Grande (titel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De waardigheid van een grande is een uniek eerbewijs aan dat vooral aan Spaanse edelen wordt toegekend. De grandeza van Spanje (in het Spaans met hoofdletter: "Grandeza de España") is de oudste grandeza en staat los van de adeldom per se. De grande heeft voorrechten die een edelman niet van rechtswege toekomen. In principe is het mogelijk dat een burger de titel van een Grande verkrijgt. In de praktijk wordt de grandeza aan edelen toegekend.

Er bestonden ook een Portugese en een Braziliaanse grandeza. Deze instellingen werden na de val van de monarchie in deze landen afgeschaft.

Het begrip grande wordt in Spanje, maar ook daarbuiten, ook wel, maar dan in brede zin, gebruikt om een magnaat, een machtig edelman met veel grondbezit, aan te duiden. In het Engels zijn de termen "Grandee" of "Tory-Grandee" in gebruik. Daarmee worden machtige edelen en edelen die een grote rol in de conservatieve partij spelen bedoeld.

Tijdens de Engelse Burgeroorlog noemde men de invloedrijke, uit de gentry of landadel in de New Model Army, de tegenstanders van de meer democratisch ingestelde Levellers[1] informeel de Grandes of Grandees.[2].

Gravenkroon, verleend aan markgraven met een grandeza.
Markgravenkroon, verleend aan baronnen met een grandeza.
Kroon van een hertog en grande van Spanje.

Grandeza van Spanje[bewerken]

Binnen de Spaanse adelstand maakt men onderscheid tussen de Grandes de España of rijksgroten en de getitelden van het Koninkrijk, de Títulos del Reino.

De literatuur noemt de grandeza de opvolger van de Ricoshombres, de hoge adel van Leon, Castilië, Aragon en Navarra. De rol komt gedeeltelijk overeen met die van de Franse pairs en de Engelse peerage.

De aanduiding grande werd in Spanje in eerste instantie gebruikt om onderscheid te maken tussen de meest vooraanstaande edelen, de "Grandes Señores del Reino" en de ricoshombres, de magnaten. Deze magnaten met hun grondbezit werden onderscheiden van de grote groep van soms straatarme maar desondanks adellijke hidalgos [3].

Gedurende de middeleeuwen werden de titels van graaf en hertog zelden verleend. Wanneer men deze hoge titels al verleende dan ging het niet om erfelijke titels. Tot in de 14e eeuw behielden de adellijke titels op het Iberisch schiereiland hun oude Karolingische betekenis van dienaar des konings, officier of bestuurder. De grandeza gaf ook in de middeleeuwen al aan of men in het bijzijn van de koning zijn hoofd bedekt mocht houden en of men in zijn aanwezigheid mocht zitten.

Het katholieke koningspaar, Ferdinand van Aragon en Isabella I van Castilië braken de macht van de adellijke grootgrondbezitters. Zij werden meer dan voorheen dienaren des konings maar zij waren geen machtsfactor met een territoriale feodale basis meer. De oude adellijke privileges en voorrechten bleven bestaan; belastingvrijheid, immuniteit voor arrestatie en gevangenhouding tenzij de Koning daarover persoonlijk had beslist, rechtsmacht waaronder hoge heerlijkheid in een bepaald gebied.

Karel I van Spanje, landsheer van de Nederlanden, die ook regeerde als keizer Karel V over het Heilige Roomse Rijk, stelde een duidelijk protocol in. Hij stelde vast dat het verlenen van grandeza het alleenrecht van de Spaanse Kroon is.

De hoed van de grande[bewerken]

Het gaat bij de grandeza, sinds Karel I, om drie dingen, in de eerste plaats de eer en het recht om zich grande der Eerste Klasse, grande der Tweede Klasse of grande der Derde Klasse te noemen, het aan de grandeza verbonden recht om in aanwezigheid van de koning zijn hoed op het hoofd te mogen houden en een heraldisch voorrecht.

  • De grande der Eerste Klasse

Deze grande sprak de koning met bedekt hoofd aan en luisterde met bedekt hoofd naar de woorden van de koning.

