Guy Mathot
Guy Mathot (Saint-Séverin (Nandrin), 26 april 1941 - Luik, 21 februari 2005) was een Waals politicus van de Parti Socialiste (socialistische partij).
Inhoud |
[bewerken] Biografie
Mathot groeide op in een socialistisch milieu, als zoon van een staalarbeider en afgevaardigde van de socialistische vakbond ABVV. Zowel zijn moeder als zijn zuster zijn burgemeester van Saint-Séverin geweest. Al tijdens zijn humaniorastudies aan het atheneum in Seraing sloot de jonge Mathot zich aan bij de Jeune Garde Socialiste. Op zijn zestiende werd hij PSB-lid. In 1962 studeerde hij af als licenciaat in de biologische wetenschappen aan de Université de Liège. Na een drietal jaren werk als wetenschappelijk assistent begint hij zijn politieke carrière in 1965 als cabinetsattaché van de Minister van Nationale Opvoeding Fernand Dehousse[1].
Guy Mathot werd in 1971 voor de eerste keer burgemeester van Seraing en in 1977 werd hij minister. Als minister van begroting (1980-81) speelde hij een belangrijke rol bij het oplossen van de schuldenlast en de daaraan verbonden interestlast die de grote steden Luik en Antwerpen in zijn knel hield. Mathot volgde in 1981 Guy Spitaels op als vicepremier van België en bleef dat tot september 1981. In verband met het Agustaschandaal nam hij in 1994 ontslag waarmee z'n landelijke politieke carrière eindigde.
Later werd hij opnieuw gekozen tot Waals afgevaardigde (1994-1998) en opnieuw tot burgemeester van Seraing in 2000 tot aan zijn dood in 2005. Na een kort interregnum werd hij opgevolgd door zijn zoon, Alain Mathot. In die periode is hij op regionaal en op lokaal vlak blijven ijveren voor de regeneratie van de stad Luik en de "ceinture rouge" van socialistische industriële gemeenten (Seraing, Flémalle, Grâce-Hollogne, Saint-Nicolas, Herstal, Fléron) die erg geleden hadden na de afbouw van de traditionele zware industrie en de mijnbouw. De komst van de HST-trein naar Luik, de wederopbouw van de verpauperde benedenstad van Seraing en de groeiende consensus voor de oprichting van een stedelijk gewest, de zogenaamde ‘communauté urbaine’ naar Frans voorbeeld, zijn mede aan zijn politieke actie te danken.
Mathots naam is in diverse politieke en financiële schandalen genoemd, waaronder zwart geld, dubieuze transacties, vrouwen, drank en zelfs de moord op PS-kopstuk André Cools. Hij werd evenwel nooit formeel veroordeeld.
Hij is op 26 februari 2005 te Seraing begraven.
[bewerken] Trivia
- Mathot deed de legendarische uitspraak dat de staatsschuld er vanzelf gekomen was en ook vanzelf zou verdwijnen.
- Hij speelde een kleine rol in Guido van Meir en Jan Bosschaerts satirische strip "Pest in 't Paleis" (1983).
[bewerken] Externe link
[bewerken] Verwijzingen
| Voorganger: Louis Olivier |
Minister van Openbare Werken 1977-1980 |
Opvolger: Jos Chabert |
| Voorganger: Alfred Califice |
Minister van Waalse zaken 1977-1979 |
Opvolger: Jean-Maurice Dehousse |
| Voorganger: Jacques Hoyaux |
Minister van Nationale Opvoeding 1980 |
Opvolger: Jean-Marie Dehousse |
| Voorganger: Gaston Geens |
Minister van Begroting 1980-1981 |
Opvolger: Philippe Maystadt |
| Voorganger: Philippe Moureaux |
Minister van Binnenlandse Zaken 1980-1981 |
Opvolger: Philippe Busquin |
| Voorganger: Guy Spitaels |
Vice-eersteminister 1981 |
Opvolger: Jean Gol |
| Waals minister 1992-1994 |
Opvolger: Bernard Anselme |
| Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Guy Mathot. |