Gruuthuse-handschrift

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fol. 28r van het Gruuthuuse-handschrift, met rechtsonder het lied 'Egidius waer bestu bleven'

Het Gruuthuse-handschrift is een middeleeuws verzamelhandschrift, waarschijnlijk in Brugge samengesteld, waarvan de oudste kern dateert van omstreeks 1395, terwijl de jongste (onvoltooide) bijdragen stammen uit omstreeks 1408. Het maakte waarschijnlijk deel uit van de Bibliotheek van Lodewijk van Gruuthuse.

Het handschrift geldt als de enige bron voor een groot aantal Middelnederlandse teksten. Sinds 2007 wordt het bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag onder signatuur KW 79 K 10.

Het Gruuthuse-handschrift bevat 147 liederen, 16 gedichten en 7 berijmde gebeden. Tot de liederen in het manuscript behoren het beroemde lied 'Egidius waer bestu bleven' en het Kerelslied.

Naamgever[bewerken]

Het handschrift, dat na zijn ontdekking omstreeks 1840 lange tijd bekendstond als het handschrift der Oudvlaemsche liederen en gedichten, werd in de loop van de twintigste eeuw vernoemd naar zijn eerst bekende eigenaar Lodewijk van Gruuthuse (ca. 1422-1492), wiens wapen geschilderd is in de benedenmarge van de eerste beschreven bladzijde. De patriciër en diplomaat Lodewijk van Gruuthuse was een groot verzamelaar van manuscripten, al ging het hem daarbij vrijwel uitsluitend om eigentijdse verluchte, Franstalige en keltische handschriften en boeken. Het oudere Gruuthuse-handschrift, dat noch Franse teksten, noch verluchtingen bevat, moet in zijn collectie uitzonderlijk zijn geweest. Pas in de zeventiende of achttiende eeuw heeft een onbekende diens naam, wapenschild, wapenspreuk (Plus est en Vous) en een aantal opmerkingen over zijn lidmaatschap van de Orde van het Gulden Vlies in het manuscript aangebracht. Hoe het manuscript in latere eeuwen in het bezit kwam van de familie De Croeser en langs haar van de familie Van Caloen, blijft een gedeeltelijk onopgehelderde kwestie.

Algemene kenmerken[bewerken]

Het geheel bevat liederen voorzien van eenvoudige handzame notaties te vergelijken met de neumen uit het Gregoriaans. Ook vindt men er berijmde gebeden en langere allegorische gedichten bedoeld voor een elitair literair genootschap in een stedelijke aristocratische entourage zoals die in Brugge begin 15e eeuw voorkwam.
De verzamelde teksten ogen zeer sober. Dit wijst waarschijnlijk op een zo praktisch mogelijke toepassing. De verschillende teksten zijn genoteerd voor direct gebruik in beperkte kring van rederijkers of muziekkenners.

Verwerving door de Koninklijke Bibliotheek van Nederland[bewerken]

Op 14 februari 2007 werd bekend dat de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag (Nederland) het handschrift had aangekocht.[1] Voorheen was het in privébezit te Koolkerke bij Brugge, op het kasteel Ten Berghe, waar het deel uitmaakte van de collectie van de familie van Caloen. Door de aankoop is het handschrift nu in openbaar bezit en zijn de teksten intussen ook digitaal ter beschikking. Het is nu één van de topstukken van de webstek De Verdieping van Nederland.

Bij het Huygens Instituut in Den Haag wordt gewerkt aan een nieuwe editie van het handschrift. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag publiceert op haar webstek een digitale versie. In samenwerking met het Huygens Instituut wordt op deze webstek ook een transcriptie van alle teksten aangeboden, voorzien van een toelichting op de inhoud en enkele te beluisteren muziekvoorbeelden, zoals het Egidiuslied.

Het handschrift is aan bestendig onderzoek van allerhande specialisten onderworpen. Een eerste neerslag is hiervan onder meer te vinden in het hieronder vermelde in 2010 gepubliceerd boek, onder de leiding van Frank Willaert. In 2013 kwam het Gruuthusehandschrift weer naar Brugge voor de tentoonstelling 'Liefde en Devotie'. Op 26 en 27 april 2013 werd in Brugge een wetenschappelijk colloquium gehouden, waarop specialisten hun zienswijzen confronteerden over ontstaan, eigenaarschap, literaire en muzikale inhoud, enz, van het handschrift.

Publicatie[bewerken]

  • C. CARTON (ed.), Oud-Vlaemsche liederen en andere gedichten der XIVe en XVe eeuwen, Gent, C. Annoot-Braeckman, (1849)
  • K. HEEROMA, m. m. v. C. W. H. LINDENBURG, Liederen en gedichten uit het Gruuthusehandschrift, Leiden, 1966.

