Gruwelijke rijmen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gruwelijke rijmen is een bundel gedichten, geschreven door Roald Dahl. Dahl zet hierin bestaande sprookjes zoals 'de drie biggetjes' geheel naar zijn eigen hand door elementen in de sprookjes toe te voegen, met een verrassend en soms hilarisch effect. Gruwelijke rijmen is een vertaling van de Engelse bundel 'Revolting Rhymes', in de Nederlandse vertaling is het rijmschema gehandhaafd.

Gedichten[bewerken]

Er zijn in totaal zes versjes.

In Assepoester verwisselt een van de lelijke stiefzusters van Assepoester haar muiltje met dat van Assepoester. Toen de prins ontdekte dat het muiltje past aan de voet van de zuster, weigert hij te trouwen met haar en in plaats daarvan hakt hij haar hoofd af met zijn zwaard. Ook het hoofd van de tweede lelijke stiefzuster ging eraf en de prins was van plan hetzelfde te doen met Assepoester, maar deze smeekte de petemoei om haar te laten trouwen met een simpele pottenbakker en ze leefde nog lang en gelukkig.

In Jaak en de bonenstaak groeit een staak uit een boon die tot aan de hemel reikt. Zijn moeder eist van Jaap dat hij de staak in klimt. Maar Jaap ontdekt een reus die hem wil opeten. Vlug klautert hij naar beneden zonder wat goud van de hemel mee te nemen. De moeder van Jaap besluit om zelf naar boven te klimmen, maar wordt door de reus opgegeten. Dat komt doordat zowel zijn moeder als Jaap vreselijk stonken. Jaap besluit om zichzelf goed te verzorgen door een bad te nemen, zijn haar te knippen, zijn tanden te poetsen en zijn nagels te knippen. Hierdoor ruikt de reus hem niet langer en Jaap steelt het goud.

In Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen begint als in het oude bekende sprookje, maar nadat de jager een hart uit de dierenwinkel heeft gekocht en de koningin het had opgegeten, neemt Sneeuwwitje een baan als werkster bij zeven dwergen. De dwergen zijn gokkers op de paardenrenbaan, maar zijn niet succesvol. Sneeuwwitje krijgt een idee; ze stelen de toverspiegel van haar stiefmoeder en die voorspelt voortaan welk paard zal winnen. Zo worden Sneeuwwitje en de dwergen schatrijk. De moraal van het verhaal; gokken is niet verkeerd, als je maar gokt op de juiste peerd.

In Goudlokje worden de misdaden van Goudlokje aangekaart. Ze breekt in bij de familie Beer, steelt hun havermout, vernielt hun eigendom (door het stoeltje van het kleinste beer te breken) en slaapt met vuile schoenen in hun bed. En in plaats van dat ze veroordeeld werd tot een gevangenisstraf, omdat kinderen nooit veroordeeld worden, besluit vader Beer dat ze Goudlokje moeten opeten.

In Roodkapje eet de wolf eerst grootmoeder op en verkleedt zich als grootmoeder. Zodra Roodkapje er is, volgt de bekende dialoog tussen Roodkapje en de wolf, maar die eindigt met "oma, wat heeft u een mooie bontjas aan". De wolf wil Roodkapje opeten, maar zij trekt haar pistool en schiet de wolf dood. De volgende dag had Roodkapje een mooie bontjas van wolvenvacht aan.

In De wolf en de drie biggetjes gaat alles volgens het sprookje. Maar bij het derde huis van steen, kan de wolf het huis niet omver blazen en dus wil hij het opblazen met dynamiet. De big vraagt toen aan Roodkapje van het vorige versje om hulp. Zij komt en schiet de wolf dood, net als bij het vorige vers. De big is haar heel dankbaar en rent naar haar toe om haar in zijn poten te nemen. Maar de volgende dag wordt Roodkapje gezien met een mooie handtas van biggenleer.