Grote getijden van Anna van Bretagne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean Bourdichon, Anne van Bretagne in Gebed folio 2 recto uit de ‘Grote getijden van Anne van Bretagne’

Het Grote getijdenboek van Anne van Bretagne is een getijdenboek uit het eerste kwart van de 16e eeuw gemaakt in opdracht van Anne van Bretagne en verlucht door Jean Bourdichon.

Omschrijving[bewerken]

Het handschrift bestaat uit 238 folio’s van fijn perkament. De afmetingen zijn 305 x 205 mm en het bevat 49 volbaldminiaturen en 337 margeversieringen, het is geschreven in het Latijn met Franse rubriceringen. Het handschrift is opgesteld volgens het liturgisch gebruik van Rome en het werd gemaakt in Tours.

Geschiedenis[bewerken]

Anne gaf opdracht aan Jean of Jehan Bourdichon voor de vervaardiging van het handschrift in 1503 en het was afgewerkt in 1508 zoals we weten uit een brief van Anne van 14 maart 1508.[1] Bourdichon ontving hiervoor 1050 pond Tournois (pond van Tours) en werd uitbetaald met zeshonderd gouden écus.[2]

We weten dat het boek na de dood van Anne terecht kwam bij Lodewijk XIV die het liet overbrengen naar zijn “Cabinet de curiosités” (kunst- en rariteitenkabinet) in het paleis van Versailles. Napoleon III liet het op zijn beurt tentoonstellen in het “Musée des Souverains du Louvre” tussen 1852 en 1872.[3] Vandaag wordt het bewaard in de Bibliothéque Nationale in Parijs, als ms. lat. 9474.

Inhoud[bewerken]

Dit getijdenboek onderscheidt zich qua samenstelling tamelijk grondig van het “gemiddelde” getijdenboek in zoverre we daarvan kunnen spreken. De meeste getijdenboeken hebben naast een kalender en de getijden van Onze Lieve Vrouw, een aantal andere getijden zoals de getijden van het Heilig Kruis en de getijden van de Heilige Geest. Over het algemeen vindt men in het boek na de kalender en de uittreksels uit de vier evangelies eerst de volledige Mariagetijden met de acht gebedsstonden. Vervolgens komen bijvoorbeeld de getijden van het Heilig kruis met zijn acht gebedsstonden en daarna de getijden van de Heilige geest weerom met zijn acht gebedsstonden. Daarna volgen de boetepsalmen en de litanie en vervolgens het officie van de doden.

De ‘Grote getijden van Anne van Bretagne’ zijn compleet anders georganiseerd. Het bevat na de kalender en de uittreksels uit de evangelies de basisgetijden (Mariagetijden, Getijden van het Heilig Kruis en de Getijden van de Heilige geest), maar die zijn gerangschikt volgens de gebedsstonden. De getijden beginnen met de metten en de lauden eerst van de Heilige Maagd, vervolgens van het Heilig Kruis en tenslotte van de Heilige Geest. Daarna volgen, na een inleidende miniatuur, de priem van de Mariagetijden, de Kruisgetijden en de Heilig Geest getijden. Vervolgens komt de sext voor de drie basisgetijden en zo gaat het verder tot de vespers. De completen van de drie getijden worden niet ingeleid door een volbladminiatuur, maar de tekst heeft wel een volledige margeversiering rondom de tekst (dit in tegenstelling met de andere tekst pagina’s).

Na deze getijden volgen zoals in de klassieke getijdenboeken de zeven boetepsalmen en de litanie en vervolgens het dodenofficie. Het officie voor de doden wordt gevolgd door de suffragieën, de gebeden tot de heiligen. Deze sectie is in het getijdenboek van Anne van Bretagne het meest geïllustreerde deel. Ze telt 28 volbladminiaturen die telkens de heilige of heiligen die aanroepen worden voorstellen. De eigenlijke getijden moeten het stellen met slechts negen volbladminiaturen.

Het getijdenboek wordt afgesloten met enkele losse gebeden en de passie van Christus uit het evangelie van Johannes. Opmerkelijk is trouwens ook dat de gebeden tot de H. Maagd, “Obsecro te” en “O intemerata”, die normaal voorafgaan aan de Mariagetijden, hier achteraan in het boek te vinden zijn.

