Grot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek
Zicht vanuit toegang tot de Grotte de Lombrives in Zuid-Frankrijk

Een grot is een (natuurlijk gevormde) onderaardse ruimte. Hierbij gaat het vaak om grotere ruimten. Wanneer een dergelijke onderaardse ruimte kleiner, nauwer en/of moeilijker toegankelijk is, wordt gesproken van een hol(te). Een grot kan uit een aantal hol(t)en bestaan. Het woord spelonk wordt soms gebruikt voor wat nauwere holen, met name in de Bijbel (onder andere spelonk van Machpela) en de Koran (onder andere Soera De Spelonk).

Grotten worden vaak gevormd door oplossing van kalksteen (calciet) in koolzuurhoudend water. Het is dan een karstverschijnsel. Vaak komen in grotten ook druipstenen voor.

In de volksmond wordt de term grot ook gebruikt voor de mergelgroeven in onder meer Zuid-Limburg. De mergelgroeven zijn echter door de mens gemaakt. Toch komen op een aantal plaatsen in deze mergelgroeven karstverschijnselen voor. De grootste karstgang (grot) in Nederland bevindt zich in het Noordelijk Gangenstelsel van de Sint-Pietersberg in het zogenaamde "stelsel van Jansen Eggels" en meet 50 meter.

Inhoud

Menselijke bewoning [bewerken]

Geulhemse grotwoningen in Zuid-Limburg

In de geschiedenis van de mens hebben grotten een belangrijke rol gespeeld, omdat zij een veilig onderkomen boden. In sommige van deze grotten hebben mensen uit het neolithicum prachtige grotschilderingen achtergelaten. Een bekend voorbeeld zijn die van de grotten van Lascaux.

Ook de Limburgse mergelgroeven ("grotten") hebben gediend als toevluchtsoord of voor bewoning. Bekende grotwoningen waren te vinden in Geulhem (gemeente Valkenburg aan de Geul) en in de Sint-Pietersberg in Maastricht.

Ook nu nog oefenen grotten en mergelgroeven een grote aantrekkingskracht op sommigen uit, bijvoorbeeld op speleologen en berglopers.

Dieren [bewerken]

Zweepspinnen hebben extreem lange voorpoten om de omgeving af te tasten.

Voor veel diersoorten zijn grotten een onontbeerlijke huisvesting (troglofiel). Zo zijn in veel grotten grote aantallen vleermuizen te vinden. Deze vleermuizen slapen er overdag in grote kolonies. Er zijn zelfs diersoorten die alleen in grotten te vinden zijn. Deze dieren zijn vaak blind: omdat zij in het donker van de grot niets aan ogen hebben, zijn deze gedegenereerd. Een voorbeeld is de olm, een salamander die alleen in ondergrondse wateren leeft. Andere dieren hebben aanpassingen om in het donker te kunnen navigeren, zoals de zweepspinnen. Deze spinachtige dieren hebben zeer sterk verlengde voorpoten die een tastzintuiglijke functie hebben.

In sommige grotten in Nieuw-Zeeland en Australië is een blauw-groene gloed zichtbaar. Dit licht is afkomstig van de mug Arachnocampa luminosa, waarvan de larven licht produceren om prooien te lokken door middel van een chemisch proces. Dit verschijnsel wordt ook wel bioluminescentie genoemd. In de Waitomo grotten in Nieuw-Zeeland is deze gloed dermate spectaculair, dat er dagelijks honderden bezoekers op afkomen.

Stalactieten en stalagmieten [bewerken]

Stalactieten

In druipsteengrotten vormen zich een soort kegelvormige pegels, zowel hangend als staand. De hangende vormen worden stalactieten genoemd, de op de bodem gevormde pegels heten stalagmieten. De pegels ontstaan doordat het water dat van het plafond druppelt opgelost calciet bevat. Wanneer er een druppel opdroogt, blijft er een filmlaag calciet achter. Door de ophoping van dit calciet groeien er gedurende tientallen jaren kegelvormige druipsteenpilaren. Een stalactiet groeit ongeveer 2½ meter in 500 jaar.

Zie ook [bewerken]

Externe links [bewerken]