Grootebroek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grootebroek
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Grootebroek
(Details)
Grootebroek
Grootebroek
Situering
Provincie Noord-Holland
Gemeente Stede Broec
Coördinaten 52° 41' NB, 5° 13' OL
Algemeen
Inwoners (2005) 8447
Portaal  Portaalicoon   Nederland
Kerk in Grootebroek

Grootebroek (Westfries: Groôtebroek) is een dorp in de gemeente Stede Broec, in de regio West-Friesland, in de provincie Noord-Holland. Het dorp kende in 2005 zo'n 8447 inwoners.

Grootebroek vormde samen met Lutjebroek tot 1 januari 1979 de zelfstandige gemeente Grootebroek. De bebouwing van Grootebroek is vandaag de dag volledig samengesmolten met die van Bovenkarspel, zodat beide dorpen in feite één woonkern vormen. Op de grens met Bovenkarspel ligt het grote winkelcentrum Streekhof, dat een regionale functie heeft. Net aan de andere kant van de grens ligt het treinstation Bovenkarspel-Grootebroek, die zo genaamd is omdat het zogoed als direct aan de grens van Grootebroek ligt.

Geschiedenis[bewerken]

De geschiedenis van Grootebroek is erg gekoppeld aan die van naastgelegen Lutjebroek. De namen Grootebroek en Lutjebroek verwijzen naar de grootte van de kernen en de ligging in een broek. De kernen liggen van oorsprong op de zandrug die door het moerasachtig gebied loopt. Daar waar 'Lutje' (luttel) verwijst naar het kleinere moerasachtig gebied, verwijst 'Groote' naar de ligging in een grotere 'broek'.

Ver voor dat deze benamingen voor de plaatsen opduiken werden de zandheuvels al bewoond. Archeologisch werden er in Grootebroek drie grafheuvels uit de bronstijd gevonden. Ook van bewoning in de vijfde eeuw voor onze jaartelling zijn sporen teruggevonden. De benaming 'Grootebroek' komt voor het eerst voor omstreeks 1250 in een bul van paus Innocentius. Er woonden in 1250 zo'n 250 inwoners.

Grootebroek viel onder de banne Broek. Rond 1250 woonde ten noorden van Grootebroek monniken. Ondanks het feit dat de bevolking nog helemaal niet gekerstend was, hadden de, uit het Friese Hemelum afkomstige, monniken wel veel invloed op de gemeenschap. Zo is bekend dat deze zich na de grote overstroming van 1170 erg bemoeid hebben met het herbouwen van de dijken die de streek moesten beschermen. Ook stellen sommige dat ze wat later verantwoordelijk waren de eerste poging van ontginning van het water en moerasachtige gebied tussen het huidige Hoogkarspel en Westeinde. Na 1322 verdwenen de monniken uit het gebied.

In 1364 kregen Grootebroek en Bovenkarspel gezamenlijk stadsrechten onder de naam Broek. Al werd, omdat Grootebroek toen iets groter was dan Bovenkarspel, het eerst onder de naam Grootebroek uitgeschreven, later werd dit hersteld naar Broek. In diverse documenten over de eeuwen heen duikt de naam stede Grootebroek nog wel eens op als benaming voor de stad. In 1402 breidde de stad uit met Lutjebroek, Horn en een jaar later ook met Hoogkarspel. Uit een akte van 2 maart 1424 van Jan van Beieren blijkt dat Grootebroek over een schutterij beschikte.

In de 15e eeuw was er ook een klooster in Grootebroek gesticht. Het Sint Elisabeth-klooster speelde een belangrijke rol in de stad en nog meer voor Grootebroek zelf. De zusters van het klooster waren aanhangers van de Moderne Devotie en leefden in armoede. De zusters leefden van het weven van stoffen maar omdat ze geen echte concurrentie wilden zijn voor het bedrijfsleven, weefden ze alleen het noodzakelijke dat nodig was voor hun levensonderhoud.

