Hagedisslang
| Hagedisslang IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008) |
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Malpolon monspessulanus (Hermann, 1804) |
|||||||||||||||
| Hagedisslang op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De hagedisslang (Malpolon monspessulanus) is een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae).
Inhoud |
[bewerken] Beschrijving
Deze slang wordt maximaal 2 meter lang, waarbij de vrouwen duidelijk kleiner blijven dan de mannen. In het veld blijven de meeste exemplaren kleiner. Deze soort is eenvoudig te herkennen aan de 'frons'; de uitstekende rand boven de ogen die de kop iets draakachtigs geeft omdat de slang boos lijkt te kijken. Het lichaam is vrij breed en heeft grote, gelijkmatige schubben met een karakteristieke 'gleuf' in de lengterichting. De kleur van volwassen mannen is min of meer egaal olijfgroen tot bruin, met een gelige of witte buik. Vrouwen vertonen een duidelijker tekening van dwarse streepvlekken en vage lengtestrepen aan de zijkanten.
[bewerken] Ondersoorten
Er bestaat een diepe genetische divergentie tussen de westelijke Malpolon monspessulanus en de beide oostelijke ondersoorten M. m. insignitus en M. m. fuscus, wat heeft geleid tot een voorstel om de oostelijke vorm als een aparte soort te benoemen, M. insignitus, met twee ondersoorten. Een vierde ondersoort, M. m. saharatlanticus, werd in 2006 beschreven.[2] De verschillen tussen deze (onder)soorten hebben betrekking op tekening, betandingskenmerken en op de microstructuur van de oppervlakte van de schubben.
[bewerken] Algemeen
De hagedisslang is giftig en heeft twee giftanden achter in de bovenkaak. Bij verstoring sist de slang. Hoewel het een giftige soort is, zal hij eerst proberen te vluchten in plaats van bijten. Het gif is niet zo sterk en de tanden zijn niet geschikt om mensen te bijten waardoor men er in de regel slechts rode plekken en zwellingen aan overhoudt. Het voedsel bestaat voornamelijk uit hagedissen, maar ook wel andere slangen, kleine zoogdieren en amfibieën worden gegeten.
De hagedisslang komt voor in zuidelijk Europa, noordwestelijk Afrika en westelijk Azië en heeft zich ook verspreid langs een gedeelte van de rivier de Wolga. Het biotoop bestaat uit akkers en weiden met wel enige vegetatie, ook wel bij steenhopen en ruïnes om hagedissen te vangen. Schuilen doet de slang meestal tussen de struiken of houtstapels.
[bewerken] Jacht
De Duitsers en Engelsen noemen dit dier trapslang of ladderslang omdat deze soort tijdens het jagen niet alleen over de grond kruipt, maar zich af en toe helemaal opricht en als een periscoop al draaiend met de kop de omgeving afspeurt op zoek naar een prooi. Eenmaal getraceerd wordt snel de achtervolging ingezet, de hagedisslang kan zeer behendig kruipen. Een andere bekende Europese hagedisetende slang is de katslang (Telescopus fallax).
Bronnen, noten en/of referenties
|