Groene spitsneusslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Groene spitsneusslang
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2008)
Oxybelis fulgidus 4.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie: Colubrinae
Geslacht: Oxybelis
Soort
Oxybelis fulgidus
(Daudin, 1803)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De groene spitsneusslang[1] of groene spitskopslang (Oxybelis fulgidus) is een slang die behoort tot de familie der gladde slangen (Colubridae).

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De slang is met zijn felgroene kleur een opvallende verschijning. Over zijn gehele lichaam is de slang fel groen gekleurd en over de zijkant loopt over zijn lichaam een dunne lichtgroene tot gele lijn. De kop van de slang is spits toelopend en heeft een 'wipneus' De bovenkant van de kop is veelal donkerder gekleurd dan de onderzijden. De scheidingslijn wordt door een donkere streep ter hoogte van het hoog gemarkeerd. Het lichaam van de slang is met een doorsnee van 2 centimeter relatief dun in vergelijking met zijn lengte. De slang kan een lichaamslengte bereiken van 150 centimeter tot twee meter.[2] De iris van het oog is goud-geel gekleurd en de pupillen van de slang zijn rond.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De groene spitsneusslang is te vinden vanaf Mexico tot aan Bolivia, en komt onder andere voor in Suriname. De slang is te vinden in bosrijke omgevingen vanaf zee niveau tot op een hoogte van ongeveer 1500 meter. Hij voelt zich het beste thuis in bomen en struiken waar hij vanwege zijn uitstekende schutkleuren erg moeilijk te vinden is. Om nog minder op te vallen beweegt de slang zich alsof hij een tak is welke op de wind op en neer beweegt.

Voedsel[bewerken]

Tot het hoofdgerecht van de slang horen reptielen, kleine vogels en kleine zoogdieren. Op welk dier het meest jaagt is afhankelijk van de beschikbaarheid van de prooi in het leefgebied.

De slang jaagt meestal niet op zijn prooi maar gaat in een hinderlaag liggen. Hij kan uren tot zelfs dagen bijna bewegingloos zich verborgen houden in een struik wachtend tot zijn prooi aan hem voorbij komt lopen. Soms houdt de slang zich op al hangend langs een bloem waarbij hij op kolibries wacht die de nectar komen drinken. Op het moment dat de kolibrie drinkt bijt de slang toe. Slechts in sommige gevallen gaat de slang achter de prooi aan. Zo worden jonge vogels uit het nest gehaald.[2] Nadat het prooidier in zijn geheel is ingeslikt zoekt de slang een hoog en veilig plekje in een boom om hier de komende dagen te blijven om het eten te verteren.

Gif[bewerken]

Als de slang zich bedreigd voelt zal hij vluchten. De slang kan zich op hoge snelheid zowel op de grond als door bomen en struiken voortbewegen. De slang is tevens een uitstekende zwemmer en steekt soms brede rivieren over.

De slang heeft achter in de bek twee giftanden zitten waarmee hij zijn prooi bijt. Voor mensen is het gif meestal onschadelijk en is de beet vooral pijnlijk en zwelt de plek rondom de beet op. In slechts enkele gevallen levert een beet in de hand een langdurige beschadiging aan het weefsel op waardoor de hand of vingers langere tijd slecht functioneren. De slang is niet agressief van aard en zal in geval van gevaar vluchten. De slang wordt niet gecategoriseerd als gifslang.

Voortplanting[bewerken]

De slang legt tot 10 eieren. Zodra de jonge slangen uit het ei komen hebben ze een lengte van ongeveer 24 centimeter. De incubatietijd van de eieren bedraagt ongeveer 14 weken.

In gevangenschap[bewerken]

De groene spitsneusslang wordt soms in gevangenschap gehouden. Het terraria voor deze grote slang moet ook behoorlijke afmetingen hebben van minimaal 2 meter hoog en een oppervlakte van 6 tot 16 vierkante meter. Omdat de slang niet agressief is, is hij relatief eenvoudig te houden. De slang kan het beste gevoerd worden met jonge, kleine muizen.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 491 ISBN 90 274 8626 3.
  2. a b P Whitfield, Encyclopedie van het dierenrijk - Alle gewervelde dieren in woord en beeld, Uitgeverij Areopagus, 1984, Pagina 452 ISBN 90 274 9009 0.

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database - Oxybelis fulgidus - Website Geconsulteerd 21 oktober 2012
  • (nl) P Whitfield - Encyclopedie van het dierenrijk - Alle gewervelde dieren in woord en beeld (1984)- Pagina 452 - Uitgeverij Areopagus - ISBN 90 274 9009 0