Gustav von Kahr

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gustav Ritter von Kahr (1920)

Gustav von Kahr (Weißenburg in Bayern, 29 november 1862 - Dachau, 30 juni 1934) was een Duits rechts-conservatief politicus. Van 1920 tot 1921 was Kahr minister-president van de vrijstaat Beieren.

Zijn politieke loopbaan begon in 1917 toen hij gouverneur van de Beierse provincie Opper-Beieren werd. Het volgende jaar verloor hij deze positie opnieuw tijdens de Novemberrevolutie.

Op 16 maart 1920 verscheen Kahr opnieuw op het politieke toneel toen hij als partijloze Johannes Hoffmann (Beieren) opvolgde als minister-president van de vrijstaat Beieren. Tijdens zijn regeerperiode ondernam von Kahr stappen om Beieren onafhankelijk te maken van het Duitse Rijk. Op 1 september 1921 nam hij evenwel ontslag toen de Duitse regering maatregelen nam om de Weimarrepubliek te beschermen tegen rechts-conservatieve krachten.

In september 1923, na een periode van politieke onrust benoemde de toenmalige minister-president Eugen von Knilling Kahr als rijkscommissaris met dictatoriale macht. Kahr vormde in die periode een triumviraat met het hoofd van de Beierse Staatspolitie, Hans von Seisser, en met Reichswehrgeneraal Otto von Lossow.

Kahr, die aangezocht werd om zijn steun te verlenen aan Hitlers Bierkellerputsch in november van datzelfde jaar, trok zijn aanvankelijke steun echter in en nam niet deel. Mede hierdoor mislukte de putsch. Kahrs beslissing om niet deel te nemen aan de putsch, kostte hem de aanhang van rechts-conservatieve groeperingen in Beieren. Toen Kahrs aanvankelijke betrokkenheid bij de putsch op Hitlers proces in 1924 boven kwam, moest hij aftreden als rijkscommissaris.

Op 30 juni 1934, tijdens de Nacht van de Lange Messen, werd Gustav von Kahr opgepakt. De door de nazi's aangehaalde reden was dat hij met de SA-top, generaal von Schleicher en de Franse ambassadeur een coup tegen Hitler beraamde. De ware reden was dat het een wraakactie was voor het 'verraad tijdens de Bierkellerputsch'. Hij werd ontvoerd in München door SS leden en werd doodgeslagen met bijlen waarna hij in een moeras in de buurt van Dachau werd gedumpt. Volgens Richard Hanser zijn boek Putsch werd het zijn familie verboden om rouwkleding te dragen.

Voorganger:
Johannes Hoffmann (Beieren)
Minister-President van Beieren
1920-1921
Opvolger:
Hugo von und zu Lerchenfeld auf Köfering und Schönberg