuw (1071-1278)[bewerken]

Het Gravensteen te Gent, gebouwd door Filips van de Elzas

Het Huis Vlaanderen bleef aan de macht tot 1119 toen Boudewijn met de Bijl stierf en het graafschap overging aan Karel I, bijgenaamd Karel de Goede, van het Huis Denemarken. Na een kort intermezzo onder Willem Clito van Normandië (1127 tot 1128) ging het graafschap over op Diederik van de Elzas van het Huis Elzas. Onder Diederik (1128-1168) en zijn opvolger Filips van de Elzas werd Vlaanderen steeds belangrijker.

In de tweede helft van de 12e eeuw kende het graafschap zijn glansperiode toen Filips van de Elzas via de erfenis van zijn vrouw het graafschap Vermandois bij zijn gebied kon voegen. Het gebied waarover hij heerste, strekte zich uit tot 25 kilometer van Parijs en was groter dan dat waarover de zijn leenheer, de Franse koning, direct zeggenschap had.

Tijdens hun bewind konden de steden zich verder ontwikkelen en werden de instellingen hervormd. Ook werden de havens Grevelingen, Nieuwpoort, Damme, Biervliet, Duinkerke en Mardijk gesticht, alsook Calais door Filips' broer Mattheüs. Behalve als kolonisatie, dienden deze havens ook om de gevolgen van de verzanding van de Aa, IJzer en Zwin, waardoor Sint-Omaars, Ieper en Brugge minder goed bereikbaar werden, te beperken. Biervliet diende ook als steunpunt tegen Holland.

Men dreef handel met Engeland, de Baltische landen en Frankrijk en over land met het Rijnland en Italië. Vooral de wolhandel met Engeland was van groot belang voor de opkomende lakennijverheid. De rijkdom van vele Vlaamse steden — hun belforten en lakenhallen getuigen hiervan — is hieraan te danken. Daarnaast was er een belangrijke graanvaart op Engeland en via Holland op Hamburg. Sint-Omaars werd in de twaalfde eeuw de belangrijkste noordelijke doorvoerhaven voor Franse wijn. Deze eeuw was de doorbraak van de Vlaamse koopvaardij, met handel op Engeland, het Baltische gebied en Zuidwest-Frankrijk, naast de landwegen naar het Rijnland en Italië, later slechts tot de jaarmarkten van Champagne.

In 1194 volgde Boudewijn IX van het huis Henegouwen het Huis Elzas op.

De crisis in de 14e eeuw (1278-1384)[bewerken]

In 1278 werd Gwijde van Dampierre graaf van Vlaanderen en ging het graafschap over op het Huis Dampierre. De koning van Frankrijk wilde Vlaanderen definitief veroveren en startte de Frans-Vlaamse Oorlog, met als hoogtepunt de Guldensporenslag bij Kortrijk in 1302 en de Slag bij Pevelenberg in 1304. In de jaren 1315-1317 werd Vlaanderen getroffen door een grote hongersnood. In 1349 werd Vlaanderen voor de eerste keer in meer dan 600 jaar getroffen door de pest

De Bourgondische 15e eeuw (1384-1506)[bewerken]

Kasteel van Wijnendale met zicht op het middeleeuws gedeelte
Filips de Goede (1396-1467)

Door het huwelijk van Margaretha van Male in 1369 met Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, kwam hieraan een einde en ging Vlaanderen over in handen van het Huis Valois, dat heerste over het hertogdom Bourgondië.

In 1470 telde het graafschap ongeveer 750.000 inwoners, waardoor het in vergelijking met het hertogdom Brabant zeker dichtbevolkt was.

In 1482 ging Vlaanderen over op het Huis Habsburg, door het overlijden van Maria van Bourgondië, de echtgenote van Maximiliaan I van Oostenrijk. Hun zoontje Filips de Schone werd daarbij de wettige graaf van Vlaanderen.

De Zeventien Provinciën in de 16e eeuw (1506-1598)[bewerken]

Onder keizer Karel V werd Vlaanderen in 1506 opgenomen in het Habsburgse rijk, als onderdeel van de Bourgondische Kreits. Het graafschap werd later betrokken bij de Gelderse Oorlogen.

Door de Pragmatieke Sanctie van 1549 werd het graafschap Vlaanderen losgemaakt van Frankrijk. Het werd een entiteit van het Heilig Roomse Rijk. Deze constitutionele akte bepaalde dat Vlaanderen onderdeel werd van de Zeventien Provinciën, die de Nederlanden uitmaakten en vanaf dat ogenblik steeds als één geheel overgeërfd zouden worden.

