Gwijde van Namen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paardenhangertje van Gwijde van Namen

Gwijde van Namen (ca. 1272Pavia 13 oktober 1311), was de tweede zoon van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, en diens tweede vrouw Isabella van Luxemburg.

Samen met Willem van Gulik de Jongere had hij een groot aandeel in de overwinning van de Vlamingen op het Franse ridderleger in de Guldensporenslag van 11 juli 1302 in Kortrijk en de grote democratische beweging die daarop volgde[1]. Zijn strijd tegen de Avesnes, om het graafschap Zeeland te veroveren, mislukte. Gwijde werd door de Fransen gevangengenomen tijdens de Slag bij Zierikzee (11 augustus 1304).

In mei 1305 werd hij weer vrijgelaten en hij nam daarop als maarschalk dienst in het leger van zijn oom, de Duitse koning Hendrik VII. Tijdens een tocht van de koning naar Italië (1310–1311) nam hij deel aan de belegering van Brescia (zomer 1311), waar hij besmet raakte door de pest en kort daarop overleed. Hij was kort vóór zijn dood gehuwd met Margaretha (-1348), dochter van Theobald II van Lotharingen en had geen erfgenamen.

Zijn paardenhangertje wordt bewaard in het museum Kortrijk 1302 te Kortrijk.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties