Guerrilla

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de gelijknamige film, zie Che - Guerrilla.
Krijgswetenschap

M1A1 abrams front.jpg

Guerrilla is een term uit de krijgswetenschap en heeft betrekking op een gewapend conflict waarbij ongeregelde strijders een reguliere krijgsmacht trachten te ontregelen en uit te putten, terwijl vanwege het verschil in vuurkracht een rechtstreekse confrontatie door die strijders zo veel mogelijk wordt vermeden. De term guerrilla wordt ook wel gebezigd om de organisatie aan te duiden die de guerrillaoorlog voert.

Belangrijke bijdragen aan de literatuur over de guerrilla zijn geleverd door de ervaringsdeskundigen Mao Zedong en Che Guevara. Guerrilla is een van de oudste vormen van asymmetrische oorlogsvoering.

Guerrillaoorlogvoering kwam al voor in de Oudheid. De nomadische Scythen verzetten zich in de tijd van Darius de Grote op deze wijze vanuit Centraal-Azië tegen het Perzische Rijk en later tegen het Macedonische Rijk van Alexander de Grote. Meer recente voorbeelden zijn het verzet vanaf het midden van de negentiende eeuw in Atjeh tegen de Nederlandse kolonisatiepogingen, van Fidel Castro op Cuba in de jaren vijftig, China tijdens de Japanse bezetting (1937-1945) en Joegoslavische, Griekse, Franse en Russische partizanen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en de strijd van de Vietminh tegen de Fransen en van de Vietcong tegen Amerikaanse troepen (Vietnamoorlog). Actuele voorbeelden van guerrillaoorlogstactiek vormen de acties van de FARC in Colombia en de Taliban in Afghanistan.

Etymologie[bewerken]

Het Spaanse woord guerrilla is een verkleinvorm van guerra en betekent dus eigenlijk oorlogje of kleine oorlog. Een deelnemer aan een guerrilla heet een guerrillero. In het Engels wordt de term al van het begin van de negentiende eeuw af ook wel gebezigd om de guerrillastrijder aan te duiden.

Tactiek[bewerken]

Een centraal leerstuk in de guerrilladoctrine is het bereiken van een tijdelijk en plaatselijk overwicht tegen een vijand die qua mankracht en vuurkracht veruit superieur is. Zo worden de vijandelijke verbindingen ontregeld door konvooien in een hinderlaag te laten lopen en en worden aanvallen uitgevoerd op geïsoleerde militaire posten. Men slaat toe en lost vervolgens schijnbaar op in het niets voordat vijandelijke versterkingen op het gevechtsveld arriveren.

Een voorwaarde voor een succesvolle guerrilla is een moeilijk begaanbaar gebied met heuvels, dichte bossen of moerassen met een slecht wegennetwerk.

Een andere voorwaarde is de steun van de bevolking, waarin, zoals Mao Zedong het formuleerde, de strijders 'als een vis in het water' moeten bewegen. De bevolking moet zorgen voor schuilplaatsen, bevoorrading, inlichtingen.

Ook vormt de bevolking een bron van nieuwe rekruten. Aan de bereidheid om zich aan te sluiten bij de guerrilla dragen vaak beide strijdende partijen bij. De guerrilla doet dat door de ‘gewapende propaganda’, dat wil zeggen door de voorbeeldwerking van geslaagde acties tegen de troepen van het regeringsleger, respectievelijk de buitenlandse bezettingsmacht. Laatstgenoemden maken bij de bestrijding van de guerrilla niet zelden ook burgerslachtoffers of gaan zich te buiten aan represailles, wat de bereidheid tot het opnemen van de wapens tegen hen vergroot. Sommige groeperingen lokken om die reden ook opzettelijk represailles uit, bijvoorbeeld door aanslagen te plegen op hoge militairen of politici.

De 'gewapende propaganda' kan van beslissende strategische betekenis worden als de krachtsverhoudingen tussen de beide strijdende partijen erdoor fundamenteel worden gewijzigd. Zoiets heeft zich voorgedaan tijdens de bovengenoemde Cubaanse revolutie. Na aanvankelijke tegenslagen boekten de rebellen enkele spectaculaire successen, waarna een sneeuwbaleffect in werking trad en steeds meer burgers zich bij de opstandelingen aansloten.

