Ground-penetrating radar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een radargram van een ground-penetrating radar, gemaakt op een historisch kerkhof in Alabama, VS.

Een ground-penetrating radar (GPR) of bodemradar wordt gebruikt om de bodem en/of voorwerpen daarin te onderzoeken of te detecteren. Ook de term grondradar wordt gebruikt, maar die term wordt ook wel gebruikt voor een radarinstallatie op de grond.

Volgens de overlevering zou de eerste toepassing hebben plaatsgevonden in 1929 in Oostenrijk om de diepte van een gletsjer te bepalen. De technologie werd daarna toegepast om bijvoorbeeld in de poolgebieden de dikte van de ijslaag te meten, om te bepalen of een vliegtuig erop kon landen. GPR wordt sindsdien ook gebruikt om bijvoorbeeld de eigenschappen van bodemlagen te bepalen. Sinds de jaren 70 zijn de toepassingen sterk toegenomen, bijvoorbeeld in de geofysica. GPR maakt gebruik van elektromagnetische golven en kan tot 5 kilometer diep gaan.[bron?]

Andere veelgebruikte (Engelse) termen zijn: ground probing radar, subsurface radar, georadar en earth sounding radar.