Hagedisslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hagedisslang
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Hagedisslang.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Lamprophiidae
Onderfamilie: Psammophiinae
Geslacht: Malpolon
Soort
Malpolon monspessulanus
(Hermann, 1804)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De hagedisslang[2] (Malpolon monspessulanus) is een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae).[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Deze slang wordt maximaal 2 meter lang, waarbij de vrouwen duidelijk kleiner blijven dan de mannen. In het veld blijven de meeste exemplaren kleiner. Deze soort is eenvoudig te herkennen aan de 'frons'; de uitstekende rand boven de ogen die de kop iets draakachtigs geeft omdat de slang boos lijkt te kijken. Het lichaam is vrij breed en heeft grote, gelijkmatige schubben met een karakteristieke 'gleuf' in de lengterichting. De kleur van volwassen mannen is min of meer egaal olijfgroen tot bruin, met een gelige of witte buik. Vrouwen vertonen een duidelijker tekening van dwarse streepvlekken en vage lengtestrepen aan de zijkanten.

Algemeen[bewerken]

De hagedisslang is giftig en heeft twee giftanden achter in de bovenkaak. Bij verstoring sist de slang. Hoewel het een giftige soort is, zal hij eerst proberen te vluchten in plaats van bijten. Het gif is niet zo sterk en de tanden zijn niet geschikt om mensen te bijten waardoor men er in de regel slechts rode plekken en zwellingen aan overhoudt. Het voedsel bestaat voornamelijk uit hagedissen, maar ook wel andere slangen, kleine zoogdieren en amfibieën worden gegeten.

De hagedisslang komt voor in zuidelijk Europa, noordwestelijk Afrika en westelijk Azië en heeft zich ook verspreid langs een gedeelte van de rivier de Wolga. Het biotoop bestaat uit akkers en weiden met wel enige vegetatie, ook wel bij steenhopen en ruïnes om hagedissen te vangen. Schuilen doet de slang meestal tussen de struiken of houtstapels.

Jacht[bewerken]

Deze soort kruipt niet alleen over de grond tijdens het jagen, maar richt zich af en toe op als een periscoop al draaiend met de kop om de omgeving af te speuren op zoek naar een prooi. Eenmaal getraceerd wordt snel de achtervolging ingezet, de hagedisslang kan zeer behendig kruipen. Een andere bekende Europese hagedisetende slang is de katslang (Telescopus fallax).

Ondersoorten[bewerken]

Er bestaat een diepe genetische divergentie tussen de westelijke Malpolon monspessulanus en de beide oostelijke ondersoorten M. m. insignitus en M. m. fuscus, wat heeft geleid tot een voorstel om de oostelijke vorm als een aparte soort te benoemen, M. insignitus, met twee ondersoorten. Een vierde ondersoort, M. m. saharatlanticus, werd in 2006 beschreven.[4] De verschillen tussen deze (onder)soorten hebben betrekking op tekening, betandingskenmerken en op de microstructuur van de oppervlakte van de schubben.

Afbeeldingen[bewerken]

Met een buitgemaakte Spaanse muurhagedis
.
Verspreidingsgebied in het rood.
Kruipend exemplaar.
Gevolgen van een beet.

Weblinks[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 491 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Malpolon monspessulanus
  4. Peter Uetz - The Reptile Database - Website

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Malpolon monspessulanus - Website Geconsulteerd 28 oktober 2012
Soorten slangen in Europa
Wormslangen (Typhlopidae): Slanke wormslang (Typhlops vermicularis)
Boa-achtigen (Boidae): Kleine zandboa (Eryx jaculus)
Gladde slangen (Colubridae): Gladde slang (Coronella austriaca) · Girondische gladde slang (Coronella girondica) · Dolichophis caspius · Pijlslang (Dolichophis jugularis) · Eirenis modestus · Vierstreepslang (Elaphe quatuorlineata) · Elaphe sauromates · Algerijnse toornslang (Hemorrhois algirus) · Hemorrhois hippocrepis · Hemorrhois nummifer · Balkantoornslang (Hierophis gemonensis) · Geelgroene toornslang (Hierophis viridiflavus) · Macroprotodon brevis · Mutsslang (Macroprotodon cucullatus) · Adderringslang (Natrix maura) · Ringslang (Natrix natrix) · Dobbelsteenslang (Natrix tessellata) · Platyceps collaris · Platyceps najadum · Trapslang (Elaphe scalaris) · Katslang (Telescopus fallax) · Zamenis lineatus · Esculaapslang (Elaphe longissima) · Luipaardslang (Elaphe situla)
Adders (Viperidae): Pallas' groefkopadder (Gloydius halys) · Levantijnse adder (Macrovipera lebetina) · Macrovipera schweizeri · Hagedisslang (Malpolon monspessulanus) · Kleinaziatische adder (Vipera xanthina) · Zandadder (Vipera ammodytes) · Aspisadder (Vipera aspis) · Gewone adder (Vipera berus) · Wipneusadder (Vipera latastei) · Vipera renardi · Vipera seoanei · Spitssnuitadder (Vipera ursinii)