Grote spinnende watertor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grote spinnende watertor
Vrouwtje met een lichaamslengte van 38 millimeter.
Vrouwtje met een lichaamslengte van 38 millimeter.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Coleoptera (Kevers)
Familie: Hydrophilidae (Waterkevers)
Geslacht: Hydrophilus (Spinnende watertorren)
Soort
Hydrophilus piceus
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Grote spinnende watertor op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Grote spinnende watertor op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De grote spinnende watertor of spinnende waterkever (Hydrophilus piceus) is een kever uit de familie waterkevers (Hydrophilidae). De soort behoorde lange tijd tot het geslacht Hydrous, waardoor de oude naam Hydrous piceus nog veel opduikt in de literatuur.

De kever wordt maximaal 4 tot bijna 5 centimeter lang en is een van de grootste in het water levende kevers. Het gestroomlijnde ovale lichaam is glanzend zwart met een groene gloed. De poten zijn zwart maar doen bruin aan doordat ze een oranjebruine beharing dragen, de beharing zorgt voor een sterke verbreding van de poot die hierdoor een roeispaanachtige vorm krijgt zodat de kever efficiënter kan zwemmen. Tijdens het zwemmen beweegt het de achterpoten afwisselend, waardoor het zwempatroon een schommelende gang krijgt.

De grote spinnende watertor komt in stilstaand permanent plantenrijk water voor in geheel Europa, inclusief België en Nederland. De eieren worden afgezet in een door het vrouwtje gesponnen waterdicht nestkamertje onder water waaraan de naam spinnende watertor te danken is. Bijzonder is het menu van de grote spinnende watertor. De larve voedt zich met alle diertjes die hij in zijn bek kan krijgen waaronder zelfs kleine salamanders en kikkers maar de volwassen kever is een planteneter. De wijze van ademhaling van de kever is opmerkelijk , de antennes dienen als 'snorkel' zodat het dier kan ademen terwijl het lichaam onder water blijft.[1]

Verspreiding en habitat[bewerken]

De grote spinnende watertor is een palearctische soort die voorkomt in grote delen van noordwestelijk en centraal Europa en delen van Azië. De soort is algemeen in westelijk en noordelijk Europa tot rond de Middellandse Zee op het Iberisch Schiereiland. Het verspreidingsgebied strekt zich via Turkije uit tot in Azië; ook in China komt de kever voor. In noordelijk Europa komt de kever voor in Rusland en in Scandinavië in de landen Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden. In westelijk Europa is de soort te vinden in België, Groot-Brittannië, Litouwen, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije, Tsjechië en Zwitserland.
In oostelijk Europa beslaat het verspreidingsgebied de landen Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Hongarije, Joegoslavië, Kroatië, Macedonië, Oekraïne en Slovenië, in zuidelijk Europa Frankrijk, Griekenland, Italië en Spanje. Het verspreidingsgebied loopt via noordelijk Afrika en Arabië tot in de landen Libanon, Egypte, Israël, Syrië, Turkije. Recentelijk is de kever ook aangetroffen in Algerije.[2] Ook in Azië is de spinnende watertor bekend in China en India maar de soort is niet waargenomen in de tussenliggende landen.[2]

De habitat bestaat uit stilstaande tot langzaam stromende wateren met een dichte onderwatervegetatie. Ook in minder ontwikkelde wateren als grote plassen kan de kever worden aangetroffen. Er is enige tolerantie voor vervuiling.

In Nederland en België[bewerken]

In Nederland komen populaties van de grote spinnende watertor verspreid over het gehele land voor. In België is de kever minder verspreid, een belangrijke populatie bevindt zich in Bospolder, een natuurgebied bij de Ekerse Putten.[3] In Nederland staat de kever te boek als algemeen, hoewel de soort in veel gebieden ontbreekt of zeldzaam is. De laatste jaren gaat het aantal kevers achteruit.[4]

Andere spinnende watertorren zijn echter minder algemeen, zoals de kleine spinnende watertor (Hydrophilus carabaoides) en de gewone of oostelijke spinnende watertor (Hydrophilus aterrimus) is zeer zeldzaam in Nederland en België en staat bekend als bedreigd. De grote spinnende watertor is zowel in Nederland[5] als in België[6] beschermd. De kever mag dus niet worden gevangen en in gevangenschap worden gehouden.

