Groenknolorchis
| Groenknolorchis | |||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Groenknolorchis rechts (A) | |||||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||||||||
| Liparis loeselii (L.) Rich. (1817) |
|||||||||||||||||||||||
| Afbeeldingen Groenknolorchis op |
|||||||||||||||||||||||
| Groenknolorchis op |
|||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||
De groenknolorchis of sturmia (Liparis loeselii) is een orchidee. Het is een typische plant van jonge duingebieden en trilveen.
Inhoud |
Naamgeving en etymologie [bewerken]
Nederlands: Groenknolorchis, sturmia
Engels: Fen orchid
Frans: Liparis de Loesel
Duits: Sumpf-Glanzkraut
Deens: Mygblomst
Kenmerken [bewerken]
De plant is 10-25 cm hoog. De vettig glanzende, lichtgroene bladeren zijn lancet- en gootvormig en zitten om de lichtgroene, geribde bloemstengel heen. De plant bloeit van juni tot juli met een stengel. De geelgroene bloemen zijn vrij klein. De lip is aan de randen fijn gekarteld. Aan het eind van de groei wordt een glimmend groene knol gevormd voor de opslag van reservevoedsel. Aan de knol zit een wortelstok. Elk jaar wordt een nieuwe knol gevormd. De vermeerdering is hoofdzakelijk vegetatief.
Habitat [bewerken]
De soort komt vooral voor in jonge, natte, kalkrijke duinvalleien, maar wordt makkelijk verdrongen door andere soorten. Samen met knopbies, moeraswespenorchis, vleeskleurige orchis, parnassia, armbloemige waterbies, zeegroene zegge, dwergzegge en andere soorten maakt groenknolorchis deel uit van het Junco-baltici Schoenetum-nigricantis, een plantengemeenschap van jonge natte duinvalleien en ingesnoerde strandvlakten. Binnen deze gemeenschap geldt groenknolorchis als een pioniersoort, die zich snel vestigt, maar ook weer snel verdwijnt als de bodem door een te dikke moslaag wordt bedekt, of wordt overwoekerd door struiken als kruipwilg en duindoorn. Groenknolorchis kan zich praktisch alleen handhaven in dynamische duingebieden waar sprake is van een voortdurend proces van jonge duinvorming.
Buiten de duinen komt groenknolorchis voor in veenmoerassen waar enige aanvoer van basisch kwelwater of voedselarm oppervlakte water aanwezig is.
Voorkomen [bewerken]
De groenknolorchis is een plant van de gematigde streken van het noordelijk halfrond, Europa, Noord-Amerika en Azië. In Noord-Amerika is hij voornamelijk te vinden in het Grote Meren-gebied en in Canada. In Azië bereikt hij zijn grens in westelijk Siberië.
In Europa komt hij voor van de Alpen tot aan de Karpaten en van de Britse eilanden tot in Rusland. In Frankrijk is hij momenteel bekend van 12 regionen.
De soort is in Nederland langs de kust nog te vinden op de Waddeneilanden en in de duinen van Zuid-Holland en in Zeeuws-Vlaanderen. Vooral op de Noordsvaarder op Terschelling en op de zuidpunt van Texel komen nog grote populaties voor. Verder in Noordwest-Overijssel (De Wieden), Zuid-Friesland (Rottige Meenthe) en in het veengebied tussen Utrecht en Noord-en Zuid-Holland.
In België nog op enkele locaties in de Kempen te vinden.
Bedreiging en bescherming [bewerken]
De groenknolorchis is een van de meest zeldzame Europese wilde orchideeën. De soort is in heel Europa beschermd door de Habitatrichtlijn.
Hij staat zowel op de Belgische als op de Nederlandse Rode lijst van planten als sterk afgenomen en vrij zeldzaam.
In Nederland staat de soort op de Lijst van wettelijk beschermde planten in Nederland en wordt hij beschermd door de Flora- en faunawet.
Externe link [bewerken]
- Groenknolorchis (Liparis loeselii) op SoortenBank.nl (gebaseerd op de Heukels23, dit is de laatste uitgave)
- Nederlands Soortenregister Groenknolorchis