  • De grande der Tweede Klasse

Deze grande sprak de koning met bedekt hoofd aan maar luisterde met onbedekt hoofd naar de woorden van de koning.

  • De grande der Derde Klasse

Deze grande sprak de koning met onbedekt hoofd aan en wachtte op een koninklijk verlof om zijn hoofd te bedekken[4].

De positie van de grande[bewerken]

Alle grandes werden door de koning als "Mi Primo" oftewel "Mijn Neef" aangesproken. Andere edelen werden in de correspondentie met "mi pariente" oftewel "mijn verwant" aangeduid. Het heraldische voorrecht dat aan de grandeza is verbonden, is dat men een rangkroon die één graad hoger is dan de werkelijke graad in de Spaanse adel, mag voeren. Zo zal een Spaanse graaf die een grande is boven zijn wapen een markiezenkroon plaatsen. Grandes werden aangesproken als "Excellentie".

Bekende grandes zijn de hertogen van Medinaceli, Osuna, Infantado, Albuquerque, Nájera, Frías en van Medina Sidonia. Ook de markiezen van Aguilar de Campoo, van Astorga, Santillana en van Los Vélez, de graven van Benavente, Lerín, Olivares, Orgaz en van Lemos zijn grandes.

De privileges van een grande[bewerken]

Een grande van Spanje draagt de titel Excelentísimos Señor en hij heeft het recht om in het huwelijk te treden in bepaalde kerken die onder koninklijk patronaat staan zoals het Monasterio de la Encarnación en het Monastario de las Descalzas Reales.

De grandes kregen de titel van "Excellentie" of "Meest Excellente Señor" of Señora en mogen als vertegenwoordigers van de koning met een speciaal diplomatiek paspoort reizen[5]. Het paspoort heeft hetzelfde formaat als de andere door de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken uitgegeven paspoorten maar de tekst is iets anders gesteld.

Het paspoort stelt letterlijk: "Su Majestad el Rey y en su nombre el Ministro de Asuntos Exteriores concede Pasaporte Diplomático al Exmo. Sr D. XXX, (Marqués) de YYY, Grande de España. Por lo tanto ordena a las Autoridades civiles y militares de España le dejen transitar libremente, y espera que las de los países extranjeros a donde se dirija no le pongan impedimento alguno en su viaje, antes bien, le den todo el favor y ayuda que necesitare por convenir así al bien del servicio nacional.[6]"

Een grande is hoger in rang dan wie dan ook in het Spaanse protocol en een baron-grande heeft aan het hof voorrang op een hertog. Een Spaanse grande volgt in rang op de infantes van Spanje; de kinderen van de koning en de prins van Asturië[7].

Spanje kent 404 grandes, daarbij moet worden bedacht dat sommigen meervoudig grande zijn. De 18e hertogin van Alva is recordhoudster, zij is vijftigmaal grande van Spanje. Het door Karel I ingestelde verschil tussen de klassen van de grandeza is al in de 19e eeuw vervallen.

Spanje kent, speciaal om de grandeza te regelen, naast een Raad van Adel ook een Raad van de Grandeza, de "La Diputacion y consejo de la Grandeza de España". In 1955 heeft een van de nazaten van een Gronings edelman[8], Johan Willem Ripperda bij deze raad het herstel van de in september 1732 ontnomen grandeza van zijn voorvader gevraagd. De procedures liepen tot 1982 maar zij waren niet succesvol.

Behalve de afwijkende rangkroon heeft een grande van Spanje het recht om rond zijn wapenschild een hermelijngevoerde scharlaken wapenmantel met paviljoen te hangen. Dit heraldische voorrecht komt anders alleen hertogen en prinsen toe.

De geschiedenis van de Spaanse grandeza[bewerken]

De wapenmantel van een Spaanse grande

De eerste grandes werden door de pas op de Castiliaanse troon gezeten dynastie der Trastamara in 1369 benoemd. De ceremonie van de "cobertura" waarin de monarch een edelman met het bevel ¡Cubríos! oftewel "bedek u" in de grandeza verhief ontstond tijdens zijn regering. Karel schiep in de jaren 1520 tot 1555 vijfentwintig grandes.

