Guatemalteekse genocide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Guatemalteekse genocide was een genocide op Maya-indianen die in de jaren 1980 plaatsvond in Guatemala.

De genocide vond plaats tijdens de Guatemalteekse Burgeroorlog (ca. 1960-1996) die steeds intensiever was geworden naarmate de strijd vorderde: regeringstroepen kamden dorpen uit waarvan de inwoners verdacht werden te sympathiseren met communistische guerrillabewegingen, en rond 1980 werd begonnen met het systematisch uitmoorden van Mayadorpen; honderden dorpen zijn volledig uitgemoord. Berucht geworden bloedbaden waren onder andere in Plan de Sánchez en Dos Erres. Overlevenden, maar ook andere Maya's die werden gevangengenomen, werden vaak gedwongen zich aan te sluiten bij 'zelfverdedigingsbataljons', en gedwongen zich mede schuldig te maken aan gruweldaden. Naast Maya's werden ook katholieke aanhangers van de bevrijdingstheologie, linkse intellectuelen en Duitse grondbezitters alsmede politieke tegenstanders van het regime vermoord.

Het aantal doden is niet zeker. De gehele burgeroorlog heeft aan ongeveer 200.000 mensen het leven gekost, waarvan zeker de helft door de genocide. De Historische Ophelderingscommissie, die tussen 1994 en 1999 de genocide onderzocht, heeft in haar in 1999 gepubliceerde eindrapport Guatemala: Herinnering aan stilte 42.275 slachtoffers bij naam kunnen noemen. 83% van hen was Maya, en 93% van de slachtoffers is vermoord door regeringstroepen. Onder het bewind van generaal Efraín Ríos Montt (1982-1983), tijdens het hoogtepunt van de genocide, zijn 75.000 mensen vermoord. Guatemala veranderde onder Ríos Montts bewind in een internationale paria, hoewel zijn regime evenals de andere presidenten die zich schuldig maakten aan de genocide wel gesteund werden door de Verenigde Staten, en berichten over gruweldaden werden in de Amerikaanse media niet zelden afgedaan als 'linkse propaganda'. De Amerikaanse president Bill Clinton bood in 1999 zijn excuses aan voor de Amerikaanse betrokkenheid bij de genocide.

Na de terugkeer van de democratie en het eind van de burgeroorlog is geprobeerd tot vervolging over te gaan van de schuldigen, vooralsnog zonder veel resultaat. Tegen Ríos Montt is in Spanje een opsporingsbevel uitgevaardigd, maar aangezien hij momenteel congreslid is geniet hij in Guatemala politieke onschendbaarheid. Ook generaals Romeo Lucas García en Óscar Humberto Mejía Victores worden gezocht door de Spaanse autoriteiten. Het bestaan van de zelfverdedigingsbataljons, die van slachtoffers daders heeft gemaakt, heeft vervolging van de schuldigen aanzienlijk bemoeilijkt.