Gundohar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gundohar (? - 436) was tussen 407 en 436 koning van de Bourgondiërs, een Germaanse stam. Zijn naam wordt ook wel weergegeven als Gundahar, Gundahari, Gundacar (gereconstrueerde namen).

Geschiedenis[bewerken]

Gundohar was de zoon van Gebicca en volgde deze op als koning. De Bourgondiërs hadden in 407, toen diverse Germaanse volken de Rijn–grens overschreden de zijde gekozen van de Britse usurpator Constantijn III in plaats van de wettige keizer Honorius. Toen Constantinus III in 411 bij Arles verslagen werd steunde zij aanvankelijk ook de nieuwe usurpator Iovinus, maar onderwierpen zich aan Honorius toen Iovinus in 413 verslagen werd. Honorius wist de Bourgondiërs aan zich te binden middels een fouderati verdrag. De Bourgondiërs werden belast met de verdediging van de Rijn–grens vanaf de Alpen tot Metz en mochten zich blijvend vestigen langs de bovenloop van de Rijn in de Romeinse provincie Germania Superior. Gundohar beschikte over een grote mate van autonomie. Hij stichtte nabij Worms het Bourgondische Rijk toen de Romeinse macht verder in betekenis afnam.

Uiteindelijk zegde Gundohar in 435 het verdrag met de Romeinen op en viel het omringende Romeinse gebied binnen. Als reactie hierop zond de Romeinse veldheer een strafexpeditie naar de Bourgondiërs, voornamelijk bestaande uit Hunnen. Koning Gundohar sneuvelde in de buurt van Worms in een veldslag tegen de Hunnen. Een groot deel van Gundohars volk en zijn gehele familie werd uitgemoord.

Siegfriedlegende[bewerken]

Gundohar beveelt Hagen de Nibelungenschat in de Rijn te werpen. Peter von Cornelius, 1859

Verhalen over hem zijn verschenen in Latijnse, Oud-Noorse, Germaanse en Oud-Engelse teksten. De bekendste verhalen waarin Gundohar voorkomt zijn het Nibelungenlied en de Thidrekssaga. Hierin staat zijn relatie tot de held Siegfried centraal, het verraad door Flavius Aetius of Attila de Hun en zijn uiteindelijke dood aan het hof van Attila de Hun.