Kenmerken[bewerken]

Afbeeldingen: Kenmerken
Lichaamsdelen van de spinnende watertor
A:kop, B:borststuk, C:achterlijf
I:dekschild
II:scutellum
III:halsschild
IIII:kopschild
1:onderste kaaktaster, 2:bovenste kaaktaster, 3:antenne, 4:tarsus van voorpoot, 5:middelste poot, 6:spoor middelste poot, 7:stekel, 8:achterste poot, 9:spoor achterpoot

De grote spinnende watertor is een van de grootste Europese kevers en kan een lengte bereiken van 34 tot 47 millimeter.[7] De kleur van de bovenzijde van het lichaam is zwart met een zwartgroene, metaalachtige glans bij levende exemplaren, opgeprikte exemplaren hebben een diepzwarte kleur. De onderzijde is eveneens zwart, maar een groot deel wordt bedekt door een dichte maar fijne en korte beharing, setae genaamd. Onder water houden deze naar het lichaam gekromde haartjes lucht vast, waardoor de kever een zilverachtige buikzijde heeft. De kever is te herkennen aan verschillende kenmerken, de genummerde lichaamsdelen in de afbeelding rechts worden onderstaand besproken.

De grote spinnende watertor bestaat net als andere insecten uit een kop (A), een borststuk (B) en een achterlijf (C). De kop en met name het borststuk dragen verschillende uitsteeksels. De uitsteeksels aan de kop hebben een sensorische en digestieve functie, ze nemen prooien en vijanden waar en helpen het voedsel te verkleinen. De uitsteeksels aan het borststuk, welke bestaan uit drie paar poten en twee paar vleugels, zorgen voor de voortbeweging. De kever heeft een aan de bovenzijde sterk gepantserde kop, met aan de voorzijde de cheliceren en de onderste kaaktasters (1). De voorzijde van de kop, de clypeus, is voorzien van cirkelvormige rijen kleine putjes.[2] De bovenzijde van de kop wordt beschermd door het kopschild of vertex (IIII). De ogen zijn zwart en kraalachtig en vallen niet op, omdat ze enigszins verzonken zijn tussen het halsschild en het kopschild. Duidelijk zichtbaar zijn twee draadvormige, gelede uitsteeksels, die doen denken aan antennes maar in werkelijkheid de bovenste kaaktasters (2) zijn.

De werkelijke antennes (3) zijn kort en bij het gefotografeerde (dode) exemplaar goed te zien. Bij levende exemplaren echter worden de antennes verborgen aan de onderzijde, ze spelen een belangrijke rol bij de ademhaling. Omdat de antennes onder water niet meer worden gebruikt als zintuiglijk orgaan, hebben de kaaktasters deze functie overgenomen.[1] Als de kever uit het water is, worden de antennes wel gebruikt, de antennes zijn sterk verbreed maar zeer kort, ze zijn bruin tot roodgeel van kleur, wat afsteekt tegen de zwarte basiskleur.[7] De voorpoten (4, aangegeven is de tarsus) dragen een duidelijk stekel, evenals de middelste (5) en de achterste poten (8). Zowel het middelste als het achterste potenpaar is sterk peddelachtig afgeplat. De tarsi aan het laatste segment van de poot dragen een rij dikke haren, die dienen om het pootoppervlak en zo het zwemvermogen te vergroten. Bij veel waterinsecten dragen de schenen dergelijke haren maar bij de spinnende watertor ontbreken deze.[2]

