Gundioc

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gundioc
 ? - 473
Koning van de Bourgondiërs
Periode 456 - 473
Voorganger eerst bekende Gundahar
Opvolger Gundobad, Godigisel, Chilperic II en Gundomar
Vader  ?
Moeder  ?

Gondioc, ook wel Gundioc, Gundowech, Gunderik, Candiaco of Condioc (456 - 473) was koning van de Bourgondiërs. Onder Gondioc, die tevens generaal was in het Romeinse leger, werd de grondslag gelegd voor het Bourgondische Rijk.

Leven[bewerken]

De afkomst van Gondioc is onduidelijk. Volgens de Frankische bisschop Gregorius van Tours zou hij afstammen van de Visigotische koning Athanarik († 381), maar er zijn meer redenen om aan te nemen dat hij een zoon of familielid van koning Gundahar was.

Het grootste deel van zijn leven stond in het teken van de strijd. Als koning Gundahar in 436 sneuvelt en volgens berichten het merendeel van zijn volk werd vermoord, komt Gundioc in beeld als nieuwe aanvoerder van de Bourgondiërs die als generaal in dienst van de Romeinen diverse militaire diensten verrichtte. Hij sticht een koninkrijk als rond 455 het Romeinse gezag in Gallië ineenstort, waarin hij een strikte scheiding doorvoert tussen de oorspronkelijke bevolking, en de eigenlijke Bourgondiërs die een militaire kaste vormden.

Gundioc was getrouwd met een zuster van Ricimer, opperbevelhebber van het Romeinse leger in Italië. Hij had vier zonen, Gundobad, Godigisel, Chilperic II en Gundomar. Toen na zijn dood in 473 het koninkrijk onder zijn zonen werd verdeeld brak er een burgeroorlog uit.

Het ontstaan van de Bourgondische staat[bewerken]

Uitbreiding van Bourgondië 443-473

Tijdens het bewind van Gundioc krijgt het Bourgondische Rijk langzaam gestalte. Het Bourgondische volk - dat in 436 na de vernietigende nederlaag bij Worms, waarbij koning Gundahar sneuvelde en diens hele familie werd uitgemoord bijna ophield te bestaan - werd eerst opnieuw ondergeschikt gemaakt aan de Romeinen. De Romeinse veldheer Aetius stelde Sapaudië (Savoye) in 443 aan de Bourgondiërs ter beschikking als vestigingsgebied. Onder Gundioc vechten zij eerst nog aan de zijde Aetius, onder meer in de Slag op de Catalaunische velden, maar als na diens dood de Romeinse macht in Gallië begint af te nemen, gedraagt deze zich steeds onafhankelijker.

Gundioc benoemt zich in 456 tot koning en ontdoet zich van de Romeinse gezagsdragers. Hij probeert het grondgebied van de Bourgondiërs uit te breiden en doet dat door de ene keer met de Romeinen samen te werken en de andere keer tegen hun te vechten. In Spanje vecht hij samen met de Visigoten voor de Romeinen, tegen de Sueben en bij terugkomst keert hij zich juist tegen hun en onderneemt een poging zijn machtsgebied te vergroten. Door keizer Majorianus wordt deze Bourgondische expansie nog bedwongen. Gundioc moet in 458 bakzeil halen en de Bourgondiërs keren terug binnen de aangewezen grenzen. Maar als na de dood van Majorianus blijkt dat het Romeins gezag niet langer meer wordt gehandhaafd, begint Gundioc opnieuw met zijn opmars. Hij verovert Lyon in 461 en maakt het tot zijn hoofdstad.

Gundioc vergaart nog meer meer macht als Ricimer, magister militum (opperbevelhebber) van het Romeinse leger en de machtigste persoon van het westen, de Romeinse generaal Aegidius het commando ontneemt over het leger in Gallië en Gundioc in diens plaats benoemt. Aegidius komt in opstand en Gundioc snijdt hem de pas af naar Italië.

Na de ineenstorting van het Romeins gezag strijden diverse partijen om de heerschappij in Gallië. Gundioc is voortdurend aan het oorlog voeren, voornamelijk met de Franken, Allemannen en met Aegidius. Niettemin slaagt hij erin het Bourgondische rijk verder uit te breiden in het noorden en noordwesten, tot voorbij Langres en de omgeving van Solothurn in 469. In 471 verdedigt Gundioc de stad Clermont voor de Romeinen tegen de Visigoten [bron?].

In 472 wordt zijn oudste zoon Gundobad de opvolger van Ricimer als opperbevelhebber van het Romeinse leger. Gundioc sterft in 473 en zijn koninkrijk wordt onder zijn zonen verdeeld.

bronnen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • F. Lot, De Germaansche invasies. De versmelting van de Barbaarsche en Romeinsche wereld, Den Haag, 1939.