Griffin Bell

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Griffin Bell

Griffin Boyette Bell (Americus (Georgia), 31 oktober 1918 - Atlanta (Georgia), 5 januari 2009) was een Amerikaans jurist en politicus van de Democratische Partij. Als zodanig was hij minister van justitie.

Bell studeerde rechten aan de Mercer University in Macon (Georgia). Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij van 1941 tot 1946 in het Amerikaanse leger. Nadien werd hij advocaat in Savannah en Rome (Georgia) en vanaf 1948 (met onderbrekingen) bij het kantoor King & Spalding in Atlanta.

Naast zijn activiteiten als advocaat, was hij van januari 1959 tot oktober 1961 ere-stafchef van de gouverneur van Georgia. President John F. Kennedy benoemde hem tot rechter aan het U.S. Court of Appeals for the Fifth Circuit, dat onder meer bevoegd is als beroepsinstantie voor grote delen van Louisiana, Mississippi en Texas. Hij nam in maart 1976 ontslag uit dit ambt om enige maanden senior partner te worden in zijn advocatenkantoor. Na de verkiezing van president Jimmy Carter werd hij benoemd tot minister van justitie (Attorney General).

In de periode na de Watergate-affaire was zijn aanstelling als vriend van de president en afkomstig uit de Zuidelijke Verenigde Staten, controversieel. Op het einde van zijn ambtsperiode werd hij echter over de partijgrenzen heen in de Amerikaanse Senaat en in de media geprezen. Tijdens zijn ambtsperiode werd onder meer de Foreign Intelligence Surveillance Act aangenomen. Verder adviseerde hij de president bij de benoeming van federale rechters, waarbij hij er in slaagde de benoeming van vrouwen en minderheden te bewerkstelligen.

Op 16 augustus 1979 trad hij af als minister van justitie. Nadien was hij bijzonder gezant van de president voor de Helsinki-akkoorden. Later werd hij meer en meer actief als adviseur voor de Republikeinse regeringen. Zo was hij tijdens de ambtsperiode van president Ronald Reagan lid van de adviesraad van buitenlandminister George Shultz voor Zuid-Afrika. President George H.W. Bush benoemde hem tot plaatsvervangend voorzitter van de presidentiële commissie voor de hervorming van het ethisch recht. Bush benoemde hem ook tot raadgever tijdens het onderzoek van de Iran-Contra-affaire. In 2004 steunde hij de kandidatuur van George W. Bush.

Externe links[bewerken]