Gracchus Babeuf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Babeuf

François Noël Babeuf, beter bekend onder de naam Gracchus Babeuf (Saint-Quentin (Picardië), 23 november 1760Parijs, 27 mei 1797) was een journalist en agitator ten tijde van het Directoire, in de nadagen van de Franse Revolutie. Hij formuleerde in zijn krant Le tribun du peuple communistische theorieën, die tot een maatschappij van gelijken moesten leiden [1] en wilde een proletarische dictatuur vestigen.

Babeuf wordt de eerste socialist genoemd. Friedrich Engels en Karl Marx beschouwden hem als voorloper van het communisme. Zijn Conjuration des Égaux noemden ze de eerste communistische partij. Volgens Rosa Luxemburg was Babeuf "de voorbereider (of eerste voorbode) van de revolutionaire opstand van het proletariaat".[bron?]

Biografie[bewerken]

Babeuf was de zoon van een gedeserteerde officier in Franse dienst, die in dienst trad van Maria Theresia, en in 1755 terugkeerde naar Frankrijk. Op 16-jarige leeftijd werd zijn zoon aangenomen op een notariskantoor. Babeuf werkte in Roye niet ver van Arras, waar Robespierre en Fouché zich voorbereidden op een omwenteling.[2] Babeuf moest land opmeten en feodale rechten verdedigen, maar werd beïnvloed door de ideeën van Jean-Jacques Rousseau en schreef in 1787 een Cadastre perpétuel (Eeuwig kadaster) waarin hij zijn visie op de grondbelasting en collectieve boerderijen uiteenzette.

Babeuf werd benoemd in de gemeenteraad van Montdidier (Somme), maar zat al gauw zonder werk vanwege valsheid in geschrifte, in een poging grondbezit aan iemand anders toe te wijzen. Hij vluchtte in februari 1793 naar Parijs en bekommerde tijdelijk zich om het Bataafs Legioen.[3] Op 23 augustus werd hij bij verstek tot twintig jaar gevangenis veroordeeld. In november werd hij gevangengezet en leerde daar zijn medestander Filippo Buonarroti kennen. Hij werd in juli 1794 vrijgelaten. Na de val van Robespierre trad hij voor het eerst voor het voetlicht met het blad: Journal de la Liberte et de la Presse en publiceerde een boek over de mannen van het Schrikbewind, waarin hij Carrier, de beul van Nantes, aanviel. Vanwege allerlei uitwassen en conservatieve maatregelen richtte hij zich onder het pseudoniem Gajus Grachus tegen de toenmalige regering (Comité de Salut Public) en manifesteerde zich als een nieuwe Jean-Paul Marat. Veel arbeiders werkten 16 uur per dag voor een hongerloon en gaven de voorkeur aan staken.[4] Waarschijnlijk hernieuwde Babeuf in deze tijd zijn kennismaking met Joseph Fouché, die hem zou assisteren en raad geven.[5] In januari 1795 riep hij de Sansculotten op tot opstand en liet zijn oordeel over de Terreur varen. Hij eiste toepassing van de Franse Grondwet van 1793, die dreigde te worden aangepast. Babeuf pleitte in juli voor opheffing van privébezit van grond.

Op 16 november 1795 richtte Babeuf met Buonarroti een club op in een onderaardse kapel van het Pantheon in Parijs. Babeuf publiceerde vijf decreten, vanwege de algemene heersende ontevredenheid. Door de speculatie, o.a. in de oorlogsindustrie was een rijke bovenlaag ontstaan in Frankrijk, maar in Parijs leefden een half miljoen mensen in armoede. Hij propageerde arbeid tot het zestigste jaar; kost zou worden verschaft in openbare eetzalen; handel met het buitenland zou slechts worden toegestaan aan de staat; in het binnenland zou het geld moeten worden afgeschaft. Op 5 december werd een nieuw arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd en Babeuf dook onder. De club in het Pantheon werd in februari 1796 gesloten door Napoleon Bonaparte.

Babeuf kwam tot de conclusie dat het onmogelijk was de maatschappij te veranderen zonder geweld. Met enkele vrienden vormde hij op 30 maart een geheim Directoire secret de salut public, een soort tegenregering. De revolutie moest teruggedraaid worden naar de stand van voor de val van Robespierre.[6] Hij propageerde nieuwe Septembermoorden.[bron?] Een nieuwe revolutie op 11 mei (22 Floréal) moest de economische ongelijk en het geluk voor allen herstellen.[7] Met brochures en plakkaten werd in de fabrieken en wijken actie gevoerd. De zaak werd verraden en op 10 mei 1796 werden hij en zijn medestanders gevangengenomen op bevel van Lazare Carnot. Na twee pogingen hen te bevrijden werden de gevangenen in juni overgebracht naar Vendôme. Emmanuel Joseph Sieyès sprak zich in augustus al uit over de doodstraf voor Babeuf.[8] Het proces onder Pierre Louis de Lacretelle begon in februari en duurde drie maanden. Babeuf verklaarde voor de rechters dat de revolutie van 1789 slechts een voorloper zou zijn van een veel grotere en nog meer ingrijpende, die aan alle ellende een einde zou maken.

Babeuf werd op 26 mei 1797 ter dood veroordeeld voor zijn rol in de Conjuration des Égaux (samenzwering van de gelijken). Zeven anderen werden gestraft met deportatie naar Cayenne in de toenmalige strafkolonie Frans-Guyana, waaronder Pichegru; 56 burgers werden vrijgesproken.[9] Hij werd bloedend naar het schavot gebracht in Vendôme, nadat hij en Darthé hadden geprobeerd zelfmoord te plegen.[10]

Buonarroti publiceerde in 1828 de geschriften van Babeuf in Brussel.[11]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://www.dbnl.org/tekst/cohe002rspo01_01/cohe002rspo01_01_0005.php
  2. Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 204-205.
  3. Rosendaal, J.G.M.M. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 396-389.
  4. Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 205.
  5. Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 206.
  6. Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 207.
  7. http://www.marxists.org/nederlands/domela/1901/geschiedenis/13.htm
  8. Op 16 april was de doodstraf ingesteld tegen diegenen die herstel van de monarchie wilden of invoering van de grondwet van 1793.
  9. Janssen Perio, E.M. (1989) Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kaïn en Abel, p. 264.
  10. http://www.dbnl.org/tekst/quac001soci06_01/quac001soci06_01_0029.php
  11. http://www.marxists.org/history/france/revolution/conspiracy-equals/index.htm