Literatuur[bewerken]

  • N. GEERTS, Die altflämischen Lieder der Handschrift Rhetorijcke ende Ghebeden-Bouck van Mher Loys van den Gruythuse, 1909
  • K. HEEROMA & C.W.H. LINDENBURG, Liederen en gedichten uit het Gruuthuse-handschrift, Leiden, 1966
  • W. P. GERRITSEN, Kritische kanttekeningen bij de inleiding tot Heeroma's editie van het Gruuthuse-liedboek, in Nieuwe Taalg., 62, 1969.
  • K. H. HEEROMA, Het lied van Aloeette door K. Heeroma, In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1967
  • K. H. HEEROMA, Defence of adventure, in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83, 1967
  • K. H. HEEROMA, Raden naar een bedoeling: Jan Moritoens eerste allegorie, in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85, 1969
  • K. H. HEEROMA, Hij, zij en ik: ‘tfifste’ allegorische gedicht van Jan Moritoen, in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86, 1970
  • K. H. HEEROMA, Jan Moritoen als navolger, in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87, 1971
  • B. H. ERNE, De forestier van de Witte Beer in het Gruuthusehandschrift, in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, 1972, blz. 107-121.
  • A. W. E. DEK, De genealogie van de heren van Borselen, Zaltbommel, 1979.
  • K. H. HEEROMA, Die blomkin van Brugche, in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1972, blz. 216-235
  • F. P. VAN OOSTROM, Heeroma, "Gruuthuse" en de grenzen van het vak, in: Literatuur 5, 1988, blz. 260-268.
  • J. OOSTERMAN, Jan van Hulst, Gruuthuse-dichter, in: Tijdschrift voor Nederlandse letterkunde, 1992, blz. 321-232.
  • J. REYNAERT, Jan van Hulst en zijn gezellen treden op voor Margaretha van Male, in: M. A. SCHENKENVELD – VAN DER DUSSEN (red.), Nederlandse literatuur, een geschiedenis, Groningen, 1993, blz. 80-85.
  • J. REYNAERT, Laet ons voort vrolyc maken zanc. Opstellen over de lyriek in het Gruuthusehandschrift, Gent, 1999.
  • A. VAN DEN ABEELE, Het ridderlijk gezelschap van de Witte Beer, Brugge, 2000.
  • H. BRINKMAN, In graeu vind ic al arebeit. Biografische contouren van de Gruuthusedichter Jan Moritoen, in: Queeste, Tijdschrift voor middeleeuwse letterkunde, 2002.
  • J. OOSTERMAN (red.), Stad van koopmanschap en vrede, Leuven, 2005.
  • H. BRINKMAN en I. DE LOOS, De stadspoorten van Brugge en de datering van het handschrift, in: Gruuthusehandschrift, toelichting bij teksten en muziek.
  • A. VAN DEN ABEELE, Het enigma van de genealogie Gruuthuse: veel vragen en enkele antwoorden, in: Vlaamse Stam, 2007, blz. 621-628.
  • A. VAN DEN ABEELE, Een les in alertheid en voorkomendheid. De dag dat het Gruuthusehandschrift verkocht werd, in: De Parelduiker, 2007, blz. 39-49.
  • A. VAN DEN ABEELE, Zes eeuwen Gruuthusehandschrift en zijn mogelijke eigenaars, in: Biekorf, 2007, blz 47-66 en 199-214.
  • Fr. WILLAERT (e.a.), Het Gruuthuse-handschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2010, 228 blz. - ISBN 9789072474834.
  • Noël GEIRNAERT, Op zoek naar Egidius. Het laatmiddeleeuwse Brugge in het Gruuthusehandschrift, in: Frank WILLAERT (red.), Het Gruuthusehandschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen, Gent, 2010.
  • Jan DUMOLYN, Une idéologie urbaine "bricolée": les "Sept portes de Bruges" dans le manuscrit Gruuthuse (début du 15e siècle), in: Belgisch Tijdschrift voor filologie en geschiedenis, 2010.
  • Liefde en Devotie. Het Gruuthusehandschrift, Tentoonstellingscatalogus Gruuthusemuseum, Brugge, 2013.
  • Herman BRINKMAN (red.), Liefde, leven en devotie: poëzie uit het Gruuthusehandschrift, Amersfoort, 2013.

Discografie[bewerken]

Gruuthuse - Liederen uit het manuscript (2013) Ultreya en Pandora²

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties