Gustaaf Willem van Imhoff (1705-1750)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gustaaf Willem van Imhoff
Gustaaf Willem baron van Imhoff2.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Gustaaf Willem van Imhoff
Geboren 8 augustus 1705
Overleden 1 november 1750
Carrière
1736-1740 Gouverneur-generaal van Ceylon
1743-1750 Gouverneur-generaal van de Vereenigde Oostindische Compagnie
Portaal  Portaalicoon   VOC

Gustaaf Willem baron van Imhoff (Leer (Oost-Friesland), 8 augustus 1705Batavia, 1 november 1750) was een Oost-Fries edelman die carrière maakte in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).

Van Imhoff was de zoon van Wilhelm Hinrich Freiherr von Imhoff en werd geboren in Leer, net over de huidige Duits-Nederlandse grens. Zijn moeder was een dochter van Jacob Boreel, een Amsterdamse burgemeester.

Al vroeg trad hij in dienst van de VOC. Hij werd in 1725 als onderkoopman naar Batavia gestuurd en werd al snel bevorderd tot achtereenvolgens koopman (1726), opperkoopman (1729), waterfiscaal (1730) en buitengewoon raad van Indië (1731). Hij trouwde op 20 april 1727 te Batavia met Catharina Magdalena Huijsman. Na haar overlijden in 1744 kreeg hij bij een inlandse vrouw, Helena Pieters, nog vier kinderen, die door hem geëcht werden.

Ceylon[bewerken]

Op 23 juli 1736 volgde hij Jan Maccare op als gouverneur van Ceylon. Van Imhoff bereisde het hele eiland, waarvan alleen de kust in handen van de VOC was, en maakte een einde aan de heersende onrust. Over zijn reizen deed Van Imhoff uitvoerig verslag aan zijn superieuren in Cochin, met als doel om goedkeuring te krijgen voor het door hem voorgestelde en gevoerde beleid. Dit reisverslag werd in 2007 uitgegeven door de Linschoten-Vereeniging.[1]

Van Imhoff was een vooruitstrevend man die in Sri Lanka herinnerd wordt als een van de betere en welwillende VOC-gouverneurs. Hij voerde bijvoorbeeld in 1737 het gebruik van de drukpers in, en in de jaren daarna verschenen er voor het eerst gedrukte geschriften in het Sinhala, onder andere een christelijk gebedenboek en een geloofsbelijdenis. Later zou ook een Sinhalese grammatica het licht zien. Imhoff liet ook voor het eerst kokospalmen planten op het eiland. Later zou een groot deel van de kust een onderbroken aanplant van deze boomsoort te zien geven.

Van Imhoff wist een goede verstandhouding met Narendra Simha, de Sinhala koning van Kandy op te bouwen. Koning Narendra Simha was getrouwd met een prinses van Madura en met zijn dood op 24 mei 1739 werd hij opgevolgd door zijn zoon Sri Vijaya Rajasimha, die door velen eerder als een Nayakkar Malabar (Tamil) gezien wordt dan een Sinhalees. Imhoff toont zich in zijn geschriften verbaasd omdat de Sinhala's meestal neerkijken op de Tamils. Dit is de eerste vermelding van de controverse tussen Tamil en Sinhala. Imhoff is bezorgd dat de Zuid-Indische connecties van de nieuwe koning een bedreiging vormen voor het Hollandse handelsmonopolie. Hij ziet er echter ook een mogelijkheid tot verdeel- en heerspolitiek in en stelt de VOC voor de tegenstelling tussen Tamils en Sinhalezen uit te buiten om het Rijk van Kandy te verdelen. Zij zien daar echter niet veel in, omdat de VOC niet graag bij weer een intern conflict betrokken raakt. Dat kost maar geld. Geld werd er aan de kaneelhandel veel verdiend maar toch stond Ceylon (kunstmatig en met opzet) als verliespost op de begroting, omdat deze winst namelijk in de algemene rekening van de VOC verdween. Zo werd Van Imhoff als alle gouverneurs van het eiland voor spilzucht behoed.

Batavia[bewerken]

Op 12 maart 1740 werd Imhoff opgevolgd door Willem Maurits Bruininck en vertrok hij naar Batavia. Hij raakte daar al gauw betrokken bij een groot schandaal. De helft van alle koffiestruiken was gekapt en de suikermarkt was ingestort. Het merendeel van de Chinezen was daardoor werkloos geworden. De zittende gouverneur-generaal Adriaan Valckenier maakte zich grote zorgen. Hij probeerde een aantal van de Chinezen naar elders (Ceylon of de Kaapkolonie) te brengen. Al gauw ging het gerucht dat zij, eenmaal buitengaats, overboord gezet zouden worden en ontstond er een gevaarlijke opstand. Rondzwervende Chinezen vielen de poorten van Batavia aan. Valckenier liet een grote slachting aanrichten onder de Chinezen, waarbij tussen de vijf- en tienduizend omgebracht werden.

In de Raad van Indië liep de ruzie over de schuldvraag zo hoog op dat Valckenier Van Imhoff, De Haeze en Van Schinne arresteerde en in januari 1741 naar Nederland stuurde. Daar aangekomen deed Van Imhoff het voorkomen dat Valckenier de grote boosdoener was. Valckenier zou hebben voorgesteld alle Chinezen om te brengen, Van Imhoff alleen diegenen die in het bezit van wapens waren. In de literatuur wordt de zaak voorgesteld alsof de beide mannen neven waren, maar daar is vooralsnog niets van gebleken. Op enkele uitzonderingen na waren alle Amsterdamse regenten in de eerste helft van de 18e eeuw familie van elkaar.

Valckenier had begin 1740 al ontslag gevraagd, maar kreeg pas februari 1741 bericht dat hij Van Imhoff zou moeten benoemen. Van Imhoff was enkele weken daarvoor op transport gesteld vanwege de interne onenigheid. Bij de Heren XVII presenteerde Van Imhoff ambitieuze plannen om de opiumhandel aan particulieren over te laten. Hij wist de bewindhebbers, waaronder Lieve Geelvinck, Balthasar Scott, Jan Reael en Gerrit Corver te overtuigen en werd tot gouverneur-generaal benoemd. In oktober 1742 vertrok hij op het schip de Herstelder ontworpen door Charles Bentham[2][3] Valckenier trad pas in november 1742 af en Johannes Thedens nam het gouverneur-generaalschap waar, tot de aankomst van een nieuwe gouverneur.

Kaap[bewerken]

Op reis naar zijn nieuwe post in Batavia deed Imhoff in 1743 de Kaapkolonie aan. Ook daar trof hij problemen aan: vele burghers trokken steeds verder het binnenland in en waren daar verstoken van enig onderwijs of zielzorg. Hij deed de aanbeveling om meer dominees uit Nederland te laten komen om te voorkomen dat de burghers geheel van het vaderland zouden vervreemden.

Gouverneur-generaal[bewerken]

Gustaaf Willem van Imhoff door dr. N.J. Krom

In mei 1743 nam hij in Batavia het gouverneur-generaalschap over van Thedens en kon meteen aan de slag omdat er een opstand woedde als gevolg van de massamoord op de Chinezen. Ook een aantal Javaanse vorsten probeerde uit de verwarring een slaatje te slaan. Imhoff maakte snel een eind aan de chaos en ging voortvarend aan het werk.

Er kwam voor het eerst een postkantoor in Batavia. Hij stichtte Buitenzorg (Bogor). Er kwam een Latijnse school, een ziekenhuis en een krant. Hij pakte de smokkel van opium aan door in 1745 de Amphioensociëteit op te richten. Hij hield van 24 maart tot 9 juni 1746 een inspectietocht over het hele eiland. Er kwamen bestuurlijke hervormingen, er werd een landraad ingesteld in Semarang en de handel werd gedeeltelijk vrijgesteld voor particulieren.

Er waren ook tegenslagen. Het schip Hofwegen, voor anker op de buitenrede van Batavia, werd door bliksem getroffen en explodeerde. De lading bevatte zes ton zilver en vele andere waardevolle goederen ter waarde van zo'n 600.000 gulden, een kapitaal voor die dagen.

Imhoffs voortvarendheid bracht hem ook veel vijanden. Hij trachtte zijn gezag over Java uit te breiden door te stoken in de dynastieke aangelegenheden van een aantal Javaanse vorsten en raakte zo betrokken bij de Derde Javaanse Successieoorlog. Dit was een ramp voor het Nederlandse gouvernement. Imhoff was zeker niet van schuld vrij te pleiten omdat hij weinig diplomatiek en met weinig respect voor de plaatselijke gebruiken te werk gegaan was. Hij besefte dat zelf ook en besloot af te treden. De VOC had zo snel geen opvolger die de moeilijke situatie op Java over kon nemen en dwong hem tot zijn dood in 1750 op zijn post te blijven. Zo moest hij aanzien dat veel van zijn verworvenheden weer teniet gingen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Marleen Chrisstoffels-Speelman, Anke Jansen-Galjaard, Marianne Wever-Nierop, Lodewijk Wagenaar (ed.), Gouverneur Van Imhoff op dienstreis in 1739: Colombo, Cochin, Travancore, Tuticorin, Jaffna, Mannar, Colombo, Walburg Pers, 2007, 448 p. (Deel 106 in de reeks Werken van de Linschoten-Vereeniging)
  2. [1]
  3. NNBW
Voorganger:
Johannes Thedens
Gouverneur-generaal van de VOC
1743-1750
Opvolger:
Jacob Mossel