Aan de voorzijde van het achterlijf is in het midden een kleine driehoekige plaat aanwezig die scutellum of schildje wordt genoemd (II). Het borststuk of thorax wordt aan de bovenzijde beschermd door het halsschild (III). Het halsschild is aan de basis breder en wordt smaller aan de achterzijde.[2] Net als alle kevers heeft de spinnende watertor twee paar vleugels die net als de poten verbonden zijn met het borststuk. De zichtbare vleugels zijn de twee zwarte dekschilden of elytra (I) die het achterlijf bedekken. Ze zijn naar achteren toe smaller dan aan de voorzijde en hebben rijen smalle, witte haartjes, die moeilijk te zien zijn. De dekschilden vormen het voorste vleugelpaar, ze dienen om de achtervleugels te beschermen als de kever niet vliegt. De achtervleugels zijn kwetsbaar, omdat ze dun en vliezig zijn; ze zijn doorzichtig en hebben een bruine vleugeladering. De voorvleugels zijn qua oppervlak iets groter dan de achtervleugels en hebben ongeveer dezelfde vorm, maar zijn aan de basis duidelijk verbreed. In rust worden de voorvleugels opgevouwen onder de dekschilden. Als de kever zijn vleugels uitslaat, klapt hij de dekschilden uit, zodat ze dwars op het lichaam staan.

De buikzijde is duidelijk gesegmenteerd en voorzien van een fijne beharing, setae genoemd. De buikzijde is duidelijk gekield en draagt een puntige, van de zijkant bezien mesvormige en naar achteren gerichte stekel (7).[7]. Hieraan is de kever te herkennen, zie ook onder afbeeldingen onderaan. De structuur speelt een rol om meer lucht mee te dragen, maar dient ook om vijanden als roofvissen af te weren. De poten zijn eveneens voorzien van duidelijke stekels, die ook wel 'sporen' worden genoemd. De sporen zijn altijd tussen het tweede en derde pootsegment gepositioneerd, dus op het gewricht tussen de tarsus of voet en de tibia of scheen. De sporen aan de voorpoot zijn het kleinst, die aan de middelste poten (6) zijn iets langer en die aan de achterpoten (9) zijn het langst. De mannetjes zijn bij veel waterkevers eenvoudig van vrouwtjes te onderscheiden door de vergroeiingen aan de laatste segmenten van de voorpoten, deze delen worden wel de tarsen genoemd. Bij de grote spinnende watertor hebben de tarsen een duidelijk verbrede, haaientandachtige uitstulping evenals twee verlengde klauwtjes. De aangepaste poten dienen om een vrouwtje beter vast te houden tijdens de paring. Dergelijke aanpassingen komen ook voor bij andere in water levende kevers omdat het zwemmen de paargreep of amplexus bemoeilijkt. Een voorbeeld is de geelgerande watertor (Dytiscus marginalis), die zuignappen aan de voorste tarsen heeft.[1]

Larve[bewerken]

De larve lijkt op een kruising tussen een worm en een rups. Het lichaam draagt drie gelede poten aan de voorzijde, deze is daarnaast duidelijk te onderscheiden van de achterzijde door de aanwezigheid van grote, zwarte en glanzende kaakdelen. Het achterlijf heeft meerdere rijen gepaarde segmentaanhangsels. Dit zijn de tracheekieuwen, waarmee de larve ademhaalt, ze zijn lichter van kleur. De voorzijde van de larve is wat afgeplat, het lichaam is wat ronder, de achterzijde is puntachtig en is voorzien van twee achterlijfsaanhangsels.

Als de larve uit het ei komt, is het lichaam slechts enkele millimeters lang. De larve is na iedere vervelling groter en de kleur is in eerste instantie bruin, maar een oudere larve heeft een meer zwarte kleur. Uiteindelijk bereikt de larve een lengte van zes tot zeven centimeter voor de verpopping plaats vindt. Deze vindt plaats op het land en alleen dan is de larve buiten het water aan te treffen.

Onderscheid met andere soorten[bewerken]

Afbeeldingen: gelijkende soorten

De grote spinnende watertor is op de andere Hydrophilus- soorten na met geen enkele andere kever te verwarren. Andere waterkevers zoals de soorten uit het geslacht Hydrobius zijn duidelijk kleiner en bovendien meer pilachtig van vorm. Een gelijkende soort is de spinnende watertor (Hydrophilus aterrimus) die met een lengte van 32 tot 43 millimeter kleiner blijft en een meer bronzen kleur heeft. De buikzijde is meer gebold in plaats van gekield zoals bij de grote spinnende watertor.[7] De kleine spinnende watertor (Hydrochara caraboides) heeft een duidelijk afgerond achterlichaam en is hieraan eenvoudig te onderscheiden.

Van de geelgerande watertorren zijn alle spinnende watertorren het eenvoudigst te onderscheiden doordat ze groter worden en nooit een gele rand aan het halsschild of de dekschilden hebben. De zwartbuikgeelgerande waterkever (Dytiscus semisulcatus) is heel donker van kleur maar alle gerande watertorren missen de stekel aan de buikzijde die de spinnende watertorren wel hebben en zijn hieraan te onderscheiden.

Ook sommige waterwantsen kunnen worden verward, zoals de zwemwants (Ilyocoris cimicoides), maar deze laatste soort is duidelijk platter en blijft kleiner tot 16 mm.

Levenswijze[bewerken]

De kever is soms op het land aan te treffen.

De grote spinnende watertor is in vergelijking met andere waterkevers een onhandige zwemmer die trappelende en schokkende zwembewegingen maakt.[8] De kever beweegt zich meestal tussen de vegetatie en klampt zich aan de waterplanten vast. Op het land kan de kever al helemaal slecht uit de voeten maar net als alle waterkevers kan de soort goed vliegen. De kever hijst zich dan uit het water en slaat de vleugels uit, dit gebeurt meestal 's nachts. Bij het vliegen wordt een duidelijk hoorbaar brommend geluid gemaakt. Ze kunnen zich zo snel over grote afstanden verplaatsen en nieuwe gebieden koloniseren. Dit gedrag is niet uniek maar komt voor bij veel waterinsecten zoals de geelgerande watertorren en alle waterwantsen. De grote spinnende watertor zoekt naar oppervlaktewater en wordt aangetrokken door de weerspiegeling van het hemellicht. Hierdoor wordt de kever ook aangetrokken door kunstlicht en komt soms in vlindervallen terecht. Ook kunnen ze verward worden door natte wegen, zwembaden en andere door de mens gemaakte structuren. Doordat soms een harde landing wordt gemaakt, zijn exemplaren met een ingedeukt lichaam bepaald geen uitzondering.

Ademhaling[bewerken]

De grote spinnende watertor leeft vrijwel uitsluitend onder water maar moet zoals alle kevers atmosferische lucht ademen en kan geen zuurstof uit het water onttrekken. Bij de meeste waterkevers wordt hiertoe een luchtbel meegedragen onder water, die wordt vastgehouden door de fijne beharing of setae op de buikzijde. Grotere waterkevers, zoals de geelgerande watertor, dragen ook lucht onder de dekschilden, ze steken net als de kleinere soorten het achterlijf boven water waarna de lucht wordt ververst. De grote spinnende watertor echter heeft een meer verfijnde techniek en gebruikt de antennes letterlijk als snorkel.[1] De antenne heeft een vorm die doet denken aan een in de lengte doorgesneden pijp, en is aan de binnenzijde bedekt met een fijne en waterafstotende beharing (setae). Het uiteinde van de antenne bestaat uit vier segmenten, waarvan de bovenste net boven water wordt gestoken. De overige drie segmenten worden tegen de voorste buikplaat of prosternum geknikt, zodat ze langs een kanaaltje achter de kop komen te liggen.[1] Dit kanaaltje is net als de binnenzijde van de antennes bekleed met setae, zodat een waterdicht en waterafstotend tunneltje ontstaat Door het uiteinde van de knotsvormige antenne boven water te steken komt de buitenlucht via het behaarde tunneltje in contact met de opgeslagen lucht onder de dekschilden en de buik, zodat deze kan worden ververst.

Voortplanting[bewerken]

Eiercocon aan een blad (A), doorsnede van de cocon (B)
larve (C) en pop (D)
van de grote spinnende watertor.

De voortplantingstijd vangt aan in de lente waarbij de mannetjes en de vrouwtjes elkaar opzoeken om te paren.

De grote spinnende watertor is eierleggend, het vrouwtje zet de eitjes af in een waterdichte eicocon, die wordt gemaakt van spinsel. Bij andere ongewervelden komt het gebruik van spinsel ook wel voor, zoals rupsen en spinnen, maar bij kevers is dit vrij uitzonderlijk. De cocon wordt aan de onderzijde van in het water drijvende bladeren bevestigd of tussen de waterplanten verankerd met spinseldraden. De eicocon bestaat uit een tot twee centimeter lange, ovale structuur die opvalt door een opstaande 'steel'. Deze dient als luchtinlaat zodat de eieren van voldoende zuurstof worden voorzien. De eitjes worden in rijen onderin de cocon afgezet, een cocon bevat tot 50 eieren.[1]

Andere waterkevers zetten de eieren af aan waterplanten, de eieren kunnen onder water overleven. De eitjes van de spinnende watertor kunnen dit niet en als de steel langdurig onder water wordt gehouden verdrinken ze onherroepelijk. Om te voorkomen dat de steel van de cocon onder water raakt, wordt de cocon voorzien van een onsamenhangend spinsel aan de bovenzijde, zodat het zwaartepunt verlaagd wordt en de cocon beter op zijn plaats blijft. Ondanks de complexiteit van de cocon is een vrouwtje in staat het geheel binnen drie uur op te bouwen.[1]

De larve wordt ongeveer zes tot zeven centimeter lang voordat de verpopping plaatsvindt, de larve kruipt vlak voor de verpopping op het land en graaft een holletje met aan het eind een kleine popkamer, waarin de larve verpopt. Na enige tijd komt de volwassen kever tevoorschijn. Zie voor de kenmerken van de larve onder kenmerken.

Voedsel[bewerken]

Wat betreft voedsel heeft de spinnende watertor een nogal gespleten levenswijze; de larven zijn zeer roofzuchtige jagers die grote hoeveelheden prooien eten maar de volwassen kevers zijn herbivoor of eten aas. Van enkele verwante soorten, zoals de spinnende watertor en de kleine spinnende watertor is bekend dat ook wel in de planten levende diertjes worden gegeten, zoals slakken. Bij de grote spinnende watertor is dit gedrag echter niet waargenomen, wel wordt aas gegeten zoals dode vissen.

De larve is wel een vraatzuchtige rover die gespecialiseerd is in slakken.[7] Ook andere prooien worden wel buitmaakt, zoals kikkervisjes en zelfs kleine watersalamanders. Prooien worden waargenomen door de goed ontwikkelde reukzin. De larve grijpt een slak met de kaken en kromt de kop en het langwerpige halsschild naar achteren om de slak zo in een goede positie te krijgen om aan te vallen. Ondanks de behoorlijke lengte van de larve, zo'n zeven centimeter, worden relatief kleine exemplaren gegeten.[7]

Veel juveniele stadia van waterinsecten hebben aanpassingen om prooien onder water te consumeren, zoals de steeksnuit van nimfen van bootsmannetjes en de larven van geelgerande watertorren, die holle kaken bezitten waarmee ze hun prooi eerst volpompen met verteringssappen en vervolgens leegzuigen. De larve van de spinnende watertor heeft dergelijke aanpassingen echter niet. Als de larve zijn prooi onder water op zou eten, zo er zoveel water in het spijsverteringskanaal komen dat het voedsel sterk verdund wordt. Daarom moet de larve, met de prooi in de kaken, eerst langs waterplanten omhoog klimmen om de prooi boven het wateroppervlak met de monddelen te verkleinen en op te eten. Als de larve groter wordt kunnen ook grotere prooien worden overmeesterd, zoals grotere slakken. De larve steekt zijn kop in het slakkenhuis waardoor het lichaam de ingang gedeeltelijk afsluit van het water en de prooi kan worden opgegeten zonder dat deze gedeeltelijk met het water wordt weggevoerd.

Vijanden en verdediging[bewerken]

Larven worden tot zeven centimeter lang.

Vijanden zijn rovende zoogdieren die in het water leven zoals de otter en grote roofvissen. Ook vogels als de reiger pikken wel eens een kever uit het water. Bij gevaar duikt de kever naar de bodem en verstopt zich in de modder of tussen de onderwatervegetatie. Indien de kever met een vijand wordt geconfronteerd kan een piepend geluid worden voortgebracht.

