Grote lisdodde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grote Lisdodde
Typha latifolia MichaD.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Clade: Commeliniden
Orde: Poales
Familie: Typhaceae (Lisdoddefamilie)
Geslacht: Typha (Lisdodde)
Soort
Typha latifolia
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De grote lisdodde (Typha latifolia) is een plant uit de lisdoddefamilie (Typhaceae). Het is een tot ruim 2 m hoge plant van voedselrijke oevers met lange grote bladeren, en een karakteristieke bruine 'sigaar' aan het uiteinde van zijn stengels. De plant bloeit in juni en juli met de mannelijke aar meestal direct boven de vrouwelijke lichtbruine aar, waaraan de bloemen zitten. Bij rijpheid zijn de vrouwelijke aren zwartachtig bruin; de sigaren. Bij de kleine lisdodde (Typha angustifolia) zijn de rijpe sigaren geelachtig tot groenachtig van kleur.

Verspreiding[bewerken]

De grote lisdodde is een zeer algemene plant en komt voor aan waterkanten in zeer voedselrijke omstandigheden en in zure, voedselrijk wordende vennen en plassen. De plant komt niet voor aan grote open wateren.

De plant kan zich onder gunstige omstandigheden vrij snel door middel van wortelstokken verspreiden.

De lisdodde staat bekend als een beschermde plantensoort, maar staat niet op de rode lijst, de Lijst van wettelijk beschermde planten in Nederland en de Lijst van wettelijk beschermde planten in België.

Gebruik[bewerken]

De gedroogde rijpe bloeiwijze wordt door kinderen wel aangestoken en gebruikt als 'stinksigaar'. De pluis uit de rijpe bloeiwijze is heel handig bij het aanmaken van vuur.


Eetbare delen van de grote lisdodde:

  1. De witte binnenkant van de jonge scheuten is eetbaar, zelfs rauw.
  2. Het stuifmeel van de lisdodde bloem is bruikbaar als meel (bloem) voor het bakken van een koek. Per bloem levert dat ongeveer een eetlepel meel op.
  3. In het voorjaar kunnen de jonge knoppen gegeten worden als een soort asperges.
  4. De wortelstokken zijn zeer zetmeelrijk en een bron van voedsel. De wortels kunnen geschild worden. Vervolgens kan men de vezels koken, bakken, drogen, vermalen tot meel of men kan er siroop van maken door ze langzaam droog te koken. Men kan de wortels na het schillen onder water scheuren en breken om het zetmeel eruit te halen. De wortels kan men eenvoudig bakken in een open vuur, waarbij de wortelbast als een soort bescherming dient tegen het vuur. Na tien tot twintig minuten kan men de wortels openscheuren en de zetmeelrijke vezels eruit halen; deze vezels zijn direct eetbaar. Per persoon heeft men vijftien tot twintig wortels nodig.
  5. De zaden van de vrucht zijn eetbaar. Het bruine pluis van de vrucht van de grote lisdodde kan men door te branden verwijderen. Daarna kan men de zaden drogen of roosteren.

De grote lisdodde groeit op allerlei plaatsen. Het is onverstandig om planten uit vervuild water te eten omdat de plant vervuilingen uit het water wegzuivert en deze opslaat. Vermijd het eten van deze plant in het geval dat de smaak bitter, zuur of pittig is.

Externe link[bewerken]