De verluchting[bewerken]

De margeversiering[bewerken]

Het getijdenboek van Anne van Bretagne bevat een bijzondere vorm van margeversiering. We vinden in de marges namelijk meer dan 330 natuurgetrouwe tekeningen van planten uit die tijd op een achtergrond van bladgoud. Elke plant is bovenaan de pagina benoemd met zijn Latijnse naam en onderaan met zijn gebruikelijke Franse naam. Op de planten zijn de gebruikelijke insecten, vlinders, slakken etc. toegevoegd. In 1894 schreef Jules Camus (Giulio Camus), een Frans botanicus en entomoloog professor aan de universiteit van Turijn, het werk "Les Noms des plantes du livre d'heures d'Anne de Bretagne".

Het verluchtingsprogramma[bewerken]

Het handschrift begint op f2v (folium 2 verso) met een volbladminiatuur met een kruisafneming en op f3r Anne van Bretagne in gebed met achter haar de Heilige Anna, haar patrones en tevens de patrones van Bretagne, de Heilige Margaretha en de Heilige Ursula.

De kalender[bewerken]

Elke maand beslaat twee bladzijden. Op de recto zijde is een volbladminiatuur met de werken van de maand aangebracht, waar het tekstblok als het ware is overgeplaatst. Bovenaan de miniatuur is het dierenriem teken van de maand aangebracht. De kalender is van het Franse type, alle dagen zijn ingevuld, en heeft drie kolommen namelijk het gulden getal of numerus aureus, de zondagsletter (Lat. Littera Dominicalis) en het feest of de heilige die op de betrokken dag gevierd wordt. In de titel van de eerste bladzijde vinden we de naam van de maand en het aantal dagen. De verso bladzijde bevat enkel het tekstblok en een margeblok. De kalender gaat van f4r tot f15v.

De evangelies[bewerken]

De evangelies worden ingeleid met een miniatuur van de betrokken evangelist.

De getijden[bewerken]

De getijden van de heilige maagd zijn verlucht in de traditie van het Franse verluchtingsprogramma namelijk:

Zoals eerder beschreven worden de korte kruistgetijden en de getijden van de Heilige Geest tussengevoegd in de Mariagetijden. De metten van de kruisgetijden en de getijden van de H. Geest worden eveneens ingeleid door een volbladminiatuur.

  • f47v Metten van de kruisgetijden: Kruisiging
  • f26v Metten van de H. Geestgetijden: Het Pinkstergebeuren

De suffragieën[bewerken]

De suffragieën (gebeden tot de heiligen) beslaan de ff. 155 – 210. Elke heilige die aanroepen wordt is voorgesteld op een volbladminiatuur

Overige onderdelen[bewerken]

  • f91v: Boetedoende David bij het begin van de Boetepsalmen
  • f111v: Verrijzenis van Lazarus bij het begin van de vesper van het dodenofficie
  • f119v: Job en zijn vrienden bij het begin van de metten van het dodenofficie
  • f211v: De doornenkroon
  • f215v: De Moeder Gods
  • f218v: Onze Lieve Vrouw van mededogen bij het gebed “Obsecro Te”
  • f222v: De Heilige Familie, bij het gebed “O Intemerata”
  • f227v: De Judaskus bij het begin van de passie van Onze Heer volgens Johannes.

Web links[bewerken]

Referenties

  1. « ... a notre cher et bien amé Jehan Bourdichon, painctre et valet de chambre de monsieur [le roi], la somme de mil cinquante livres tournois, en six cens escuz d'or, ... tant pour le recompenser de ce qu'il nous a richement et somptueusement historié et enluminé unes grans Heures pour nostre usaige et service, où il a mis grant temps ..." (Blois, 14 mars 1508 n. s.).
  2. Een écu onder Lodewijk XI bevatte 3,68 gr. fijn goud; 600 ecus kwam dus overeen met 2,2 Kg fijn goud. Aan de huidige (aug. 2011) prijs van bijna 40.000 €/Kg betekent dit dus een kleine 88.000 €.
  3. Documentatie bij de faksimile uitgave door Moleiro