Hagar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het stripverhaal, zie Hägar de Verschrikkelijke.

Hagar is volgens de Bijbel en Koran de tweede vrouw van Abraham. Over haar leven zijn geen andere bronnen bekend dan deze religieuze boeken, zodat niets met zekerheid te zeggen valt over haar leven.

Hagar en Ismaël in de woestijn
tekening door François-Joseph Navez (1819)

Hagar in de Bijbel[bewerken]

Hagar komt voor in het boek Genesis 16,[1] 21[2] en 25[3] was de in Egypte geboren dienstmaagd (slavin) van Sara.

Tien jaren lang diende Hagar Sara trouw. Aangezien Sara al die tijd kinderloos bleef, besloot zij Abraham met Hagar te laten trouwen, zodat hij bij haar wel kinderen kon krijgen. Zo geschiedde en Hagar baarde een zoontje dat de naam Ismaël[4] kreeg.

Sara werd echter jaloers op Hagar en verjoeg haar terwijl Hagar zwanger was. God kwam echter tot Hagar in haar verdriet nabij een put (Lachai-Roi) en zond haar terug naar Sara en Abraham met de belofte dat haar zoon stamoudste zou worden van een volk en het gebood het kind Ismaël te noemen.[4]

Later werd Sara ook zwanger en God besloot met dit kind (Isaak) zijn verbond te sluiten. Abraham vroeg God toch ook met Ismaël te zijn en God herhaalde zijn eerdere belofte aan Hagar.

Na de geboorte van Isaak drong Sara er bij Abraham op aan Hagar en Ismaël weg te zenden. Na een laatste garantie van God deed Abraham dit en Hagar trok met haar kind en een kruik water de woestijn in. God hield woord en Ismaël stierf op 137-jarige leeftijd, omringd door zijn nazaten en volk dat een gebied bewoonde van Havila tot aan Sur.

Hadjar in de Koran[bewerken]

Abraham is een persoon geëerd door zowel joden, christenen en moslims, als een rechtschapen man die duizenden jaren geleden leefde. Zijn verhaal kan zowel in de Bijbel als ook in de Koran teruggevonden worden. Abraham wordt gezien als de vader van monotheïsme of "Het geloof in één God" die een persoonlijke relatie met zijn Schepper zocht.[bron?] Hij verliet zijn geboortestad Ur in Mesopotamië om zich te distantiëren van zijn volk, dat zich inliet met afgoderij. Uiteindelijk kwam hij met zijn familie terecht in Egypte. Later, bracht hij een van zijn vrouwen, Hajar, en hun zoontje Ismael naar een dorre vallei in Arabië en liet hij hen daar achter, nadat God hem had beloofd om voor hen te zorgen.

Hajar, die bezorgd was om haar baby, begon in de omgeving te zoeken naar eten en water. Volgens de Koran ontstond er als antwoord op Hajars gebeden, als bij een wonder, een bron aan de voeten van Ismael (de Zamzambron). Hajar beklom nabije heuvels om te zoeken naar voedsel en om aan de horizon uit te kijken naar karavanen. Uiteindelijk stopten passerende handelaren in de vallei en ze vroegen Hajars toestemming om hun kamelen te laten drinken.

In de loop van de tijd besloten de handelaren zich te vestigen in de kleine vallei, uiteindelijk groeide deze nederzetting uit tot de stad Mekka. Abraham kwam van tijd tot tijd terug om Hajar en Ismael te bezoeken. Toen Ismael ongeveer 13 jaar was, bouwden zij (Abraham en Ismael) samen de Ka'aba, een leeg kubusvormig gebouw, speciaal bestemd voor het aanbidden van de Ene God.

Vijfentwintighonderd jaar later, in de tijd van de profeet Mohammed, was Mekka een belangrijke handelspost. Als de moslims in Mekka aankomen, verrichten ze een eerste tawaaf, dit is een ronde, tegen de klok in processie, rond de Ka'aba (het kubusvormige gebouw). Gedurende deze rondgang reciteren ze "Labbayka Allahumma Labbayk", dit betekent: "Hier ben ik, tot uw dienst, O Allah, hier ben ik".

Pelgrims verrichten ook de sa'i, dat is zeven keer heen en weer rennen tussen de twee kleine heuvels Saf en Marwah. Dit symboliseert het verhaal van Hajars wanhopige zoektocht naar water en voedsel, dat zowel in de Bijbel als in de Koran wordt verteld.

Bronnen, noten en/of referenties