Karel I van Spanje wilde zijn positie ten opzichte van de adel van Spanje duidelijker maken. Hij schiep daartoe de klassen der Títulos en Grandes.

Filips II van Spanje schiep tijdens zijn regering meerdere grandes en voerde de Grandes de Primera Clase in. Aan het einde van de 16e eeuw waren er veertig grandes. Daaronder vindt men de Hertogen van Veragua, afstammelingen van Christoffel Columbus. Zij werden in 1537 grande van Spanje.

In de 18e eeuw breidde de grandeza zich sterk uit, niet alleen Spaanse edelen als de Conde-Duque de Olivares en de Conde de Oñate werden grande, de titel werd op verzoek van Franse edellieden, allen pairs van Frankrijk, ook aan hen toegekend. Filips V van Spanje was een Bourbon en was in Frankrijk geboren. De edelen waren gesteld op de Spaanse titel omdat deze ook aan het Franse hof voorrechten met zich mee bracht. De hertog van Saint-Simon beschrijft in zijn memoires de voorrechten die de grandes aan het Spaanse en Franse hof genoten.

In de 19e eeuw werden vooral edelen, maar ook belangrijke militairen grande van Spanje. De 25 alleroudste families met grandeza, de Spaanse oeradel, de originele "sangre azul" begonnen zich nu te onderscheiden door zich als de " "Grandes de Inmemorial" aan te duiden. Deze aanduiding berust niet op de wet en zij is merkwaardig omdat de grandeza in 1525 werd ingevoerd en dus niet sinds "onheugelijke tijden" bestaat zoals het Spaanse woord "inmemorial" suggereert.

Teloorgang en herstel van de grandeza[bewerken]

Jozef Bonaparte, koning van Spanje, de broer van Napoleon, schafte de Grandeza af. In 1834 werd de Grandeza door de Bourbon-koning hersteld. In de kort daarvoor op 10 april 1834 ingestelde Eerste Kamer, deel van de Estatuto real, het Casa de los Proceres of Spaanse Hogerhuis kregen de Grandes voorrang op de andere edelen. Deze rol in de Spaanse volksvertegenwoordiging behielden zij totdat in 1873 de Eerste Spaanse Republiek werd ingevoerd. De republiek hief de grandeze op. Koning Alfons XIII van Spanje stelde haar wederom, maar nu zonder vertegenwoordiging in het parlement, weer in.

In 1931 schafte de Tweede Spaanse Republiek de grandeza wederom af. Artikel 25 van de republikeinse grondwet van 1931 stelde vast dat de Spaanse Republiek geen adeldom en Grandeza kende. De Republiek keerde zich tegen de eeuwenoude sociale structuren. In reactie daarop ontstond een opstandige beweging in de krijgsmacht en binnen de maatschappij. Het ontaarde in een bloedbad onder de tegenstanders van de republiek en een burgeroorlog, de Spaanse Burgeroorlog.

De caudillo, Francisco Franco herstelde de grandeza op zijn beurt weer in 1948. In 1947 werd de wet op de opvolging, de "Ley de Sucesión en la Jefatura del Estado" aangenomen. Franco bleef "caudillo" van een koninkrijk[9] waarvan de troon vacant bleef. De wet van 1948 herstelde behalve de grandeza ook de adeldom. De caudillo verleende, in afwezigheid van een koning, adeldom en grandeza[10].

Koning Juan Carlos heeft de voorrechten van de grandes en de grandeza bevestigd in een decreet.

De eerste premier van het moderne democratische Spanje, Adolfo Suárez werd door koning Juan Carlos in de adelstand verheven als hertog en hij werd grande van Spanje. Zijn voorganger, de nog door Franco benoemde Carlos Arias Navarro was door de koning tot Markies verheven en ook hij werd grande.

In artikel 62 van de huidige Spaanse Grondwet, aangenomen in 1978, wordt de Spaanse koning de Derecho de Gracia genoemd. Deze met "bron van eerbewijzen" te vertalen uitdrukking houdt in dat voorrechten, eerbewijzen en adeldom ontleend worden aan het koningschap. De Spaanse koning is staatsrechtelijk ook de Fons honorum en de door hem verleende eerbewijzen worden internationaal erkend.