Verder leerden de zusters kinderen uit de omgeving lezen en schrijven. Ze zette zich ook voor de zieken en armen in de stad. Toen de geuzen rond 1572 de regio inkwamen, doken de zusters onder bij familieleden. De terugkeer van de zusters was door de reformatie onmogelijk, het klooster werd een tijd de huisvesting van het soldatenvolk. In tegenstelling tot in sommige andere plaatsen bleef het kloostergebouw wel intact. Het stadsbestuur besloot uiteindelijk dat het voormalige klooster een weeshuis moest worden voor zwervende kinderen en jongeren die door de oorlog hun gezin hadden zien uiteenvallen. Die functie heeft het gebouw nog eeuwenlang gehouden. Onder de naam De Schuilhoeve is er in het pand nog altijd een jeugdhulpverlening gevestigd.

Grootebroek kende tussen het einde van de 17e eeuw en halverwege de 18e eeuw twee grote dorpsbranden. In 1694 gingen 40 huizen aan de brand geheel verloren. Deze huizen waren alle gelegen aan de huidige Streekweg. Nog geen 60 jaar later was het opnieuw raak. Toen werd de helft van de bebouwing verwoest en moesten de bewoners een collecte houden in De Streek om alles weer op te kunnen bouwen. Dertien jaar later zou het naastgelegen Lutjebroek getroffen worden een grote dorpsbrand.

Tussen de periode dat de stad in 1807 uiteenviel in diverse gemeenten en de stad in 1825 na enkele meningsverschillen niet meer werd uitgedragen, verviel Grootebroek, dat ondertussen samen met Lutjebroek de gemeente Grootebroek vormde, langzaam in armoede. Na 1825 werd dit erger. Dit kwam deels doordat de inkomsten van de inwoners vooral moest komen van aardappelen, die toen uit de gratie waren gevallen door de aardappelziekte. Aardappelen werden toen vooral gegeten door de armen en gebruikt als veevoer. Het aantal hectares dat geteeld kon worden in de gemeente wisselde ook te veel en men uit had moeite met de distributie buiten De Streek zelf.

Pas toen in 1885 de spoorlijn tussen Zaandam en Enkhuizen gereed kwam, kwam er verandering in de economische malaise en groeide de tuinbouw langzaam. Na de oprichting van "Veiling de Tuinbouw" bloeide het zelfs enorm op. Hierdoor ging de levensstandaard van de bevolking flink omhoog. Een goede indicatie hiervan de oprichting van diverse coöperatieve banken in het begin van de twintigste eeuw. De huidige Rabobank Westfriesland-Oost is daar het overblijfsel van.

De groei van de gemeente Grootebroek werd gestuit door crisis van de jaren dertig van de twintigste eeuw en de daarop volgende Tweede Wereldoorlog. Na die oorlog bloeide de gemeente langzaam weer op, maar de echte bloei kwam toen de gemeente samen met de gemeenten Hoogkarspel en Bovenkarspel als (tijdelijke) groeikern werd aangeduid om bevolking uit de Randstad op te vangen. Grootebroek werd daarmee een stuk groter en groeide aan de nieuwbouw van Bovenkarspel vast. Daarom werd tijdens gemeentelijke herindeling aan het eind van de jaren zeventig besloten dat de gemeenten Grootebroek en Bovenkarspel samen te voegen. Zo ontstond de huidige gemeente Stede Broec.

In de jaren 90 kreeg de gemeente opnieuw toestemming om flink uit te breiden en zo werd Grootebroek nogmaals vergroot. De laatste toevoeging die staat gepland is de ruimtelijke wijk genaamd Oosterweed, die komt te liggen ten noorden van de oude kern van Grootebroek.

Het dorp telt 2 kerken: De Hervormde kerk uit 1848 en de RK kerk van architect S.B. van Sante uit 1926.

Bekende inwoners[bewerken]

Geboren[bewerken]

Opgegroeid[bewerken]

Zie ook[bewerken]