Gyre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De vijf grote gyren. Linksonder Indische Oceaan, midden Grote oceaan, rechts Atlantische oceaan

Een gyre is een ringvormige zeestroming die ontstaat door de balans tussen het corioliseffect en de gradiëntstroom. Deze gebalanceerde stroming, parallel aan de isobaren en haaks op de drukgradiënt, wordt ook wel 'quasigeostrofische stroming' genoemd.

Algemeen[bewerken]

Zowel in de Atlantische als Grote oceaan bevinden zich twee grote gyren. Eén gyre in de subtropische zone met een centrum rondom de 30° noorderbreedte, en een tweede gyre in de subtropische zone met een centrum rond 30° zuiderbreedte.[1] De subtropische gyren op het noordelijk halfrond bewegen met de klok mee, die op het zuidelijk halfrond tegen de klok in. Deze vier stromen worden ook wel aangeduid als: de Noordatlantische, Zuidatlantische, Noordpacifische en Zuidpacifische gyren. Elke gyre wordt aan de vier zijden (noord, oost, zuid en west) begrensd door grote zeestromingen, ook wel grensstromen genoemd. Op het zuidelijk halfrond bevindt zich tenslotte de vijfde grote gyre: die van de Indische Oceaan. Tenslotte komen er enkele gyren voor in subpolaire zones op hogere breedtes (60° graden) in de Noordelijke Atlantische en Grote Oceaan, en rondom de zuidelijk pool (Antarctica).

De twee westelijke en oostelijke grensstromen van de noordpacifische en zuidpacifische gyren

Overzicht[bewerken]

Subtropische gyren[bewerken]

Subpolaire gyren[bewerken]

De Noordatlantische gyre in detail
De Noordpacifische gyre in detail
De Indische Oceaan gyre in detail

Dynamiek[bewerken]

Corioliseffect[bewerken]

Een gyre is een driftstroom: een zeestroom die door de wind wordt gedreven. Grote driftstromen in de subtropische zones staan onder invloed van heersende westelijke winden aan de noordzijde van de gyre en oostelijke passaatwinden aan de zuidzijde van de gyre (dus dichter bij de evenaar).[2] Deze veroorzaken wrijvingsstromen van het wateroppervlak, die door het Corioliskracht een afwijking van 20-45° naar rechts hebben. De Corioliskracht of Corioliseffect is een gevolg van de aardrotatie, en is het sterkst in de buurt van de Noordpool en het zwakste rondom de evenaar. Het heeft dus tot gevolg dat de zeestroom naar het centrum van de gyre wordt afgebogen. In het centrum van de gyre ontstaat vervolgens door de stuwing van de watermassa’s een verhoogde waterdruk. Door de overdruk van de watermassa’s in het centrum heeft weer een uitstroming van het water tot gevolg in de richting van de evenaar. Dit vindt vooral plaats in de bovenste lagen (1000-2000 meter) van de oceaan. Het koude water van de polen stroomt dus via de oostelijke grensstroom terug naar de evenaar, en het warme water van de evenaar stroomt via de westelijke grensstroom naar de polen.

Westelijke en oostelijke grensstromingen[bewerken]

Het corioliseffect doet zich ook gelden bij de oceaanstromingen die het westen en oosten van de ringstroom afgrenzen. De zeestromen in het westen (die naar het noorden lopen) zijn relatief smal en snelstromend, de zeestromen in het oosten (die naar het zuiden lopen) breder en langzaam stromend. De Noordatlantische gyre wordt bijvoorbeeld in het westen door de sterke en nauwe Golfstroom, en in het oosten door de zwakke en brede Canarische stroom begrensd. In de Noordpacifische gyre zijn dit de Kuroshiostroom in het westen, en de Californische stroom in het oosten. Hetzelfde verschijnsel doet zich voor in de grensstromen van de gyres in het zuidelijke halfrond, de Zuidatlantische en Zuidpacifische gyren.

Subpolaire gyren[bewerken]

De zeestromen van de twee kleinere subpolaire gyren op het noordelijke halfrond bewegen zich tegen de wijzers van de klok in, rondom een lage-druk gebied. Het oppervlaktewater stroomt hierdoor weg vanuit het centrum van de gyre. Dit zet het z.g. Ekmantransport in beweging: een opwelling van voedselrijk en koud water vanuit grotere dieptes. De Antarctische subpolaire stroom drijft het koude water weg van de Zuidpool, waardoor de ijskap permanent is. Deze zeer krachtige en grote stroom verbindt de Grote, Atlantische en Indische oceanen, zonder door landmassa's te worden onderbroken. De stroom van de kleinere Weddel en Ross gyre (Antarctische gyren) beweegt met de wijzer van de klok mee.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Heinemann, B. and the Open University (1998) Ocean circulation, Oxford University Press: Page 98
  2. Wind Driven Surface Currents: Gyres