De grandeza binnen de Europese adel[bewerken]

Aan de pairs van Frankrijk werden, behalve bij de kroning van een Franse vorst, weinig voorrechten gegund. De Engelse, Schotse, Britse en Ierse Peers of the Realm bezaten tot voor kort een zetel in het Hogerhuis of het recht in het Hogerhuis te worden afgevaardigd door hun standgenoten. Een aantal Duitse edelen bezat ook vergelijkbare voorrechten in de hogerhuizen van Pruisen, Beieren en Württemberg. De Spaanse grandeza is met geen van deze adelsystemen en constituties te vergelijken al bezaten de grandes korte tijd een zetel in het Spaanse Hogerhuis. De Grandeza is ook niet met de Duitse ebenbürtige adel die op voet van gelijkheid met agnaten van regerende families konden huwen te vergelijken. De grandeza is niets anders dan een geprivilegieerde positie in de Spaanse samenleving.

Grandes van Portugal en Brazilië[bewerken]

Ook het Koninkrijk Portugal en het Keizerrijk Brazilië kenden een tijdlang een eigen grandeza om op deze wijze de hoogste adel aan te duiden. De heraldische gebruiken waren gelijk aan die van Spanje, afwijkend was het met de gandeza verbonden privilege dat de nabestaanden van een gestorven grande diens wapenschild in een kerk boven het graf mochten aanbrengen. De graven, markiezen en hertogen waren in deze twee landen altijd grandes en zij deelden deze waardigheid met de generaals, de bisschoppen, de aartsbisschoppen en de kardinalen. De grandes mochten alleen met expliciete toestemming van de keizer of koning worden gearresteerd.

In Portugal en Brazilië was de grandeza van de baronnen en burggraven nooit erfelijk zoals dat in Spanje soms wel het geval was. De val van de beide monarchieën betekende het einde van de grandeza.

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • DE OLIVEIRA, Luís da Silva Pereira - Privilégios da Nobreza e Fidalguia de Portugal. Lisboa, 1806.
  • BURGOS, A. Guerrero - Grandezas y Titulos Nobiliarios. Editorial Revista de Derecho Privado, Madrid, 1954.
  • Emmanuel Le Roy Ladurie, Saint-Simon ou le système de la Cour, Fayard, 1997
Bronnen, noten en/of referenties
  1. David Plant The Levellers on the website of the British Civil Wars and Commonwealth
  2. The OED first cites this specific usage as "1648-9 C. WALKER Relat. & Observ. 1 The said Leading men or Grandees (for that is now Parliament language) First divided themselves into two factions."
  3. Selden: "an additional individual dignity not only to all dukes, but to some marquesses and condes also" (Titles of Honor, ed. 1672, p. 478).
  4. "those who awaited the permission of the king before covering themselves"
  5. Koninklijk Decreet1023/1984
  6. Zijne Majesteit de Koning en in zijn naam de Minister van Buitenlandse Zaken verleende dit paspoort aan Zijne Excellente Heer D(on). ........ Grande van Spanje. De Koning beveelt de Spaanse civiele en militaire autoriteiten de drager van dit paspoort vrije doorgang te verlenen op zijn reizen en hij verwacht dat men hem overal de ondersteuning zal verlenen die hij op zijn reis nodig heeft om het belang van de natie te dienen (Vertaling door Robert Prummel)
  7. La Grandeza de España es la Título nobiliario y dignidad máxima de la nobleza española, inmediatamente después de la de infante de España, que es la que corresponde a los hijos del rey y a los hijos de los príncipes de Asturias.
  8. Don Isidro .....
  9. "La jefatura del estado le corresponde al Caudillo de España y de la Cruzada, Generalísimo de los Ejércitos Don Francisco Franco Bahamonde"
  10. Artikel 2: desde entonces Francisco Franco se arrogó el derecho de reconocer y conceder títulos nobiliarios.