In Steenvoorde (in Frans-Vlaanderen) brak de Beeldenstorm los. Deze verspreidde zich over heel de Nederlanden en leidde uiteindelijk tot de Tachtigjarige Oorlog en de afscheiding van de Republiek der Verenigde Provinciën. Vlaanderen nam aanvankelijk deel aan de Opstand als lid van de Unie van Utrecht en tekende ook het Plakkaat van Verlatinghe in 1581, maar in de jaren 1579-1585, een periode bekend als de calvinistische Gentse Republiek, werd het gewest heroverd door het koninklijke Spaanse Leger van Vlaanderen.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Tachtigjarige Oorlog

De Spaanse 17e eeuw (1598-1713)[bewerken]

Vlaanderen bleef dus onder de heerschappij van de koning van Spanje. Lodewijk XIV van Frankrijk veroverde en annexerde het hele zuiden van Vlaanderen, dat zo bekend werd als Zuid-Vlaanderen of Frans-Vlaanderen. Deze situatie werd in 1678 geformaliseerd (Vrede van Nijmegen).

De Oostenrijkse 18e eeuw (1713-1789)[bewerken]

Na het uitsterven van de Spaanse tak van de Habsburgers, werd de Oostenrijkse tak van de Habsburgers opnieuw graaf van Vlaanderen. Onder Maria Theresia kwamen de Oostenrijkse Nederlanden tot grote bloei.

Halve eeuw revoluties (1789-1830)[bewerken]

In 1789 brak een revolutie uit tegen keizer Jozef II. In 1790 waren het graafschap Vlaanderen en een aparte provincie met de naam West-Vlaanderen, bestaande uit door Frankrijk aan de keizer teruggegeven gebieden, twee stichtende leden van de Verenigde Nederlandse Staten. Zoals de andere landen van de Oostenrijkse Nederlanden riep ook het graafschap Vlaanderen zijn onafhankelijkheid uit. Dit gebeurde op de Vrijdagmarkt te Gent op 4 januari 1790. Het Manifest van de Provincie Vlaanderen was opgesteld door Karel Jozef de Graeve en Jan Jozef Raepsaet; ook kanunnik Maarten de Bast werkte eraan mee.

Het graafschap Vlaanderen hield definitief op te bestaan in 1795, toen het door Frankrijk geannexeerd werd, en opgedeeld in twee departementen: het Leiedepartement (Lys), (het huidige West-Vlaanderen) en het ScheldeScheldedepartement (Escaut), (nu Oost-Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen).

Na de Franse Revolutie werd het graafschap niet hersteld, maar werden de twee departementen als de Nederlandse provincies Oost- en West-Vlaanderen op in een nieuwe Nederlandse eenheidsstaat, en later door de Belgische Revolutie in het unitaire België.

Koninkrijk België (1830)[bewerken]

De titel graaf van Vlaanderen werd overgenomen door de Belgische vorsten en bleef verder bestaan. Hij werd in de regel aan de tweede in lijn voor de opvolging als koning der Belgen gegeven. De titel van graaf van Vlaanderen werd afgeschaft bij Koninklijk Besluit van 16 oktober 2001.

Onder Vlaanderen verstaat men tegenwoordig in eerste instantie de noordelijke deelstaat van België, dit is de samenvoeging van het Vlaams Gewest en de Vlaamse Gemeenschap.

Zie ook[bewerken]

Belangrijke verdragen en veldslagen voor het graafschap Vlaanderen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Gysseling, M. en Dhondt, J. (1948): Vlaanderen, oorspronkelijke ligging en etymologie, in Album Prof. Dr. Frank Baur p.192-220, Leuven,
  • Gysseling, M. (1960): Toponymisch woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226), Tongeren,
  • Blok, D.P. (red) et al (1977-1983): Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, ISBN 9022838005
  • Blom, J.C.H., Lamberts, E., redactie (2006): Geschiedenis van de Nederlanden, HBuitgevers, Baarn, ISBN 90-5574-474-3
  • Dhondt, J. (1943): Korte geschiedenis van het ontstaan van het graafschap Vlaanderen van Boudewijn de IJzeren tot Robrecht den Fries, Brussel – Den Haag.
  • Dhondt, J. (1941-1942): Het ontstaan van het vorstendom Vlaanderen, Belgisch tijdschrift voor filologie en geschiedenis, XX, 553-572 en XXI, 53-93.
  • Ganshof, F.-L. (1944): Vlaanderen onder de eerste graven, Antwerpen.
  • Nicolas, D. (1992): Medieval Flanders, Londen, ISBN 0-582-01679-7
  • Niermeyer, J.F., Presser, J., Van Houtte, J.A. (1949-1958): Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Haarlem – Antwerpen.
  • Voet, L. (1942): De graven van Vlaanderen en hun domein, 864-1191, Wetenschappelijke Tijdingen, VII, 25-32.