Gysbert Japicx

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gysbert Japicx geschilderd door Matthijs Harings

Gysbert Japiks (ook: Gysbert Japix, Gysbert Japicx, Gijsbert Japiks, Gijsbert Jacobs) (Bolsward, 1603 - aldaar, 1666) is de bekendste Friese renaissanceschrijver. Hij is één van de historische onderwerpen in de Canon van Friesland.

Werk en leven[bewerken]

Japiks was gedurende zijn werkzame leven schoolmeester en voorzanger in Bolsward. In 1640 verscheen van zijn hand het boek Fryske Tsjerne, met speelse verhaaltjes en gedichten. Japiks' volledige werk is pas na zijn dood uitgegeven door zijn vriend Simon Gabbema. Dit werk verscheen in 1667 onder de titel Fryske rymlarije (Friese rijmelarij).

Het werk van Japiks valt in drie delen uiteen:

  • Leafde en boartlike mingeldeuntsjes ('Liefde en speelse versjes'), waarin opgenomen de Fryske Tsjerne
  • Gemiene of hûsmanne petear ('Gesprek van de gewone man of boer')
  • Himelsk harplûd ('Hemelse harpklank')

Het eerste deel bevat volksaardige versjes en verhaaltjes, het tweede wat serieuzere tweegesprekken en een paar liederen, en het laatste Friese vertalingen van psalmen en andere geestelijke liederen. Verder is de briefwisseling tussen Japiks en Gabbema uitgegeven.

Invloed[bewerken]

Gysbert Japiks moet al tijdens zijn leven nationale en internationale bekendheid hebben genoten. Hij onderhield contacten met Hollandse en Engelse schrijvers en geleerden. De Engelse geleerde Franciscus Junius heeft een tijdlang in Bolsward gewoond om van Japiks Fries te leren.

De bijzondere betekenis van Japiks werk ligt in het feit dat hij voor het eerst sinds het verdwijnen van het Fries als rechts- en bestuurstaal, rond 1580, de taal weer voor serieus werk gebruikt. Zijn schrijverij sluit qua stijl aan bij die van 17e-eeuwse Hollandse renaissanceschrijvers. De heersende opvatting in de literaire frisistiek is dat Japiks daarmee het Fries weer een plaats tussen de Europese cultuurtalen wilde geven. Het is een strijdpunt of hij daarmee ook de maatschappelijke emancipatie van het Fries op het oog had. Vóór Japicx werd de Friese taal in bijvoorbeeld de liedkunst vooral aangewend om boerse taferelen te schilderen, zoals in de door de componist Jacob Vredeman de Vries op muziek gezette Friese villanellen, of in het enkele Friese lied dat Jan Jansz. Starter in zijn bundel, de Friesche Lusthof, opneemt. Hoe dit ook zij, de taal en spelling van Japiks' werk vormen de basis van de hedendaagse Friese schrijftaal, zoals die zich in de 19e en 20e eeuw heeft ontwikkeld.

Gedeputeerde Staten van Friesland hebben in 1947 een belangrijke literatuurprijs naar Japiks vernoemd, de Gysbert Japicxpriis. Het jaar 2003, vierhonderd jaar na Japiks' geboorte, is door de provincie Fryslân tot Gysbert Japiksjaar uitgeroepen. In dat jaar werd Japiks geëerd met een tentoonstelling, diverse boeken en een rockopera over zijn leven en de uitgave van een cd met zijn bekendste liederen.

In Leeuwarden ligt in de Oranjewijk de Gysbert Japicxstraat. Deze wordt omringd door onder andere de Emmakade en de Willem Lodewijkstraat. Verder zijn er nog Gysbert Japicxstrjittes in Stiens, Franeker, Buitenpost en Kollum en een Gysbert Japicxslaan en -brug in Bolsward.

Externe link[bewerken]

  • De liederen van Japicx zijn contrafacten, ze kunnen dus worden gezongen op bekende wijsjes van die tijd, wat uitleg hierover is te vinden op de website van Camerata Trajectina, dat een aantal liederen van Japicx heeft ingezongen.