Grutten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gepelde boekweitzaden
Zaden van boekweit
Havergrutten en gepelde haver (onder)

Grutten is een benaming voor graan in gepelde en gebroken vorm. De in Nederland tot grutten verwerkte graansoorten waren van oudsher gerst of gort (=gepelde gerst), boekweit en haver.

Toepassing[bewerken]

Grutten werden voornamelijk gebruikt om er pap of brij van te maken, soms ook om waterige, 'dunne' soep meer substantie te verlenen. Gortgrutten – of de hele korrel – worden in water geweekt, gekookt en tot slot wordt er karnemelk bij gedaan. Het zo verkregen gerecht heet karnemelksepap. Een ander, tot in de jaren vijftig, gangbaar en geliefd gerecht is van boekweitgrutjes en heet grutjes-met-stroop of kortweg grutjes. Ook deze grutten werden met water of melk tot een dikke brij gekookt, die met stroop, soms ook een klontje boter, werd gegeten. Afgekoeld en stijf geworden sneed men er plakken van, die werden opgebakken in boter en eveneens gegeten met stroop.

Etymologie[bewerken]

Grutten is het werkwoord voor het breken van boekweit, gerst of haver[1] en het meervoud van grut. Het is etymologisch verwant aan de woorden gruis en gries (griesmeel). "Grut beteekend al het geen klein gebrooken is."(1681; WNT). Ook in het woord grutterij, een oude benaming voor een winkel in levensmiddelen (kruidenierswinkel), is het woord grut terug te vinden.[2]

Samenstelling[bewerken]

Boekweitgrutten bevatten evenveel eiwit (10%) als tarwe- en roggemeel, en meer koolhydraten. Ze bevatten minder vet, minder mineralen en minder vitamines uit de B-groep dan tarwemeel.

In Rusland is kasja een verzamelnaam voor gerechten die gemaakt zijn van allerlei soorten gekookte grutten.

Biologische winkels verkopen tegenwoordig ook weer grutten.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. M.J. Koenen's Verklarend handwoordenboek der Nederlandsche taal, 17e druk, 1931
  2. Etymologiebank.nl