Als de kever door een mens wordt opgepakt zal deze proberen te ontsnappen door zich met het gladde lijf en krachtige poten los te maken. Vanwege de sporen, de verharde en puntige pootaanhangsels, heeft de kever een goede grip. Indien de kever geen kant meer op kan, zal deze proberen te bijten wat bij de mens een wond kan veroorzaken. De vlijmscherpe kiel op de buikzijde kan de huid penetreren en dient eveneens vermeden te worden.[9] Bij de larve ontbreekt deze kiel, maar de larve kan met de krachtige (slakkenhuis-krakende!) monddelen zo gemeen bijten dat het men nog lang zal heugen.[8][10]

Naamgeving en taxonomie[bewerken]

De grote spinnende watertor heeft verschillende Nederlandse namen, zoals zwarte waterkever, grote spinnende waterkever, pikzwarte waterkever, pekzwarte waterkever en pekzwarte watertor. De wetenschappelijke naam betekent vrij vertaald pekzwarte (piceus) water-liefhebber (Hydro-philus).

De grote spinnende watertor werd in 1758 door Carolus Linnaeus voor het eerst wetenschappelijk beschreven als Hydrous piceus.[11] Later werd de kever in het geslacht spinnende watertorren (Hydrophilus) geplaatst. De soort is ook wel beschreven als Hydrophilus angustior, Hydrophilus niger, Hydrophilus ruficornis en Hydrophilus viridicollis.[11] Ondanks het grote verspreidingsgebied zijn er geen ondersoorten beschreven.

Afbeeldingen[bewerken]

Verschillende stadia van de spinnende watertor, links de larve, in het midden een mannetje en rechts een vrouwtje met gesponnen eicocon. Tekening uit The Royal Natural History, Volume 6 door Richard Lydekker, 1879.
Een spinnende watertor kan vliegen maar komt soms hard neer, wat bij veel exemplaren resulteert in deuken.
Vooraanzicht met duidelijk verdikte antennes (boven) en sprieterige kaaktasters (onder).
Aan de onderzijde van de kever is een mesvormige en zeer puntige stekel aanwezig.

Externe links[bewerken]

  • (ja) Diving Beetle Info - Afbeeldingengalerij van alle stadia op een Japanse site - Website
  • (nl) Waterwereld - Nederlandse site over de spinnende watertor - Website

Bronvermelding[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  1. a b c d e f g Bernhard Grzimek, Het leven der dieren Deel II: Insecten, Uitgeverij Het Spectrum, Antwerpen, 1970 ISBN 90 274 8621 2.
  2. a b c d e Slimane Bouzid & ܆mit Incekara. Distributional Notes on Northeastern Algerian Hydrophilidae (Coleoptera), with Three New Records
  3. Johan Bolckmans - Larve grote spinnende watertor - Website
  4. Microkosmos. Hydrophilus piceus - De spinnende watertor (pikzwarte watertor)
  5. Joop Brokke - Waterkevers - Website
  6. Natuurpunt.be - Koninklijk Besluit houdende maatregelen van toepassing in het Vlaamse Gewest ter bescherming van bepaalde in het wild levende inheemse diersoorten die niet onder de toepassing vallen van de wetten en besluiten op de jacht, de riviervisserij en de vogelbescherming - Website
  7. a b c d e f H. Bellmann & W.R.B. Heitmans - Insecten van Europa. Hydrophilus piceus (grote spinnende watertor)
  8. a b Merel (maart 2004)- Eveline Stegeman-Broos. Onder de loep genomen: Waterreuzen
  9. Wetlands Website for Northern Tuscany - Great Silver Beetle - Hydrous piceus - Website
  10. Genieten van de natuur - De Grote Spinnende Watertor - Website
  11. a b Biolib. Hydrophilus piceus

Bronnen

  • (nl) - Merel (maart 2004)- Eveline Stegeman-Broos - Onder de loep genomen: Waterreuzen - Website
  • (nl) - H. Bellmann & W.R.B. Heitmans - Insecten van Europa - Grote spinnende watertor (Hydrophilus piceus) - Website
  • (nl) - Bernhard Grzimek - Het leven der dieren Deel II: Insecten - Uitgeverij Het Spectrum, Antwerpen - 1970 - ISBN 90 274 8621 2
  • (nl) - Waarnemingen België - Grote spinnende watertor - Hydrophilus piceus - Website
  • (nl) - Microkosmos - Hydrophilus piceus - De spinnende watertor (pikzwarte watertor) - Website
  • Kaarten met waarnemingen op waarneming.nl: Nederland, België en wereldwijd