Een belangrijke voorwaarde voor succesvolle 'gewapende propaganda' is dat de bevolking zich kan vinden in de doelstellingen van de guerrilla. Dat ondervond Che Guevara tijdens zijn campagne in Bolivia in 1967. De plaatselijke bevolking toonde geen enkel begrip voor de acties van Guevara en dat leidde uiteindelijk tot diens ondergang.

Verder is de guerrilla voor het vergroten van de vuurkracht aangewezen op buitgemaakte of door buitenlandse mogendheden geleverde wapens.

Strategie[bewerken]

Een strategisch doel van de guerrilla kan zijn ondersteuning te geven aan een reguliere oorlog. Een voorbeeld hiervan zijn de acties van de Russische partizanen tegen de Duitse troepen in de Tweede Wereldoorlog.

Een ander doel van de guerrilla kan zijn een einde te maken aan buitenlandse overheersing of aan een binnenlands regime. Voorbeelden hiervan zijn de oorlogen in het kader van de dekolonisatie van Vietnam, Indonesië en de Portugese koloniën in Afrika, respectievelijk de verdrijving van de Cubaanse dictator Batista door Fidel Castro en Che Guevara. Ook Joegoslavië wist zich tijdens de Tweede Wereldoorlog onder Tito volledig zelfstandig van de Duitsers te bevrijden door middel van guerrillatactieken. Dit is het enige bezette land dat tijdens deze oorlog zichzelf volledig wist te bevrijden van de overheerser.

Een mengvorm van de beide doelen lag ten grondslag aan de operaties onder leiding van de Britse kolonel Lawrence of Arabia tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Midden-Oosten. De Britten zagen deze operaties als een welkome bijdrage aan de eindoverwinning op de Turken, terwijl de Arabieren zo een einde wilden maken aan de Turkse overheersing.

De guerrilla is gericht op het verzwakken van de tegenstander, niet op het veroveren van gebied. Wel kan in gebieden waar de steun van de bevolking groot genoeg en de dreiging van vijandelijke acties beperkt is, sprake zijn van een vorm van bestuur door de guerrilla. Dan ontstaan er een of meerdere partizanenrepubliekjes. De guerrilla zal meestal als overheid trachten te functioneren en hervatting van het normale leven trachten te stimuleren. Het moreel wordt indien mogelijk hoog gehouden door het uitgeven van een krant en soms zelfs theaters of bioscopen. Belastingheffing van burgers kan helpen de oorlog te financieren. De republiekjes zijn echter altijd klein en provisorisch, en de guerrilla is er vaak op voorbereid de biezen te pakken wanneer de tegenstander te dichtbij komt. Gebeurt dit, dan verdwijnt de guerrilla, om na enige tijd ergens anders weer opnieuw te beginnen.

Op den duur kunnen aanhoudende guerrilla-acties de vijand uitputten, diens moreel ondermijnen en uiteindelijk, zoals de geschiedenis aantoont, de overwinning binnen bereik brengen.

Als de kracht van de guerrilla groot genoeg is kan deze overgaan in een reguliere oorlog. Ook komt het voor dat wat als een reguliere oorlog begon, overgaat in een guerrilla, bijvoorbeeld als het vijandelijke overwicht te groot blijkt.

Mohammed Abdelkrim El Khattabi[bewerken]

Een voorbeeld van guerrillaoorlogvoering in de twintigste eeuw is de strijd onder leiding van Mohammed Abdelkrim El Khattabi tegen de Spaanse en Franse legers, die het Rifgebergte in Noord-Marokko wilden koloniseren. Dankzij zijn overwinningen en het uitroepen van de onafhankelijkheid werd Mohammed Abdelkrim El Khattabi een van de beroemdste vrijheidsstrijders, waarvan foto's werden gepubliceerd in Afrika en Klein-Azië. Zijn militaire tactieken werden naderhand vaak gebruikt in de onafhankelijkheidsstrijd overal ter wereld. Merkwaardig genoeg hebben ook de Vietnamezen op de manier van Mohammed Abdelkrim El Khattabi een guerrillastrijd gevoerd tegen de Amerikanen. De historicus Fontin beschouwt Abdelkrim als de bron van inspiratie voor andere revoluties in Noord-Afrika.

Literatuur[bewerken]

  • Ernesto Che Guevara, La guerre de guérilla, Maspero, Paris, 1967
  • Mao Tse-toeng, Guerrilla-oorlogvoering, De Bezige Bij, Amsterdam, 1965