Grote kroosvaren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grote kroosvaren
Azolla filiculoides2.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Clade: Tracheophyta
Clade: Euphyllophyta
Clade: Monilophyta
Klasse: Polypodiopsida
Orde: Salviniales
Familie: Salviniaceae (Vlotvarenfamilie)
Geslacht: Azolla (Kroosvaren)
Soort
Azolla filiculoides
Lamarck (1783)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De grote kroosvaren (Azolla filiculoides) is een varen uit de vlotvarenfamilie (Salviniaceae) De varen drijft op het water van sloten en grachten. De soort komt in Nederland vooral voor in Noordwest-Overijssel en Zuid-Friesland. In Zuid-Holland komt de soort in de Krimpenerwaard voor. Hoewel de grote kroosvaren een oud Europees flora-element is, wordt aangenomen dat deze soort tijdens onze tijd, het Holoceen, in Europa niet aanwezig was. Dit wordt echter door fossiele vondsten weersproken (zie bij 'fossiel voorkomen'). Desalniettemin wordt aangenomen dat het huidige Europese voorkomen het gevolg is van invoer uit Noord Amerika.

Bladeren[bewerken]

De korte stengels dragen veel kleine, elkaar overlappende blaadjes, die diep tweedelig zijn. In de herfst worden ze vaak roodachtig. Aan de onderzijde komen de sporen te zitten.

Fossiel voorkomen[bewerken]

De macrosporangiën van Azolla filiculoides zijn een belangrijk gidsfossiel in het Pleistoceen van Europa. De soort is een warm flora-element en komt uitsluitend tijdens het klimaatoptimum van interglacialen voor. Hoewel het oudst bekende voorkomen tijdens het Laat Tiglien bekend is, is de soort lange tijd vooral als kenmerkend beschouwd voor het Midden Pleistoceen, met name het Holsteinien. Lokaal worden macrosporangiën massaal in kleiige rivierafzettingen gevonden. De Midden Pleistocene afzettingen met Viviparus diluvianus die halverwege de twintigste eeuw in de Needse Berg ontsloten waren, zijn een bekend voorbeeld. Tijdens het Eemien en het vroege Holoceen zijn uit de Nederlandse ondergrond sporadisch enkele macrosporangiën aangetroffen. Waarschijnlijk zijn die met rivierwater vanuit Midden-Europa aangevoerd.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Florschütz, F., 1928. Fossiele Azolla in Nederland. Nederlandsch Kruidkundig Archief, 1928(1): 75-81.
  • Florschütz, F., 1935. Over Azolla en de ouderdomsbepaling van interglaciale zoetwaterafzettingen in Nederland. Geologie en Mijnbouw, 14(2): 12-13.
  • (de) Florschütz, F., 1938. Die beiden Azolla Arten des niederländischen Pleistozäns. Receuil des Travaux botaniques néerlandais, XXXV: 932.
  • Florschütz, F., 1945. Azolla uit het Nederlandsche Palaeoceen en Pleistoceen. Verhandelingen Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap, Geologische Serie, 14: 191-198.
  • Vlerk, I.M. van der & Florschütz, F., 1950. Nederland in het IJstijdvak. Utrecht. 289 pp.
  • (en) Vlerk, I.M. van der & Florschütz, F., 1953. The palaeontological base of the subdivision of the Pleistocene in the Netherlands. Verhandelingen Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Afdeling Natuurkunde, 1e Reeks, XX(2): 1-58.