Groene Leger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Propagandaposter van de Bolsjewieken tegen het leger van ataman Nikifor Grigoriev, 1919.

Het Groene Leger (Russisch: Зелёная Армия, Zeljonija Armija) of "de Groenen" (Russisch: Зелёные, Zeljonije) was een los verband van een aantal legers met anarchistische of nationalistische of niet-politieke ideologieën. Het werd tijdens de Russische Burgeroorlog wel het 'derde leger' genoemd. Het vocht soms tegen het Rode Leger, soms tegen de Witten en soms tegen allebei. De term wordt een enkele keer ook gebruikt voor het Zwarte Leger.

Strijdgebieden en invloed[bewerken]

De groene eenheden waren met name actief in de Kaukasus, het Wolgagebied rond Tambov en Saratov, en in de Oekraïne. Ze veroorzaakten veel leed onder de lokale bevolking. Doordat de grenzen van hun machtsgebied snel veranderden, ontwrichtten ze het openbare leven. Alle strijdende partijen maakten zich in deze oorlog schuldig aan wreedheden en pogroms, waarbij het totale aantal doden wordt geschat op 7 miljoen.

Eenheden[bewerken]

De Groenen bestonden voornamelijk uit boeren en deserteurs. De boeren deden vaak mee omdat de bolsjewieken hun graan vorderden, en andere maatregelen invoerden die negatief voor hen uitpakten.

Het totale aantal leden van de verschillende groepen binnen het Groene Leger varieerde sterk per periode. De grootste eenheden waren de pro-communistische bendes in de zuidelijke Oekraïne onder leiding van ataman Nikifor Grigoriev, en het eveneens pro-communistische Koeban-Zwarte Zee Leger (of Rood-Groene Leger), met een geschat aantal van ieder 15.000 man. Beide legereenheden vochten in 1919 tegen het Russisch Vrijwilligersleger van generaal Anton Ivanovitsj Denikin.

Paramilitaire eenheden in de Krim verenigden zich in 1920 in het Krim Rebellenleger en vochten samen met het Rode Leger tegen het leger van Witte Leger-baron Pjotr Wrangel.

Het bekendste leger van de Groenen was het Leger voor de Opleving van Rusland in de Noordelijke Kaukasus dat in 1920 onder bevel stond van generaal Fostikov.

In de zomer van 1920 braken grote opstanden uit in veel Wolga-provincies, met name in Saratov en Tambov. De bolsjewieken hadden strenge maatregelen afgekondigd die de economie moesten redden, maar negatief uitpakten voor de bevolking en daardoor de anarchisten en mensjewieken in de kaart speelden. De bevolking werd flink opgehitst door de Groenen en deze zorgden zo voor grote onrust, hetgeen resulteerde in het instellen van de noodtoestand door de communisten. Na een staking begin 1921, die door de bolsjewieken werd neergeslagen, werd de Nieuwe Economische Politiek (NEP) ingevoerd.

Einde[bewerken]

Tegen het einde van 1920 was het Groene Leger verdwenen. Een gedeelte sloot zich aan bij het Rode Leger (Rood-Groenen) en anderen sloten zich aan bij de Witten (Wit-Groenen).

Zie ook[bewerken]